Uitspraak · Omgevingsrecht
Rechtbank Den Haag, 16 december 2020
ECLI:NL:RBDHA:2020:14214Zaaknummer AWB - 20 _ 6732
- Instantie
- Rechtbank Den Haag
- Datum uitspraak
- 16 december 2020
- Publicatiedatum
- 4 februari 2021
- Zaaknummer
- AWB - 20 _ 6732
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht, Omgevingsrecht
- Procedure
- Voorlopige voorziening
- Zittingsplaats
- 's-Gravenhage
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
vovo; geen spoedeisend belang ivm financiële noodsituatie niet aannemelijk gemaakt
Beslissing
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.H. Smits, voorzieningenrechter, en uitgesproken in het openbaar op 16 december 2020, in aanwezigheid van mr. H.B. Brandwijk, griffier.
griffier voorzieningenrechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
REchtbank DEN Haag
Bestuursrecht
Zaaknummer: SGR 20/6732
uitspraak van de voorzieningenrechter van 16 december 2020 op het verzoek om een voorlopige voorziening van
[verzoeker] B.V. en Atrium Vastgoedontwikkeling B.V., te [vestigingsplaats], verzoekers
(gemachtigde: mr. W.J.E. van der Werf)
tegen
het college van burgemeester en wethouders van Leiden, verweerder
(gemachtigde: mr. S. de Voogd).
Procesverloop
Bij besluit van 27 augustus 2020 (het bestreden besluit) heeft verweerder aan [A] een last onder bestuursdwang en een last onder dwangsom opgelegd.
Verzoekers hebben tegen het bestreden besluit bezwaar gemaakt. Zij hebben de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 7 december 2020. Verzoekers hebben zich laten vertegenwoordigen door mr. S.T.J. Olierook en mr. F.A.R. van Vlijmen, kantoorgenoten van mr. W.J.E. van der Werf, en [A]. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde en mr. A.J. Hermans-Folkerts.
Overwegingen
1. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een eventueel bodemgeding niet.
Gelet op artikel 8:81, eerste lid van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), is voor het treffen van een voorlopige voorziening slechts plaats indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist. De voorzieningenrechter stelt vast dat het belang van verzoekers voornamelijk is gelegen in een financieel belang. Volgens vaste jurisprudentie vormt een financieel belang op zichzelf geen reden om een voorlopige voorziening te treffen. Dit kan echter wel het geval zijn als sprake is van een acute financiële noodsituatie, de continuïteit van de onderneming wordt bedreigd of sprake is van een onomkeerbare situatie zoals een faillissement. Verzoekers betogen dat zij als gevolg van het opleggen van de lasten inkomsten missen en wanprestatie plegen jegens de huurders, omdat drie appartementen niet tijdig kunnen worden opgeleverd. Hoe langer de bouwstop blijft gelden, des te meer de afronding van de laatste werkzaamheden vertraging zal oplopen. De liquiditeit van verzoekers wordt bedreigd, waardoor leveranciers niet kunnen worden betaald. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter hebben verzoekers met deze, overigens ook niet onderbouwde, stellingen niet aannemelijk gemaakt dat sprake is van een financiële noodsituatie en aldus niet aangetoond dat sprake is van een spoedeisend belang.
De voorzieningenrechter komt dan ook niet toe aan een voorlopig oordeel over de rechtmatigheid van het bestreden besluit. De door verzoekers tegen dat besluit aangevoerde gronden, zoals ter zitting nader toegelicht, zullen door verweerder in het kader van de heroverweging in bezwaar betrokken moeten worden.
Beslissing
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.H. Smits, voorzieningenrechter, en uitgesproken in het openbaar op 16 december 2020, in aanwezigheid van mr. H.B. Brandwijk, griffier.
griffier voorzieningenrechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.