Uitspraak · Bestuursrecht

Rechtbank Den Haag, 17 december 2020

ECLI:NL:RBDHA:2020:15144Zaaknummer AWB - 20 _ 4605

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
17 december 2020
Publicatiedatum
29 september 2021
Zaaknummer
AWB - 20 _ 4605
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats
Den Haag
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Bij het bestreden besluit heeft verweerder het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard, omdat het bezwaar te laat is ingediend en deze termijnoverschrijding niet verschoonbaar is. beroep ongegrond

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. G.P. Kleijn, rechter, in aanwezigheid van

mr. J.R. van Veen, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 17 december 2020.

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening of om het opheffen of wijzigen van een bij deze uitspraak getroffen voorlopige voorziening.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. [eiseres] , te [woonplaats] , eiseres
  2. Procesverloop
  3. Overwegingen
  4. Beslissing
  5. Rechtsmiddel

RECHTBANK DEN HAAG

Bestuursrecht

zaaknummer: SGR 20/4605

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 17 december 2020 in de zaak tussen

[eiseres] , te [woonplaats] , eiseres

en

het college van burgemeester en wethouders van Den Haag, verweerder

(gemachtigde: mr. R. Vingerling)

Procesverloop

Bij besluit van 12 juni 2019 (het primaire besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiseres om een voorrangsverklaring afgewezen.

Bij besluit van 6 juli 2020 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiseres niet-ontvankelijk verklaard.

Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden via een videoverbinding op 14 december 2020. Namens verweerder heeft mw. [A] hieraan deelgenomen.

Overwegingen

1. Eiseres heeft op 29 maart 2019 een aanvraag om een voorrangsverklaring ingediend. Bij het primaire besluit heeft verweerder de aanvraag afgewezen.

1.1.

Op 30 december 2019 heeft verweerder van eiseres een brief ontvangen waarmee zij tegen dit besluit bezwaar gemaakt.

1.2.

Bij brief van 29 januari 2020 heeft verweerder bij eiseres geïnformeerd naar de reden van de te late indiening van het bezwaar. Eiseres heeft op 2 februari 2020 gereageerd en aangegeven dat zij wegens familieomstandigheden niet in staat was tijdig bezwaar te maken.

2. Bij het bestreden besluit heeft verweerder het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard, omdat het bezwaar te laat is ingediend en deze termijnoverschrijding niet verschoonbaar is. Eiseres heeft geen omstandigheden aangevoerd die het onmogelijk hebben gemaakt het bezwaarschrift tijdig in te dienen. Eiseres had bijvoorbeeld iemand anders kunnen machtigen om namens haar bezwaar te maken.

3. Op grond van artikel 6:7 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bedraagt de termijn voor het indienen van een bezwaarschrift zes weken. Op grond van artikel 6:8, eerste lid, van de Awb vangt de termijn aan met ingang van de dag na die waarop het besluit op de voorgeschreven wijze is bekendgemaakt. In artikel 3:41, eerste lid, van de Awb is bepaald dat de bekendmaking van besluiten die tot een of meer belanghebbenden zijn gericht, geschiedt door toezending of uitreiking aan hen. Artikel 6:9 van de Awb bepaalt dat een bezwaarschrift tijdig is ingediend indien het voor het einde van de termijn is ontvangen of voor het einde van de termijn ter post is bezorgd en niet later dan een week na afloop van de termijn is ontvangen.

4. Eiseres is het niet eens met het bestreden besluit en herhaalt dat er iemand in haar omgeving in die periode is overleden waardoor zij niet tijdig bezwaar kon maken.

5. De rechtbank is van oordeel dat van omstandigheden die ertoe leiden dat niet-ontvankelijkverklaring achterwege dient te blijven, niet is gebleken.

De rechtbank is van oordeel dat verweerder het bezwaar tegen het primaire besluit terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard.

6. Het beroep is ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. G.P. Kleijn, rechter, in aanwezigheid van

mr. J.R. van Veen, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 17 december 2020.

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening of om het opheffen of wijzigen van een bij deze uitspraak getroffen voorlopige voorziening.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.