Uitspraak · Strafrecht

Rechtbank Den Haag, 24 juli 2020

ECLI:NL:RBDHA:2020:6812Zaaknummer 09-083423-20

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
24 juli 2020
Publicatiedatum
24 juli 2020
Zaaknummer
09-083423-20
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats
's-Gravenhage
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Vrijspraak brandstichting nu het dossier onvoldoende bewijs bevat om te kunnen vaststellen dat de verdachte opzettelijk brand heeft gesticht en dat door de brand gemeen gevaar voor goederen is ontstaan

De rechtbank:

verklaart niet wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Dit vonnis is gewezen door

mr. R. Wieringa, voorzitter,

mr. J.W. du Pon, rechter,

mr. J.A. van Steen, rechter,

in tegenwoordigheid van mr. N. de Jong, griffier,

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 24 juli 2020.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Het onderzoek ter terechtzitting
  2. 2 De tenlastelegging
  3. 3 Vrijspraak
  4. 4 De beslissing

Rechtbank DEN HAAG

Strafrecht

Meervoudige strafkamer

Parketnummer: 09/083423-20

Datum uitspraak: 24 juli 2020

Tegenspraak

(Promisvonnis)

De rechtbank Den Haag heeft op de grondslag van de tenlastelegging en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting het navolgende vonnis gewezen in de zaak van de officier van justitie tegen de verdachte:

[Naam verdachte],

[Geboortedatum] te [geboorteplaats],

BRP-adres: [adres 1].

1 Het onderzoek ter terechtzitting

Het onderzoek is gehouden ter terechtzitting van 10 juli 2020.

De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie mr. H.J. Starrenburg en van hetgeen door de daartoe uitdrukkelijk gemachtigde raadsman mr. M.E. Pennings naar voren is gebracht.

2 De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 26 maart 2020 te Leiden opzettelijk brand heeft gesticht door open vuur (een brandende kaars) in aanraking te brengen met toiletpapier, sokken, hout en/of ander

materiaal, althans met een brandbare stof ten gevolge waarvan deze goederen geheel of gedeeltelijk is/zijn verbrand, in elk geval brand is ontstaan, en daarvan gemeen gevaar voor de inboedel, de woning en/of omliggende woningen, in elk geval gemeen gevaar voor

goederen en/of levensgevaar voor omwonenden en/of hulpverleners, in elk geval

levensgevaar voor een ander of anderen en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor omwonenden en/of hulpverleners, in elk geval gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een

ander of anderen te duchten was.

3 Vrijspraak

3.1

Inleiding

Op 26 maart 2020 omstreeks 09:45 uur zijn verbalisanten naar het [adres 2] te Leiden gegaan om de Gemeentelijke Handhaving te ondersteunen bij een melding van overlast. Ter plaatse constateerden zij dat de voordeur gebarricadeerd was. Aan de achterzijde van de woning werd vervolgens de schuifpui geopend door de bewoner van het pand, zijnde de verdachte. Hierop kwam direct flinke rookontwikkeling uit de woning en roken verbalisanten een brandlucht. In de badkamer bleek rook uit de toiletpot te komen, die was volgestopt met sokken, hout en ander materiaal. De rookontwikkeling is vervolgens door de verbalisanten gestopt door twee maal een fles met water in de toiletpot te gooien.

De rechtbank dient de vraag te beantwoorden of de verdachte zich in zijn woning schuldig heeft gemaakt aan brandstichting.

3.2

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot vrijspraak van het tenlastegelegde.

3.3

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft eveneens vrijspraak bepleit.

3.4

De beoordeling van de tenlastelegging

De rechtbank is van oordeel dat het dossier onvoldoende bewijs bevat om te kunnen vaststellen dat de verdachte opzettelijk brand heeft gesticht en dat door de brand gemeen gevaar voor goederen is ontstaan. De rechtbank zal de verdachte derhalve vrijspreken van het tenlastegelegde.

4 De beslissing

De rechtbank:

verklaart niet wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Dit vonnis is gewezen door

mr. R. Wieringa, voorzitter,

mr. J.W. du Pon, rechter,

mr. J.A. van Steen, rechter,

in tegenwoordigheid van mr. N. de Jong, griffier,

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 24 juli 2020.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.