Uitspraak · Vreemdelingenrecht

Rechtbank Den Haag, 14 oktober 2019

ECLI:NL:RBDHA:2019:10840Zaaknummer AWB - 18 _ 8627

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
14 oktober 2019
Publicatiedatum
28 oktober 2019
Zaaknummer
AWB - 18 _ 8627
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Vreemdelingenrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats
's-Gravenhage
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Aanvraag voor een verblijf bij familie- of gezinslid is afgewezen.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M.J.L. van der Waals, rechter, in aanwezigheid van mr. G.A. Verhoeven, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 14 oktober 2019.

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen vier weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening of om het opheffen of wijzigen van een bij deze uitspraak getroffen voorlopige voorziening.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. [eiser] , eiser, V-nummer [V-nummer]
  2. Procesverloop
  3. Overwegingen
  4. Beslissing
  5. Rechtsmiddel

RECHTBANK DEN HAAG

Bestuursrecht

zaaknummer: AWB 18/8627

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 14 oktober 2019 in de zaak tussen

[eiser] , eiser, V-nummer [V-nummer]

(gemachtigde: mr. T. Neijzen),

en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: mr. A. Houben).

Procesverloop

Bij besluit van 10 augustus 2018 (het primaire besluit) heeft verweerder de aanvraag voor een verblijfsvergunning voor verblijf bij familie- of gezinslid bij [A] (referente), afgewezen. Daarbij heeft verweerder een inreisverbod opgelegd voor de duur van twee jaren.

Bij besluit van 18 oktober 2018 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiser ongegrond verklaard.

Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 3 september 2019.

Eiser is, met voorafgaand bericht, niet verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

1. Eiser is geboren op [geboortedatum] 1970 en heeft de Braziliaanse nationaliteit. Referente is de moeder van eiser en heeft alzheimer. Eiser heeft bij brief van 23 augustus 2019 medegedeeld dat referente is overleden en dat hij en zijn gemachtigde niet ter zitting zullen verschijnen.

2. De rechtbank overweegt dat een eisende partij een procesbelang heeft bij een beroepsprocedure wanneer een belang wordt nagestreefd dat met de procedure daadwerkelijk is te verwezenlijken. Eiser beoogt met de onderhavige aanvraag verblijf bij zijn moeder die inmiddels is overleden.

3. Bij verweerschrift heeft verweerder gesteld dat contact is opgenomen met eiser en dat eiser heeft gesteld dat hij het beroep wil doorzetten. Verweerder heeft zich op het standpunt gesteld dat eiser na het overlijden van zijn moeder geen procesbelang meer heeft. Eiser heeft niet gereageerd op dit verweerschrift en is niet ter zitting verschenen.

4. Nu vaststaat dat referente bij wie eiser verblijf beoogt, is overleden, is daarmee de grondslag voor het beoogde verblijf van eiser in Nederland komen te vervallen. Dit betekent dat het doel dat eiser met deze procedure beoogt te bereiken niet langer aanwezig is. Dat eiser een ander procesbelang heeft bij de beoordeling van de aanvraag is niet gesteld. De rechtbank is daarom van oordeel dat eiser geen actueel en reëel procesbelang meer heeft bij een inhoudelijke beoordeling van het bestreden besluit.

Conclusie

5. Het beroep is niet-ontvankelijk.

6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M.J.L. van der Waals, rechter, in aanwezigheid van mr. G.A. Verhoeven, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 14 oktober 2019.

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen vier weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening of om het opheffen of wijzigen van een bij deze uitspraak getroffen voorlopige voorziening.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.