Uitspraak · Bestuursrecht

Rechtbank Den Haag, 15 mei 2018

ECLI:NL:RBDHA:2018:5750Zaaknummer AWB - 18 _ 49

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
15 mei 2018
Publicatiedatum
21 mei 2018
Zaaknummer
AWB - 18 _ 49
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats
's-Gravenhage
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Hersteluitspraak van ECLI:NL:RBDHA:2018:5462

uitspraak;

- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 170,- aan eiser te vergoeden; en

- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 1.002,-”

Deze uitspraak is gedaan door mr. J.M. Ghrib, rechter, in aanwezigheid van mr. N. Siderius, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 15 mei 2018.

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. [eiser], te [plaats], eiser
  2. Procesverloop
  3. Overwegingen
  4. Beslissing

RECHTBANK DEN HAAG

Bestuursrecht

zaaknummer: SGR 18/49

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 15 mei 2018 in de zaak tussen

[eiser], te [plaats], eiser

(gemachtigde: mr. N.M. Fakiri),

en

het college van burgemeester en wethouders van Den Haag, verweerder

(gemachtigde: R. Vingerling).

Procesverloop

De rechtbank heeft vastgesteld dat in haar uitspraak van 7 mei 2018 (ECLI:NL:RBDHA:2018:5462) onder “Beslissing” een kennelijke onjuistheid staat vermeld.

Overwegingen

In de rubriek “Beslissing” staat vermeld dat de rechtbank het beroep ongegrond verklaart. De rechtbank overweegt dat dat per abuis in de uitspraak is opgenomen omdat uit de overwegingen blijkt dat het beroep gegrond is.

Nu de uitspraak een kennelijke, ook voor partijen kenbare en voor eenvoudig herstel vatbare verschrijving bevat, bestaat aanleiding de uitspraak op dit punt te rectificeren.

Beslissing

De rechtbank:

- herstelt haar uitspraak van 7 mei 2018 (ECLI:NL:RBDHA:2018:5462) aldus, dat onder “Beslissing” moet worden opgenomen:

“De rechtbank:

- verklaart het beroep gegrond;

- vernietigt het bestreden besluit;

- draagt verweerder op een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze

uitspraak;

- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 170,- aan eiser te vergoeden; en

- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 1.002,-”

Deze uitspraak is gedaan door mr. J.M. Ghrib, rechter, in aanwezigheid van mr. N. Siderius, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 15 mei 2018.

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Samenhangende uitspraken

Deze uitspraak verwijst naar

Aangehaald in

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.