Uitspraak · Vreemdelingenrecht
Rechtbank Den Haag, 2 december 2019
ECLI:NL:RBDHA:2019:14015Zaaknummer AWB - 19 _ 4324
- Instantie
- Rechtbank Den Haag
- Datum uitspraak
- 2 december 2019
- Publicatiedatum
- 2 januari 2020
- Zaaknummer
- AWB - 19 _ 4324
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht, Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Voorlopige voorziening
- Zittingsplaats
- 's-Gravenhage
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om een voorlopige voorziening hangende beroep niet-ontvankelijk, omdat geen beroep is ingediend. Hiermee voldoet verzoeker niet aan het connexiteitsvereiste als bedoeld in artikel 8:81 van de Awb.
Beslissing
De voorzieningenrechter van de rechtbank verklaart het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. D. Biever, rechter, in aanwezigheid van mr. R. Kroes, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 2 december 2019.
griffier voorzieningenrechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan geen hoger beroep worden ingesteld.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
Rechtbank DEN Haag
Bestuursrecht
zaaknummer: AWB 19/4324
uitspraak van de voorzieningenrechter van 2 december 2019 op het verzoek om voorlopige voorziening van
[verzoeker], verzoeker,
v-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. J.P. Sanchez Montoto),
tegen
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
(gemachtigde: mr. D. Meier).
Procesverloop
Bij besluit van 8 mei 2019 (het primaire besluit) heeft verweerder verzoekers aanvraag om een verblijfsvergunning regulier met als doel verblijf als zelfstandige afgewezen.
Verzoeker heeft tegen het primaire besluit bezwaar gemaakt. Hij heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
Bij besluit van 14 augustus 2019 heeft verweerder het bezwaar ongegrond verklaard.
Partijen hebben toestemming gegeven om zonder zitting uitspraak te doen.
Overwegingen
1. Indien tegen een besluit bij de bestuursrechter beroep is ingesteld dan wel, voorafgaand aan een mogelijk beroep bij de bestuursrechter, bezwaar is gemaakt, kan de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak, ingevolge artikel 8:81, eerste lid, Algemene wet bestuursrecht (de Awb) op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.
2. Verweerder heeft op 14 augustus 2019 op het bezwaar van verzoeker beslist. Verzoeker heeft tegen dit besluit geen beroep ingesteld, hetgeen op 26 november 2019 telefonisch door de gemachtigde aan de griffier is bevestigd. Het verzoek voldoet daarom niet aan het in artikel 8:81 van de Awb neergelegde vereiste van connexiteit.
3. Dit maakt dat het verzoek niet-ontvankelijk is. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De voorzieningenrechter van de rechtbank verklaart het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. D. Biever, rechter, in aanwezigheid van mr. R. Kroes, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 2 december 2019.
griffier voorzieningenrechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan geen hoger beroep worden ingesteld.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.