Uitspraak · Civiel recht
Rechtbank Den Haag, 3 februari 2020
ECLI:NL:RBDHA:2020:1360Zaaknummer C/09/587185 / FA RK 20-183
- Instantie
- Rechtbank Den Haag
- Datum uitspraak
- 3 februari 2020
- Publicatiedatum
- 11 maart 2020
- Zaaknummer
- C/09/587185 / FA RK 20-183
- Rechtsgebied
- Civiel recht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Zittingsplaats
- 's-Gravenhage
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
rechterlijke machtiging tot opname en verblijf
De rechtbank:
verleent een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf ten aanzien van:
[de vrouw],
geboren op [geboortedag] 1949 te [geboorteplaats]
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met uiterlijk 03 augustus 2020.
wijst af het meer of anders verzochte.
| Deze beschikking is gegeven door mr. L. Koper, rechter, bijgestaan door mr. B.T.E. Groenendijk-Muller als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 03 februari 2020. |
| De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 11 februari 2020. |
| Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open. |
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Team Jeugd- en Zorgrecht
Zaak-/rekestnr.: C/09/587185 / FA RK 20-183
Datum beschikking: 03 februari 2020
Rechterlijke machtiging tot opname en verblijf
Beschikking naar aanleiding van het op 22 januari 2020 door het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) ingediende verzoek tot het verlenen van een machtiging voor de duur van zes maanden als bedoeld in artikel 24 van de Wet zorg en dwang (Wzd), ten aanzien van:
[de vrouw],
hierna te noemen: cliënt,
geboren op [geboortedag] 1949 te [geboorteplaats]
wonende te [woonplaats],
verblijvende in de accommodatie [verblijfplaats],
advocaat: mr. M.B.H. Breitschaft te Den Haag.
1 Procesverloop
Het procesverloop blijkt uit het verzoekschrift, ingekomen ter griffie op
22 januari 2020.
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
- een indicatiebesluit op grond van artikel 3.2.3 van de Wet langdurige zorg van
17 december 2019;
- een op 17 december 2019 ondertekende verklaring van een ter zake kundige [arts 1]
- een overzicht van de aanvraag opgesteld door het CIZ van 2 januari 2020;
- een op 16 januari 2020 ondertekende medische verklaring van een ter zake kundige
arts, S.S. Vink, die cliënt met het oog op de machtiging kort te voren heeft
onderzocht, maar niet bij diens behandeling betrokken was.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op
03 februari 2020.
Ter zitting waren de volgende personen aanwezig, die door de rechtbank de zijn
gehoord:
- de betrokkene, bijgestaan door mr. M.F. Laning, waarnemend haar advocaat;
- de [zaalarts],
- de [verpleegkundige],
- de [transferverpleegkundige]
- de [zoon van betrokkene].
2 Verweer
Cliënt heeft ter zitting verweer gevoerd in die zin dat zij heeft verklaard dat zij in tegenstelling tot wat zij eerder te kennen heeft gegeven ondertussen wel naar een verpleeghuis wil gaan en aangeeft dat zij naar [verpleeghuis] wil gaan omdat zij daar veel is geweest en het huis kent. De advocaat heeft toewijzing van het verzoek bepleit omdat de cliënt zo spoedig mogelijk weg wil uit het ziekenhuis en nu bereid is naar een verpleeghuis te gaan en de kans bestaat dat er verzet zal zijn bij een eventuele overplaatsing vanuit het ziekenhuis naar een ander verpleeghuis dan cliënt beoogd.
De behandelend zaalarts heeft verklaard da sprake is van psycho neurocognitieve symptomen bij frontale dementie waardoor thuis wonen niet meer mogelijk is. Cliënt is wisselend in haar standpunt dat zij naar een verpleeghuis wil gaan.
3 Beoordeling
Uit de overgelegde stukken en het behandelde ter zitting is gebleken dat cliënt lijdt aan een psychogeriatrische aandoening, te weten neurocognitieve stoornissen bij fronto temporale dementie, mengbeeld met vasculaire dementie.
Deze psychogeriatrische aandoening leidt tot ernstig nadeel. Dit ernstig nadeel bestaat uit:
- levensgevaar;
- ernstige verwaarlozing;
- maatschappelijke teloorgang;
- de situatie dat betrokkene met hinderlijk gedrag agressie van anderen oproept.
De opname en het verblijf zijn noodzakelijk en geschikt om het ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden.
Er zijn geen minder ingrijpende maatregelen om het ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden.
Gebleken is dat cliënt zich verzet tegen de opname en het verblijf, althans bij nader uitvragen niet consistent is in haar wens om naar een verpleeghuis te gaan.
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor verlening van een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf als bedoeld in de Wzd. De machtiging zal worden verleend voor de duur van zes maanden.
4 Beslissing
De rechtbank:
verleent een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf ten aanzien van:
[de vrouw],
geboren op [geboortedag] 1949 te [geboorteplaats]
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met uiterlijk 03 augustus 2020.
wijst af het meer of anders verzochte.
| Deze beschikking is gegeven door mr. L. Koper, rechter, bijgestaan door mr. B.T.E. Groenendijk-Muller als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 03 februari 2020. |
| De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 11 februari 2020. |
| Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open. |
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.