Uitspraak · Vreemdelingenrecht

Rechtbank Den Haag, 27 februari 2017

ECLI:NL:RBDHA:2017:1790Zaaknummer 15/19450

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
27 februari 2017
Publicatiedatum
28 februari 2017
Zaaknummer
15/19450
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Vreemdelingenrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats
's-Gravenhage
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

COA, procesbelang

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Diepenhorst, rechter, in tegenwoordigheid van mr. J. Loonstra, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 27 februari 2017.

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen vier weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. [naam] , eiser, en
  2. Procesverloop
  3. Overwegingen
  4. Beslissing
  5. Rechtsmiddel

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg

Bestuursrecht

Zaaknummer: AWB 15/19450

V-nummer: [nummer 2] en [nummer 1]

uitspraak van de enkelvoudige kamer voor vreemdelingenzaken van 27 februari 2017 in de zaak tussen

[naam] , eiser, en

[naam 1], eiseres,

gezamenlijk te noemen: eisers,

gemachtigde mr. L.J. Blijdorp,

en

het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA), verweerder,

gemachtigde mr. F. Schoot.

Procesverloop

Eisers hebben beroep ingesteld tegen het besluit van het COA van 6 oktober 2016 (het bestreden besluit), waarbij het verzoek van eisers om toestemming voor het laten verrichten van een contra-expertise documentenonderzoek is afgewezen.

De behandeling van het beroep heeft plaatsgevonden op 13 februari 2017. Eisers zijn ter zitting verschenen, bijgestaan door hun gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Ter zitting is het onderzoek gesloten.

Overwegingen

1. Eisers voeren aan dat het COA hun verzoek om toestemming voor het laten verrichten van een contra-expertise documentenonderzoek naar de identiteitskaart van eiser ten onrechte heeft afgewezen. De rechtbank overweegt als volgt.

2. Eiser heeft bij zijn asielaanvraag onder meer een identiteitskaart overgelegd. De Koninklijke Marechaussee heeft na een documentenonderzoek geconcludeerd dat deze vervalst is. De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie heeft de uitslag van dit documentenonderzoek genoemd in de voornemens tot afwijzing van de asielaanvragen van eisers van 15 oktober 2015. Hij heeft voorts geconcludeerd dat eisers identiteit door middel van andere documenten aannemelijk is gemaakt. Hij heeft op geen moment in de asielprocedure van eisers gevolgen verbonden aan de uitkomst van het documentenonderzoek. Reeds hierom is de rechtbank van oordeel dat eisers geen belang hebben bij het laten verrichten van een contra-expertise documentenonderzoek naar de identiteitskaart. Er is daarom ook geen belang bij de beoordeling van het beroep tegen het bestreden besluit.

3. Het beroep is niet-ontvankelijk.

4. Voor een proceskostenveroordeling is geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Diepenhorst, rechter, in tegenwoordigheid van mr. J. Loonstra, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 27 februari 2017.

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen vier weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.