Uitspraak · Vreemdelingenrecht
Rechtbank Den Haag, 19 april 2019
ECLI:NL:RBDHA:2019:4428Zaaknummer NL19.5561
- Instantie
- Rechtbank Den Haag
- Datum uitspraak
- 19 april 2019
- Publicatiedatum
- 10 mei 2019
- Zaaknummer
- NL19.5561
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht, Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig, Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Zittingsplaats
- Middelburg
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Asielaanvraag niet in behandeling genomen, onvoldoende informatie verstrekt.)
Beslissing
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. C. van Boven-Hartogh, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. M. van Andel, griffier.
griffier rechter
Deze uitspraak is in het openbaar gedaan en bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL19.5561
v-nummer: [nummer]
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[naam] , verzoeker
(gemachtigde: mr. M.J. Paffen),
en
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
(gemachtigde: mr. J.E.P. Pijnenburg).
Procesverloop Bij besluit van 11 maart 2019 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van verzoeker tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijdin de algemene procedure buiten behandeling gesteld.
Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld en heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
Het onderzoek ter zitting heeft, samen met de behandeling van de zaak NL19.5560, plaatsgevonden op 11 april 2019. Verzoeker is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Als tolk is verschenen E. Salehi. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
Overwegingen
1. Verzoeker stelt de Iraanse nationaliteit te bezitten en te zijn geboren op
[geboortedatum].
2. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL19.5560, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer mogelijk. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. C. van Boven-Hartogh, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. M. van Andel, griffier.
griffier rechter
Deze uitspraak is in het openbaar gedaan en bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.