Uitspraak · Vreemdelingenrecht

Rechtbank Den Haag, 8 december 2020

ECLI:NL:RBDHA:2020:15118Zaaknummer NL20.8967

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
8 december 2020
Publicatiedatum
29 september 2021
Zaaknummer
NL20.8967
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Vreemdelingenrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats
Utrecht
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Asiel / Liberia / vrees voor coach niet aannemelijk gemaakt / beroep ongegrond.

De uitspraak is uitgesproken en bekendgemaakt op:

08 december 2020

en zal openbaar worden gemaakt door publicatie op rechtspraak.nl.

Mr. M. Eversteijn E. de Jong

Rechter Griffier

Rechtbank Midden-Nederland Rechtbank Midden-Nederland

Documentcode: [documentcode]

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen vier weken na de dag van bekendmaking.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. [eiseres] , eiseres V-nummer: [v-nummer]
  2. Procesverloop
  3. Overwegingen
  4. Beslissing

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL20.8967

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiseres] , eiseres V-nummer: [v-nummer]

(gemachtigde: mr. L.B. Vellenga-van Nieuwkerk), en

de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. H.J. Metselaar).

Procesverloop

Bij besluit van 20 maart 2020 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiseres tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de verlengde procedure afgewezen als ongegrond.

Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 16 september 2020. Eiseres heeft zich laten vertegenwoordigen door haar gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

Identiteit en nationaliteit

1. Eiseres stelt van Liberiaanse nationaliteit te zijn en te zijn geboren op [2002].

2. Het asielrelaas van eiseres bevat volgens verweerder de volgende relevante elementen:

  • identiteit, nationaliteit en herkomst;
  • trainingsfaciliteiten en toekomst in Liberia.

Het bestreden besluit

3. Verweerder heeft beide relevante elementen geloofwaardig geacht. Verweerder heeft zich op het standpunt gesteld dat de verklaringen van eiseres niet te herleiden zijn tot

één van de gronden van het Vluchtelingenverdrag.1 Uit de verklaringen van eiseres blijkt volgens verweerder daarom niet dat zij kan worden aangemerkt als vluchteling in de zin van het Verdrag. Daarnaast stelt verweerder zich op het standpunt dat eiseres niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij bij terugkeer naar Liberia een reëel risico loopt op ernstige schade als bedoeld in artikel 3 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM). Om deze redenen komt eiseres niet in aanmerking voor een verblijfsvergunning asiel op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a of b, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw). Dit heeft tot gevolg dat verweerder de asielaanvraag van eiseres heeft afgewezen als ongegrond als bedoeld in artikel 31, eerste lid, van de Vw.

Het standpunt van eiseres

4. Ter zitting heeft de gemachtigde van eiseres desgevraagd bevestigd dat

de enige beroepsgrond is dat eiseres vreest voor haar Liberiaanse coach. Eiseres stelt dat haar coach wraak op haar zou willen nemen vanwege haar asielaanvraag in Nederland. Hierdoor loopt zij bij terugkeer naar Liberia een reëel risico op ernstige schade in de zin van artikel 3 van het EVRM. Om die reden moet eiseres in aanmerking komen voor een asielvergunning.

Het oordeel van de rechtbank

5. De rechtbank is van oordeel dat verweerder zich niet ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat eiseres haar gestelde vrees voor haar coach niet aannemelijk heeft gemaakt. Verweerder heeft in het bestreden besluit terecht overwogen dat eiseres tijdens de gehoren geen omstandigheden heeft aangevoerd waaruit blijkt dat zij te vrezen heeft voor ernstige schade bij terugkeer naar Liberia. Eiseres heeft aangegeven dat er niets is gebeurd in Liberia.2 Voorts heeft verweerder specifieke vragen gesteld over haar coach en over wat er zou gebeuren bij terugkeer.3 Eiseres heeft niet aangegeven dat zij vreest voor ernstige schade bij terugkeer. Verweerder heeft de enkele omstandigheid dat eiseres op de terugweg naar Liberia in Nederland asiel heeft aangevraagd zonder dat haar coach hiervan zou weten, onvoldoende mogen achten om aan te nemen dat eiseres bij terugkeer een reëel risico loopt op ernstige schade. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder deugdelijk gemotiveerd dat eiseres niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij bij terugkeer naar Liberia een reëel risico loopt op ernstige schade als bedoeld in artikel 3 van het EVRM.

Conclusie

6. De aanvraag is terecht afgewezen als ongegrond. Het beroep is ongegrond.

7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

1. Verdrag betreffende de status van vluchtelingen, Genève, 28 juli 1951.

2 Verslag nader gehoor van 14 maart 2019, pagina 6.

3 Verslag nader gehoor van 14 maart 2019, pagina 14.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Eversteijn, rechter, in aanwezigheid van mr. E. de Jong, griffier.

De uitspraak is uitgesproken en bekendgemaakt op:

08 december 2020

en zal openbaar worden gemaakt door publicatie op rechtspraak.nl.

Mr. M. Eversteijn E. de Jong

Rechter Griffier

Rechtbank Midden-Nederland Rechtbank Midden-Nederland

Documentcode: [documentcode]

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen vier weken na de dag van bekendmaking.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.