Uitspraak · Vreemdelingenrecht

Rechtbank Den Haag, 21 september 2020

ECLI:NL:RBDHA:2020:13998Zaaknummer AWB 20./3949

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
21 september 2020
Publicatiedatum
18 januari 2021
Zaaknummer
AWB 20./3949
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Vreemdelingenrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig, Voorlopige voorziening
Zittingsplaats
Utrecht
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

COA-maatregel, plaatsing [naam locatie], plakvovo, vovo afgewezen. (ZIE OOK: ECLI:NL:RBDHA:2020:13999)

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. [verzoeker] , met V-nummer: [V-nummer] , verzoeker
  2. Procesverloop
  3. Overwegingen
  4. Rechtsmiddel

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer: AWB 20/3949

uitspraak van de voorzieningenrechter van 21 september 2020 in de zaak tussen

[verzoeker] , met V-nummer: [V-nummer] , verzoeker

(gemachtigde: mr. C.T.W. van Dijk),

en

het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COa), verweerder,

(gemachtigde: mr. J.H.M. Post, werkzaam bij de Immigratie- en Naturalisatiedienst)

Procesverloop

Bij besluit van 29 april 2020 heeft verweerder bepaald dat verzoeker vanuit de

opvangvoorziening in [plaatsnaam 1] wordt overgeplaatst naar de [naam locatie]

in [plaatsnaam 2] ( [naam locatie] ).

Direct na aankomst bij de [naam locatie] op 29 april 2020 heeft verzoeker het terrein aldaar verlaten

en zich aan het toezicht van verweerder onttrokken.

Op 11 mei 2020 heeft verzoeker tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Hij heeft de

voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. Het beroep tegen

het besluit van het bestuur van het COa is geregistreerd onder zaaknummer AWB 20/3948.

Daarop zal bij afzonderlijke uitspraak worden beslist.

Partijen hebben afgezien van de behandeling van de zaak ter zitting. Zij hebben

toestemming gegeven dat het onderzoek ter zitting achterwege blijft. De rechtbank heeft

het onderzoek op woensdag 19 augustus 2020 gesloten

Overwegingen

1. Ingevolge artikel 8:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht – voor zover hier van belang – kan, indien tegen een besluit beroep is ingesteld, de voorzieningenrechter van de bestuursrechter die bevoegd is in de hoofdzaak, op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen dat eist.

2. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer AWB 20/3948, heeft de rechtbank het beroep in de hoofdzaak waarover dit verzoek om een voorlopige voorziening gaat niet-ontvankelijk verklaard.

3. De voorzieningenrechter wijst daarom het verzoek om een voorlopige voorziening af. Omdat de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk heeft verklaard, is namelijk geen voorlopige voorziening nodig.

4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. R.J.A. Schaaf, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. A. Vranken, griffier.

Als gevolg van maatregelen rondom het Coronavirus is deze uitspraak niet uitgesproken op een openbare uitsprakenzitting. Zodra het openbaar uitspreken weer mogelijk is, wordt deze uitspraak, voor zover nodig, alsnog in het openbaar uitgesproken.

- de griffier is verhinderd de - de rechter is verhinderd de

uitspraak te ondertekenen - uitspraak te ondertekenen -

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.