Uitspraak · Vreemdelingenrecht

Rechtbank Den Haag, 21 september 2018

ECLI:NL:RBDHA:2018:11379Zaaknummer AWB - 17 _ 908

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
21 september 2018
Publicatiedatum
6 februari 2024
Zaaknummer
AWB - 17 _ 908
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Vreemdelingenrecht
Procedure
Voorlopige voorziening
Zittingsplaats
Den Haag
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

plakvovo bij 18/123

Beslissing

De voorzieningenrechter van de rechtbank wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M.J.L. van der Waals, rechter, in aanwezigheid van

mr. R. Kroon, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 21 september 2018.

griffier voorzieningenrechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan geen hoger beroep worden ingesteld.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. [verzoekster], verzoekster, V-nummer [V-nummer]
  2. Procesverloop
  3. Overwegingen
  4. Beslissing
  5. Rechtsmiddel

Rechtbank DEN Haag

Bestuursrecht

zaaknummer: AWB 17/908

uitspraak van de voorzieningenrechter van 21 september 2018 op het verzoek om voorlopige voorziening van

[verzoekster], verzoekster, V-nummer [V-nummer]

(gemachtigde mr. N. van Bremen),

tegen

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 11 januari 2017 (het primaire besluit) heeft verweerder de aanvraag om toepassing van artikel 64 van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000) afgewezen.

Verzoekster heeft tegen het primaire besluit bezwaar ingesteld en tevens een verzoek om een voorlopige voorziening ingediend teneinde uitzetting achterwege te laten tot op het bezwaar is beslist.

Bij besluit van 4 januari 2018 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van verzoekster ongegrond verklaard.

Verzoekster heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Overwegingen

1. De voorzieningenrechter is verzocht om hangende bezwaar te bepalen dat uitzetting achterwege blijft, totdat op het bezwaar is beslist. Gelet op artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht wordt het verzoek om voorlopige voorziening aangemerkt als een verzoek hangende beroep.

2. De rechtbank heeft heden het beroep in de procedure met zaaknummer

AWB 18/123 ongegrond verklaard, zodat niet langer wordt voldaan aan het in artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht neergelegde connexiteitsvereiste.

3. Het verzoek zal dan ook niet-ontvankelijk worden verklaard.

4. De voorzieningenrechter acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

Beslissing

De voorzieningenrechter van de rechtbank wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M.J.L. van der Waals, rechter, in aanwezigheid van

mr. R. Kroon, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 21 september 2018.

griffier voorzieningenrechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan geen hoger beroep worden ingesteld.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.