Uitspraak · Insolventierecht
Rechtbank Den Haag, 24 april 2018
ECLI:NL:RBDHA:2018:4978Zaaknummer FT RK 18/607
- Instantie
- Rechtbank Den Haag
- Datum uitspraak
- 24 april 2018
- Publicatiedatum
- 2 mei 2018
- Zaaknummer
- FT RK 18/607
- Rechtsgebied
- Civiel recht, Insolventierecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Zittingsplaats
- Den Haag
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Afwijzing verzoek tot faillietverklaring. Steunvordering is kwijtgescholden. Geen pluraliteit. Aan de beoordeling omtrent de faillissementstoestand komt Rb niet toe.
De rechtbank:
- wijst af het verzoek tot faillietverklaring van [X] B.V., voornoemd.
Gegeven door mr. G.H.M. Smelt, rechter, en uitgesproken op 24 april 2018 in tegenwoordigheid van C.R. Cortenbach-van der Lek LL.B., griffier.
Tegen deze uitspraak kan degene die is verschenen en aan wie de Faillissementswet dat recht toekent, uitsluitend via een advocaat binnen acht dagen na de dag van deze uitspraak hoger beroep instellen bij een verzoekschrift, in te dienen ter griffie van het gerechtshof te Den Haag.
Volledige tekst
beschikking
RECHTBANK DEN HAAG
Team Insolventies – enkelvoudige kamer
rekestnummer: C/09/550500 / FT RK 18/607
uitspraakdatum: 24 april 2018
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
BELBELEY B.V.
advocaat: mr. W.T. Broer,
verzoekster,
heeft een verzoekschrift met bijlagen ingediend strekkende tot faillietverklaring van:
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[X] B.V.,
advocaat: mr. J.P. Hellinga,
verweerster.
Het verzoekschrift is op 24 april 2018 behandeld in raadkamer. Daarbij zijn mr. W.T. Broer, namens verzoekster, en mr. J.P. Hellinga, namens verweerster, verschenen en gehoord.
De uitspraak is bepaald op heden.
De rechtbank overweegt als volgt.
Verzoekster heeft het faillissement van verweerster aangevraagd stellende dat verweerster verkeert in de toestand van te hebben opgehouden te betalen nu zij zowel de vordering van verzoekster als een andere vordering onbetaald laat. Uit de jaarrekening zou 2017 zou blijken van een rekening-courantschuld aan Mustela Beheer B.V.
Verweerster heeft de vordering van verzoekster erkend. De door verzoekster aangevoerde steunvordering heeft verweerster gemotiveerd betwist. De vordering van Mustela Beheer B.V. is bij overeenkomst van 9 februari 2018 kwijtgescholden, aldus verweerster. Zij heeft de overeenkomst bij pleitnota overgelegd.
Verzoekster is er niet in geslaagd aan te tonen dat deze betwisting reeds aanstonds verworpen dient te worden.
Nu van de voor faillietverklaring vereiste pluraliteit niet summierlijk is gebleken, zal het faillissementsverzoek worden afgewezen.
Aan de beoordeling van de stelling omtrent de toestand van hebben opgehouden te betalen komt de rechtbank dan ook niet toe.
BESLISSING
De rechtbank:
- wijst af het verzoek tot faillietverklaring van [X] B.V., voornoemd.
Gegeven door mr. G.H.M. Smelt, rechter, en uitgesproken op 24 april 2018 in tegenwoordigheid van C.R. Cortenbach-van der Lek LL.B., griffier.
Tegen deze uitspraak kan degene die is verschenen en aan wie de Faillissementswet dat recht toekent, uitsluitend via een advocaat binnen acht dagen na de dag van deze uitspraak hoger beroep instellen bij een verzoekschrift, in te dienen ter griffie van het gerechtshof te Den Haag.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.