Uitspraak · Bestuursrecht

Rechtbank Den Haag, 31 juli 2018

ECLI:NL:RBDHA:2018:10906Zaaknummer NL18.13193

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
31 juli 2018
Publicatiedatum
28 september 2018
Zaaknummer
NL18.13193
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats
's-Gravenhage
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Vw, Dublin Spanje, proces-verbaal mondelinge uitspraak

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Overwegingen

De rechtbank geeft hiervoor de volgende motivering.

Eiser is geboren op [geboortedatum] 1990 en heeft de Marokkaanse nationaliteit.

Alleen in geschil is of verweerder toepassing had moeten geven aan artikel 17 van de Dublinverordening. De omstandigheden die eiser aanvoert zijn niet zodanig bijzonder dat verweerder de behandeling van het verzoek aan zich had moeten trekken. De rechtbank begrijpt dat eiser graag in Nederland wil blijven, omdat veel familieleden hier wonen, maar dit is onvoldoende. Eiser is 28 jaar, ruim volwassen. Niet is gebleken dat hij zich niet zelfstandig kan handhaven en dat hij niet zonder zijn familie kan.

Het beroep is ongegrond.

Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

De beslissing is in het openbaar uitgesproken door mr. E.S.G. Jongeneel, rechter, in aanwezigheid van mr. A. Nobel, griffier, op 31 juli 2018.

Dit proces-verbaal is digitaal ondertekend en bekendgemaakt op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking van dit proces-verbaal. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening of om het opheffen of wijzigen van een bij deze uitspraak getroffen voorlopige voorziening.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. [eiser], eiser
  2. Procesverloop
  3. Beslissing
  4. Overwegingen

RECHTBANK DEN HAAG

Bestuursrecht

zaaknummer: NL18.13193

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser], eiser

(gemachtigde: mr. M.B. van den Toorn-Volkers),

en

de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: mr. L. Mol).

Procesverloop

Bij besluit van 12 juli 2018 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen op de grond dat Spanje verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag.

Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Het onderzoek ter zitting heeft, tezamen met de behandeling van de zaak NL18.13194, plaatsgevonden op 31 juli 2018. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Als tolk is verschenen H. Ibnolfaqir. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de rechtbank onmiddellijk ter zitting uitspraak gedaan.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Overwegingen

De rechtbank geeft hiervoor de volgende motivering.

Eiser is geboren op [geboortedatum] 1990 en heeft de Marokkaanse nationaliteit.

Alleen in geschil is of verweerder toepassing had moeten geven aan artikel 17 van de Dublinverordening. De omstandigheden die eiser aanvoert zijn niet zodanig bijzonder dat verweerder de behandeling van het verzoek aan zich had moeten trekken. De rechtbank begrijpt dat eiser graag in Nederland wil blijven, omdat veel familieleden hier wonen, maar dit is onvoldoende. Eiser is 28 jaar, ruim volwassen. Niet is gebleken dat hij zich niet zelfstandig kan handhaven en dat hij niet zonder zijn familie kan.

Het beroep is ongegrond.

Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

De beslissing is in het openbaar uitgesproken door mr. E.S.G. Jongeneel, rechter, in aanwezigheid van mr. A. Nobel, griffier, op 31 juli 2018.

Dit proces-verbaal is digitaal ondertekend en bekendgemaakt op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking van dit proces-verbaal. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening of om het opheffen of wijzigen van een bij deze uitspraak getroffen voorlopige voorziening.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.