Uitspraak · Vreemdelingenrecht
Rechtbank Den Haag, 4 november 2021
ECLI:NL:RBDHA:2021:12261Zaaknummer NL21.12612
- Instantie
- Rechtbank Den Haag
- Datum uitspraak
- 4 november 2021
- Publicatiedatum
- 10 november 2021
- Zaaknummer
- NL21.12612
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht, Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig, Mondelinge uitspraak
- Zittingsplaats
- Middelburg
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Mondelinge uitspraak – beroep tegen overdrachtsbesluit – reeds overgedragen – geen contact meer met gemachtigde – geen procesbelang – beroep niet-ontvankelijk
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Overwegingen
1. De rechtbank ziet zich allereerst ambtshalve voor de vraag gesteld of eiser procesbelang heeft bij het beroep. Uit het dossier is gebleken dat eiser op 3 september 2021 is overgedragen aan de Roemeense autoriteiten. De gemachtigde van eiser heeft bij bericht van 25 oktober 2021 aangegeven dat hij sinds de overdracht geen contact meer heeft met eiser en dat eiser noch zijn gemachtigde ter zitting zullen verschijnen.
2. Indien eiser na zijn overdracht nog een beoordeling van zijn beroep tegen het overdrachtsbesluit had gewild, lag het op zijn weg om contact te onderhouden met zijn gemachtigde over de procedure. Nu eiser dit niet heeft gedaan, concludeert de rechtbank dat hij kennelijk geen prijs meer stelt op de behandeling van het beroep en daarom ook geen belang meer heeft bij een inhoudelijke beoordeling van het beroep.
3. Het beroep is niet ontvankelijk wegens het ontbreken van procesbelang.
4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 4 november 2021 door mr. C. van Boven-Hartogh, rechter, in aanwezigheid van mr. W. van Loon, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
Dit proces-verbaal is bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen vier weken na de dag van bekendmaking van dit proces-verbaal.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL21.12612
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam] eiser
V-nummer: [nummer]
(gemachtigde: mr. M.B. van den Toorn-Volkers),
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
(gemachtigde: mr. E. van Hoof).
Procesverloop
Bij besluit van 2 augustus 2021 (het bestreden besluit) heeft verweerder bepaald dat eiser aan de autoriteiten van Roemenië zal worden overgedragen.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Tevens heeft eiser de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening.
Bij uitspraak van 20 augustus 2021 heeft de voorzieningenrechter het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen (NL21.12616).
De rechtbank heeft het beroep op 4 november 2021 op zitting behandeld. Partijen zijn met voorafgaand bericht niet verschenen.
Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Overwegingen
1. De rechtbank ziet zich allereerst ambtshalve voor de vraag gesteld of eiser procesbelang heeft bij het beroep. Uit het dossier is gebleken dat eiser op 3 september 2021 is overgedragen aan de Roemeense autoriteiten. De gemachtigde van eiser heeft bij bericht van 25 oktober 2021 aangegeven dat hij sinds de overdracht geen contact meer heeft met eiser en dat eiser noch zijn gemachtigde ter zitting zullen verschijnen.
2. Indien eiser na zijn overdracht nog een beoordeling van zijn beroep tegen het overdrachtsbesluit had gewild, lag het op zijn weg om contact te onderhouden met zijn gemachtigde over de procedure. Nu eiser dit niet heeft gedaan, concludeert de rechtbank dat hij kennelijk geen prijs meer stelt op de behandeling van het beroep en daarom ook geen belang meer heeft bij een inhoudelijke beoordeling van het beroep.
3. Het beroep is niet ontvankelijk wegens het ontbreken van procesbelang.
4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 4 november 2021 door mr. C. van Boven-Hartogh, rechter, in aanwezigheid van mr. W. van Loon, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
Dit proces-verbaal is bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen vier weken na de dag van bekendmaking van dit proces-verbaal.
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.