Uitspraak · Vreemdelingenrecht

Rechtbank Den Haag, 16 juli 2018

ECLI:NL:RBDHA:2018:8569Zaaknummer AWB - 18 _ 970

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
16 juli 2018
Publicatiedatum
3 augustus 2018
Zaaknummer
AWB - 18 _ 970
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Vreemdelingenrecht
Procedure
Voorlopige voorziening
Zittingsplaats
's-Gravenhage
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

plakvovo. verzoek niet ontvankelijk, wel proceskostenvergoeding, beroep is gegrond verklaard.

Beslissing

De voorzieningenrechter:

- verklaart het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk;

- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 170,- aan eiser te vergoeden;

- veroordeelt verweerder in de door verzoeker gemaakte proceskosten van € 501,-.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M.J.L. van der Waals, rechter, in aanwezigheid van

mr. R. Kroon, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 16 juli 2018.

griffier voorzieningenrechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan geen hoger beroep worden ingesteld.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. [eiser], verzoeker, V-nummer [V-nummer]
  2. Procesverloop
  3. Overwegingen
  4. Beslissing
  5. Rechtsmiddel

Rechtbank DEN Haag

Bestuursrecht

zaaknummer: AWB 18/970

uitspraak van de voorzieningenrechter van 16 juli 2018 op het verzoek om voorlopige voorziening van

[eiser], verzoeker, V-nummer [V-nummer]

(gemachtigde: mr. A.G. Kleijweg),

en

de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

Procesverloop

Bij besluit van 28 november 2017 (het primaire besluit) heeft verweerder verzoekers aanvraag voor wijziging en tevens verlenging van de geldigheidsduur van zijn verblijfsvergunning voor het doel ‘het zoeken naar en verrichten van arbeid al dan niet in loondienst’ in het kader van de regeling ‘zoekjaar hoogopgeleiden’ afgewezen.

Bij besluit van 22 januari 2018 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van verzoeker ongegrond verklaard.

Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld en tevens een verzoek om een voorlopige voorziening ingediend ten einde de behandeling van zijn beroep in Nederland af te mogen wachten.

Overwegingen

1. De rechtbank heeft heden het beroep in de procedure met zaaknummer AWB 18/969 gegrond verklaard, zodat niet langer wordt voldaan aan het in artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht neergelegde connexiteitsvereiste.

2. Het verzoek zal dan ook niet-ontvankelijk worden verklaard.

3. Nu de rechtbank het beroep gegrond verklaard heeft, bestaat aanleiding voor een vergoeding van de proceskosten die door verzoeker zijn gemaakt. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende bijstand vast op € 501,- (1 punt voor het indienen van het verzoekschrift, met een waarde per punt van € 501,- en een wegingsfactor 1).

Beslissing

De voorzieningenrechter:

- verklaart het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk;

- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 170,- aan eiser te vergoeden;

- veroordeelt verweerder in de door verzoeker gemaakte proceskosten van € 501,-.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M.J.L. van der Waals, rechter, in aanwezigheid van

mr. R. Kroon, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 16 juli 2018.

griffier voorzieningenrechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan geen hoger beroep worden ingesteld.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.