Uitspraak · Vreemdelingenrecht
Rechtbank Den Haag, 24 februari 2020
ECLI:NL:RBDHA:2020:15515Zaaknummer NL20.3120, NL20.3126, NL20.3128, NL20.3130 en NL20.3132
- Instantie
- Rechtbank Den Haag
- Datum uitspraak
- 24 februari 2020
- Publicatiedatum
- 2 januari 2025
- Zaaknummer
- NL20.3120, NL20.3126, NL20.3128, NL20.3130 en NL20.3132
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht, Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Zittingsplaats
- Rotterdam
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
De aanvragen van eisers tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd zijn door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid niet in behandeling genomen op de grond dat Spanje verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan. De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid mag van het interstatelijk vertrouwensbeginsel uitgaan. De beroepen zijn ongegrond.
Beslissing
De voorzieningenrechter wijst de verzoeken om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. van Nooijen, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. K.A. Linthout, griffier.
Deze uitspraak is in het openbaar gedaan en bekendgemaakt op:
24 februari 2020
Documentcode: DSR10724877
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Rotterdam Bestuursrecht
zaaknummers: NL20.3120, NL20.3126, NL20.3128, NL20.3130 en NL20.3132
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaken tussen
[eiser 1] mede namens de minderjarigen [eiser 2] en [eiser 3], [eiser 4],
[eiser 5], [eiser 6], [eiser 7],
hierna aangeduid als verzoekers
V-nummers: [V-nummer 1], [V-nummer 2], [V-nummer 3], [V-nummer 4], [V-nummer 5],
[V-nummer 6], [V-nummer 7]
(gemachtigde: mr. E.A.A. Charry), en
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. N. Mikolajczyk).
Procesverloop
Bij besluiten van 4 februari 2020 (de bestreden besluiten) heeft verweerder de aanvragen van verzoekers tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen op de grond dat Spanje verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.
Verzoekers hebben tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Zij hebben verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
Het onderzoek ter zitting heeft, tezamen met de behandeling van de zaken NL20.3119, NL20.3125, NL20.3127, NL20.3129 en NL20.3131, plaatsgevonden op 19 februari 2020. Verzoekers zijn verschenen, bijgestaan door hun gemachtigde. Als tolk is verschenen
A. Garabitian. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
Overwegingen
1. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL20.3119, NL20.3125, NL20.3127, NL20.3129 en NL20.3131, heeft de rechtbank de beroepen in de bodemzaak waarover de verzoeken om voorlopige voorziening gaan ongegrond verklaard.
2. De voorzieningenrechter wijst daarom de verzoeken om voorlopige voorziening af. Omdat de rechtbank de beroepen ongegrond heeft verklaard, is namelijk geen voorlopige voorziening meer nodig.
3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De voorzieningenrechter wijst de verzoeken om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. van Nooijen, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. K.A. Linthout, griffier.
Deze uitspraak is in het openbaar gedaan en bekendgemaakt op:
24 februari 2020
Documentcode: DSR10724877
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.