Uitspraak · Vreemdelingenrecht

Rechtbank Den Haag, 12 juli 2018

ECLI:NL:RBDHA:2018:8330Zaaknummer AWB - 18 _ 906

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
12 juli 2018
Publicatiedatum
27 juli 2018
Zaaknummer
AWB - 18 _ 906
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Vreemdelingenrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats
's-Gravenhage
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

TKB + IRV opgelegd. Beroep tav TKB niet-ontvankelijk nu er reeds een eerder nog geldend TKB ligt. Bestreden TKB niet op rechtsgevolgen gericht. Beroep tav IRV ongegrond nu geen gronden zijn aangevoerd tegen het IRV

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Soffers, rechter, in aanwezigheid van mr. R. Kroon, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 12 juli 2018.

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen vier weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening of om het opheffen of wijzigen van een bij deze uitspraak getroffen voorlopige voorziening.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. [ndoye], eiser, V-nummer [v-nummer]
  2. Procesverloop
  3. Overwegingen
  4. Beslissing
  5. Rechtsmiddel

RECHTBANK DEN HAAG

Bestuursrecht

zaaknummer: AWB 18/906

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 12 juli 2018 in de zaak tussen

[ndoye], eiser, V-nummer [v-nummer]

(gemachtigde: mr. H. Drenth),

en

de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

Procesverloop

Bij besluit van 12 januari 2018 (het primaire besluit) heeft verweerder aan eiser een terugkeerbesluit en een inreisverbod voor de duur van twee jaar opgelegd.

Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Met toestemming van partijen is het onderzoek ter zitting achterwege gebleven.

Overwegingen

1. Eiser stelt te zijn geboren op [geboortedatum] 1986 en de Senegalese nationaliteit te hebben. Op 12 januari 2018 is eiser gehoord in verband met het voornemen aan hem een terugkeerbesluit en inreisverbod op te leggen. Vervolgens is eveneens op 12 januari 2018 een terugkeerbesluit met een vertrektermijn van 0 dagen en een inreisverbod voor de duur van twee jaar opgelegd.

2. Eiser kan zich met dit besluit niet verenigen en voert aan dat er nog een eerder geldend terugkeerbesluit met inreisverbod bestaat, wat betekent dat het bestreden besluit ten aanzien van zowel het terugkeerbesluit als het inreisverbod ten overvloede is genomen. Ter staving van zijn standpunt verwijst eiser naar de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 8 april 2016 (ECLI:NL:RVS:2016:959). Eiser verzoekt voorts nadrukkelijk om verweerder in de proceskosten te veroordelen.

3. Verweerder heeft op 14 september 2016 een terugkeerbesluit tegen eiser uitgevaardigd. Gesteld noch gebleken is dat eiser sindsdien het EU-grondgebied heeft verlaten zodat dit terugkeerbesluit nog altijd rechtskracht heeft. Het bestreden terugkeerbesluit is derhalve niet op rechtsgevolgen gericht. De rechtbank verklaart het beroep ten aanzien van het terugkeerbesluit niet-ontvankelijk, nu geen sprake is van procesbelang.

4. Ten aanzien van het opgelegde inreisverbod stelt eiser dat nu het inreisverbod qua motivering met het terugkeerbesluit is verknocht, het inreisverbod ten overvloede is genomen. De rechtbank volgt eiser niet. Het inreisverbod is immers een separaat besluit dat wel op rechtsgevolg is gericht. De beroepsgrond faalt daarom. Eiser heeft voorts geen redenen aangevoerd waarom verweerder geen inreisverbod had moeten opleggen. Het beroep is ongegrond.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Soffers, rechter, in aanwezigheid van mr. R. Kroon, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 12 juli 2018.

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen vier weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening of om het opheffen of wijzigen van een bij deze uitspraak getroffen voorlopige voorziening.

Deze uitspraak verwijst naar

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.