Uitspraak · Vreemdelingenrecht

Rechtbank Den Haag, 5 februari 2019

ECLI:NL:RBDHA:2019:1697Zaaknummer NL18.23942

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
5 februari 2019
Publicatiedatum
27 februari 2019
Zaaknummer
NL18.23942
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Vreemdelingenrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats
Middelburg
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

buiten zitting, beroep niet-ontvankelijk, m.o.b. vertrokken

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. P.M. de Keuning, rechter, in aanwezigheid van mr. J.A.B. Koens, griffier.

Deze uitspraak is in het openbaar gedaan, digitaal ondertekend en bekendgemaakt op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. [naam] , eiser
  2. Overwegingen
  3. Beslissing

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg

Bestuursrecht

zaaknummer: NL18.23942

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam] , eiser

(gemachtigde: mr. S.A.M. Fikken),

en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.

Procesverloop Bij besluit van 10 december 2018 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de algemene procedure afgewezen als kennelijk ongegrond.

Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Verweerder heeft een verweerschrift met bijlage ingediend.

Met toestemming van partijen is het onderzoek ter zitting achterwege gebleven.

Overwegingen

1. Eiser is van Tunesische nationaliteit en is geboren op [geboortedatum]. Hij heeft op 24 november 2018 een asielaanvraag ingediend.

2. Uit dossierinformatie blijkt dat eiser op 16 januari 2019 de asielopvang heeft verlaten. De gemachtigde van eiser heeft verklaard dat hij van het Centraal orgaan opvang asielzoekers heeft vernomen dat eiser op voormelde datum met onbekende bestemming is vertrokken, dat eiser sinds zijn vertrek geen contact meer met hem heeft gezocht en dat hij ook niet weet waar hij momenteel verblijft.

3. Op grond van deze feiten en omstandigheden concludeert de rechtbank dat eiser geen belang meer heeft bij de beoordeling van zijn beroep.

4. Het beroep is niet-ontvankelijk. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. P.M. de Keuning, rechter, in aanwezigheid van mr. J.A.B. Koens, griffier.

Deze uitspraak is in het openbaar gedaan, digitaal ondertekend en bekendgemaakt op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.