Uitspraak · Vreemdelingenrecht
Rechtbank Den Haag, 3 juli 2018
ECLI:NL:RBDHA:2018:8215Zaaknummer 18.10101
- Instantie
- Rechtbank Den Haag
- Datum uitspraak
- 3 juli 2018
- Publicatiedatum
- 16 juli 2018
- Zaaknummer
- 18.10101
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht, Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Zittingsplaats
- Middelburg
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Eiser met onbekende bestemming vertrokken. Geen contact meer tussen eiser en gemachtigde. Mogelijke opvolgende asielaanvraag onvoldoende procesbelang. Beroep niet-ontvankelijk.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Overwegingen
1. Bij brief van 29 juni 2018 heeft verweerder de rechtbank meegedeeld dat eiser met onbekende bestemming is vertrokken.
2. Eisers gemachtigde heeft desgevraagd ter zitting niet bevestigend kunnen antwoorden op de vraag of hij nog in contact staat met zijn cliënt. Wel heeft hij aangevoerd dat nog sprake is van procesbelang omdat eiser kennis wenst te nemen van een inhoudelijke uitspraak in het geval hij een opvolgende asielaanvraag zou willen indienen.
3. De rechtbank is van oordeel dat uit het feit dat eiser met onbekende bestemming is vertrokken alsmede het feit dat hij geen contact meer onderhoudt met zijn gemachtigde moet worden afgeleid dat eiser niet langer prijs stelt op toelating tot Nederland. Om die reden dient het beroep niet-ontvankelijk te worden verklaard wegens gebrek aan procesbelang. Dat eiser mogelijk in de toekomst een opvolgende asielaanvraag wil indienen, levert geen procesbelang op.
4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
De beslissing is in het openbaar uitgesproken door mr. J.F.I. Sinack, rechter, in aanwezigheid van mr. A.S. Hamans, griffier, op 3 juli 2018.
Dit proces-verbaal is digitaal ondertekend en bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking van dit proces-verbaal. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL18.10101
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam] , eiser
(gemachtigde: mr. M.C. Heijnneman),
en
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
(gemachtigde: mr. S.H.M. Maas).
Procesverloop Bij besluit van 28 mei 2018 (het bestreden besluit) heeft verweerder eisers asielaanvraag afgewezen als kennelijk ongegrond.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
Het onderzoek ter zitting heeft, samen met de behandeling van de zaak met nummer NL18.10102, plaatsgevonden op 3 juli 2018. Eiser en verweerder hebben zich laten vertegenwoordigen door hun gemachtigde. Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de rechtbank onmiddellijk mondeling uitspraak gedaan.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Overwegingen
1. Bij brief van 29 juni 2018 heeft verweerder de rechtbank meegedeeld dat eiser met onbekende bestemming is vertrokken.
2. Eisers gemachtigde heeft desgevraagd ter zitting niet bevestigend kunnen antwoorden op de vraag of hij nog in contact staat met zijn cliënt. Wel heeft hij aangevoerd dat nog sprake is van procesbelang omdat eiser kennis wenst te nemen van een inhoudelijke uitspraak in het geval hij een opvolgende asielaanvraag zou willen indienen.
3. De rechtbank is van oordeel dat uit het feit dat eiser met onbekende bestemming is vertrokken alsmede het feit dat hij geen contact meer onderhoudt met zijn gemachtigde moet worden afgeleid dat eiser niet langer prijs stelt op toelating tot Nederland. Om die reden dient het beroep niet-ontvankelijk te worden verklaard wegens gebrek aan procesbelang. Dat eiser mogelijk in de toekomst een opvolgende asielaanvraag wil indienen, levert geen procesbelang op.
4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
De beslissing is in het openbaar uitgesproken door mr. J.F.I. Sinack, rechter, in aanwezigheid van mr. A.S. Hamans, griffier, op 3 juli 2018.
Dit proces-verbaal is digitaal ondertekend en bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking van dit proces-verbaal. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening.
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.