Uitspraak · Vreemdelingenrecht

Rechtbank Den Haag, 17 mei 2019

ECLI:NL:RBDHA:2019:5065Zaaknummer AWB - 18 _ 9801

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
17 mei 2019
Publicatiedatum
27 mei 2019
Zaaknummer
AWB - 18 _ 9801
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Vreemdelingenrecht
Procedure
Voorlopige voorziening
Zittingsplaats
's-Gravenhage
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

vovo hangende bezwaar afgewezen wegens ontbreken spoedeisend belang, eiseres beschikt over rechtmatig verblijf en opvang

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M.J.L. van der Waals, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. M.E. Pluymaekers, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 17 mei 2019.

griffier voorzieningenrechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. [verzoekster], verzoekster, V-nummer [V-nummer]
  2. Procesverloop
  3. Overwegingen
  4. Beslissing
  5. Rechtsmiddel

REchtbank DEN Haag

Bestuursrecht

zaaknummer: AWB 18/9801

uitspraak van de voorzieningenrechter van 17 mei 2019 op het verzoek om een voorlopige voorziening van

[verzoekster], verzoekster, V-nummer [V-nummer]

(gemachtigde: mr. A.G. Kleijweg),

tegen

de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

Procesverloop

Bij besluit van 13 december 2018 (het primaire besluit) heeft verweerder de aanvraag van verzoekster van 25 mei 2018 tot afgifte van een verblijfsdocument EU/EER afgewezen.

Verzoekster heeft tegen het primaire besluit bezwaar gemaakt. Zij heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 7 mei 2019. Partijen zijn, met voorafgaand bericht, niet verschenen.

Overwegingen

1. De voorzieningenrechter treft op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht alleen een voorlopige voorziening als "onverwijlde spoed" dat vereist.

2. Verweerder heeft laten weten dat verzoekster op 21 maart 2019 een aanvraag afsluitingsregeling kinderpardon heeft ingediend. De beslissing op deze aanvraag mag zij in Nederland afwachten. Omdat er geen sprake is dreigend uitzettingsgevaar, heeft verzoekster volgens verweerder geen spoedeisend belang bij de gevraagde voorziening.

3. Verzoekster heeft aangevoerd dat zij een concreet belang heeft bij een voorlopig oordeel over het bestaan van een verblijfsrecht op grond van artikel 20 van het Verdrag betreffende de Werking van de EU, omdat zij zich met die erkenning kan ontworstelen aan de illegaliteit en de opvang in een asielzoekerscentrum. Verzoekster stelt dat uit algemene bronnen volgt dat kinderen schade lijden ten gevolgde van opgroeien in een asielzoekerscentrum.

4. De voorzieningenrechter is van oordeel dat in hetgeen verzoekster aanvoert geen spoedeisend belang is gelegen. Anders dan zij aanvoert verblijft zij niet illegaal in Nederland, maar heeft zij rechtmatig verblijf in afwachting van de beslissing op de aanvraag op grond van de afsluitingsregeling kinderpardon. Dat verzoekster rechtmatig verblijf en opvang op een andere grondslag wenst, levert - wat daar ook van zij - geen voor de gevraagde voorziening vereiste onverwijlde spoed op.

5. De conclusie is dat er geen spoedeisend belang is. De voorzieningenrechter wijst het verzoek daarom af.

6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M.J.L. van der Waals, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. M.E. Pluymaekers, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 17 mei 2019.

griffier voorzieningenrechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.