Uitspraak · Vreemdelingenrecht

Rechtbank Den Haag, 24 oktober 2017

ECLI:NL:RBDHA:2017:13497Zaaknummer NL17.9047

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
24 oktober 2017
Publicatiedatum
23 november 2017
Zaaknummer
NL17.9047
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Vreemdelingenrecht
Procedure
Bodemzaak, Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats
's-Gravenhage
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Buiten zitting, 8:54 Awb. Eiser met onbekende bestemming vertrokken. Procesbelang. Beroep niet-ontvankelijk.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. B.F.Th. de Roos, rechter, in aanwezigheid van S.A.K. Kurvink, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 24 oktober 2017.

griffierrechter

Afschrift verzonden of digitaal ter beschikking gesteld aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan verzet worden ingesteld bij deze rechtbank binnen zes weken na de dag van verzending van deze uitspraak of na de dag van plaatsing daarvan in het digitale dossier. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. [eiser], eiser
  2. Procesverloop
  3. Overwegingen
  4. Beslissing
  5. Rechtsmiddel

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg

Bestuursrecht

zaaknummer: NL17.9047

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 24 oktober 2017 in de zaak tussen

[eiser], eiser

(gemachtigde: mr. H.W.F. Klarenaar),

en

de minister van Veiligheid en Justitie (en diens rechtsvoorgangers), verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 19 september 2017 (het bestreden besluit) heeft verweerder eisers asielaanvraag niet in behandeling genomen op grond van artikel 30, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) omdat Duitsland verantwoordelijk wordt geacht voor de behandeling van zijn aanvraag.

Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Verweerder heeft de op de zaak betrekking hebbende stukken overgelegd.

Overwegingen

1. In artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) is, onder meer, bepaald dat de rechtbank, totdat partijen zijn uitgenodigd om op een zitting van de rechtbank te verschijnen, het onderzoek kan sluiten indien voortzetting van het onderzoek niet nodig is, omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is.

2. In het bestreden besluit heeft verweerder opgemerkt dat uit informatie van de Centraal Orgaan opvang Asielzoekers is gebleken dat eiser op 25 juli 2017, zonder de beslissing op zijn asielaanvraag af te wachten, met onbekende bestemming is vertrokken. Uit het bericht van eisers gemachtigde van 29 september 2017 volgt dat zijn gemachtigde ook geen contact heeft met eiser.

3. De rechtbank ziet zich daarom voor de vraag gesteld of eiser procesbelang heeft bij de beoordeling van zijn beroep.

4. Niet in geschil is dat eiser op 25 juli 2017, nog voor het uitbrengen van het voornemen tot afwijzing van zijn aanvraag, met onbekende bestemming is vertrokken. Gesteld noch gebleken is dat eiser sinds die tijd contact heeft gehad met zijn gemachtigde.

5. Eisers gemachtigde heeft naar voren gebracht dat het klopt dat er thans geen contact meer is, maar dat niet uitgesloten kan worden dat dit vandaag of morgen weer anders wordt.

6. De rechtbank is van oordeel dat uit het feit dat eiser is vertrokken, zonder dat bekend is waarheen, afgeleid moet worden dat eiser kennelijk geen belang hecht aan de beoordeling van zijn beroep door de rechtbank. Voor zover zijn gemachtigde betoogt dat het contact mogelijk weer kan worden hersteld, is de rechtbank van oordeel dat dit een veronderstelling is die niet is onderbouwd. Bij deze stand van zaken is de rechtbank van oordeel dat eiser geen procesbelang heeft.

7. Het beroep is kennelijk niet-ontvankelijk. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. B.F.Th. de Roos, rechter, in aanwezigheid van S.A.K. Kurvink, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 24 oktober 2017.

griffierrechter

Afschrift verzonden of digitaal ter beschikking gesteld aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan verzet worden ingesteld bij deze rechtbank binnen zes weken na de dag van verzending van deze uitspraak of na de dag van plaatsing daarvan in het digitale dossier. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.