Uitspraak · Vreemdelingenrecht

Rechtbank Den Haag, 8 maart 2019

ECLI:NL:RBDHA:2019:2633Zaaknummer nl19.1119

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
8 maart 2019
Publicatiedatum
28 maart 2019
Zaaknummer
nl19.1119
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Vreemdelingenrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig, Voorlopige voorziening+bodemzaak
Zittingsplaats
Middelburg
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

asiel kennelijk ongegrond, gnandi, schorsende werking toekennen, gebrek passeren, niet in belangen geschaad, beroep ongegrond

De rechtbank:

- verklaart het beroep ongegrond;

- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser, ten bedrage van € 512 (vijfhonderdtwaalf euro), te betalen aan eiser.

Deze uitspraak is gedaan door mr. J.F.I. Sinack, rechter, in aanwezigheid van mr. J. Loonstra, griffier.

Deze uitspraak is in het openbaar gedaan, digitaal ondertekend en bekendgemaakt op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. [naam] , eiser
  2. Overwegingen
  3. Beslissing

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg

Bestuursrecht

zaaknummer: NL19.1119

v-nummer: [nummer]

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam] , eiser

(gemachtigde: mr. J.J.J. Jansen),

en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.

Procesverloop Bij besluit van 17 januari 2019 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen als kennelijk ongegrond.

Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Met toepassing van artikel 8:57, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht is het onderzoek ter zitting achterwege gebleven.

Overwegingen

1. Eiser is geboren op [geboortedatum] en heeft de Algerijnse nationaliteit. Op 28 december 2018 heeft hij een aanvraag ingediend voor een asielvergunning. In het bestreden besluit is eisers aanvraag afgewezen als kennelijk ongegrond. Het besluit tot afwijzing van de asielaanvraag is van rechtswege tevens een terugkeerbesluit.[_c7d5832d-b7fa-4ceb-88ea-8fd5e28dcf8a]

2. Eiser heeft geen gronden aangevoerd tegen de weigering om aan hem een verblijfsvergunning te verlenen. Eiser heeft evenwel terecht tegen het terugkeerbesluit aangevoerd dat het beroep van rechtswege schorsende werking dient te hebben. Hij heeft daarbij gewezen op het arrest Gnandi[_58000838-b4f7-468f-b516-0381f9ba9fc7] en op een uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank, zittingsplaats Middelburg[_222ac274-1727-4da7-aad9-c07df49f2981]. Uit de wet volgt dat het instellen van beroep tegen het besluit tot afwijzen van een asielaanvraag als kennelijk ongegrond niet tot gevolg heeft dat de werking van het besluit wordt opgeschort, en daarnaast wordt de vertrekplicht tot aan het instellen van beroep niet opgeschort [_5a66664b-fc36-42d7-ab5a-287e670b7b67]. Verweerder had hierin kunnen voorzien in het bestreden besluit, onder verwijzing naar het Unierecht dat prevaleert boven het nationale recht. Verweerder heeft dat nagelaten. Het bestreden besluit is in zoverre in strijd met de verplichtingen zoals die volgen uit het arrest Gnandi.

3. De rechtbank zal dit gebrek niettemin passeren, omdat eiser niet in zijn belangen is geschaad[_65e981fa-8907-4538-ab59-3a7dabc5eb15]. Hij is niet is uitgezet en de opvang is feitelijk voortgezet.

4. Het beroep is daarom ongegrond.

5. Gelet op het geconstateerde gebrek ziet de rechtbank aanleiding om verweerder te veroordelen in de kosten die eiser in verband met de behandeling van zijn beroep heeft moeten maken[_d98aea16-dad2-454d-ab78-a96db0da5d4c]. Deze kosten stelt de rechtbank vast op € 512 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift en een wegingsfactor 1).[_01fed260-e27a-40e7-939a-d78631e089c5]

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep ongegrond;

- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser, ten bedrage van € 512 (vijfhonderdtwaalf euro), te betalen aan eiser.

Deze uitspraak is gedaan door mr. J.F.I. Sinack, rechter, in aanwezigheid van mr. J. Loonstra, griffier.

Deze uitspraak is in het openbaar gedaan, digitaal ondertekend en bekendgemaakt op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.