Uitspraak · Civiel recht

Rechtbank Assen, 21 februari 2012

ECLI:NL:RBASS:2012:BV6692Zaaknummer 318638

Instantie
Rechtbank Assen
Datum uitspraak
21 februari 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
318638
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Consumentenrecht. Verschuldigdheid van watergeld. Overeenkomst tot waterlevering met het waterleidingbedrijf? Ktr: WMD miskent dat een overeenkomst een meerzijdige rechtshandeling betreft, waarbij een of meer partijen jegens een of meer andere partijen een verbintenis aangaan en dat een rechtshandeling zich kenmerkt door een beoogd rechtsgevolg. Dit brengt met zich dat met het opendraaien van een kraan en de wil van WMD om met degene die de kraan opendraait een overeenkomst aan te gaan geen overeenkomst tot stand kan komen.

5. De beslissing

De kantonrechter

wijst de vordering af,

veroordeelt WMD tot betaling van de proceskosten, tot deze uitspraak aan de zijde van AT Work begroot op € 120,00 aan salaris gemachtigde.

Dit vonnis is gewezen door de kantonrechter mr. B.R. Tromp en in het openbaar uitgesproken op 21 februari 2012.

typ/conc: 213/lp

coll:

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1. De procedure
  2. 2. De vaststaande feiten
  3. 3. De vordering en het verweer
  4. 4. De beoordeling
  5. 5. De beslissing

RECHTBANK Assen

Sector kanton

Locatie Assen

zaak-/rolnummer: 318638 \ CV EXPL 11-4010

vonnis van de kantonrechter van 21 februari 2012

in de zaak van

de naamloze vennootschap N.V. Waterleidingmaatschappij Drenthe,

die gevestigd is in Assen,

eiseres,

gemachtigde: Tijhuis & Partners,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid G. At Work B.V. die tevens h.o.d.n. S3 Auto's,

die gevestigd is in Hoogeveen,

gedaagde,

gemachtigde: mr. M.T. van Daatselaar.

Partijen worden hierna WMD en At Work genoemd.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding van 14 juni 2011;

- de conclusie van antwoord van 24 augustus 2011;

- de conclusie van repliek van 17 oktober 2011;

- de conclusie van dupliek van 13 december 2011;

- de akte uitlating producties van 24 januari 2012.

Ten slotte heeft de kantonrechter bepaald dat vandaag het vonnis wordt uitgesproken.

2. De vaststaande feiten

De kantonrechter gaat uit van de volgende feiten, die vaststaan omdat ze niet of niet voldoende zijn betwist en/of blijken uit de in zoverre onweersproken gelaten inhoud van de overgelegde producties.

Op 6 februari 2010 factureert WMD aan At Work een bedrag ter grootte van € 206,90. At Work betaalt ondanks herhaald verzoek en sommatie deze factuur niet.

3. De vordering en het verweer

WMD vordert, verkort weergegeven, veroordeling van At Work tot betaling van

haar onbetaald gelaten factuur, vermeerderd met rente en kosten. Daartoe stelt WMD, samengevat weergegeven, dat zij op grond van een overeenkomst aan At Work water heeft geleverd. Volgens WMD zijn op die overeenkomst haar algemene voorwaarden van toepassing die haar onder meer recht geven op vergoeding van wettelijke rente en buitengerechtelijke incassokosten.

Het verweer van At Work strekt tot niet-ontvankelijkheid van WMD, althans afwijzing van de vordering en veroordeling van WMD in de kosten van deze procedure. Daartoe betwist At Work, samengevat weergegeven, dat tussen partijen een overeenkomst bestaat.

4. De beoordeling

Het gaat in deze zaak, samengevat weergegeven met het oog op een doelmatige bespreking, om het volgende. WMD stelt dat zij met At Work een overeenkomst heeft gesloten en dat zij op grond van die overeenkomst water heeft geleverd en de kosten daarvan aan At Work heeft gefactureerd. At Work betwist dat een daartoe strekkende overeenkomst tussen partijen tot stand is gekomen. In reactie op dat verweer voert WMD bij repliek aan:

WMD merkt nog op dat niet met alle contractanten een schriftelijke overeenkomst wordt aangegaan zoals door At Work gesteld. Vanaf het moment dat de afnemer voor het eerst drinkwater betrekt van WMD of over een aansluiting beschikt is hij klant van WMD en bestaat er een contractuele verhouding. WMD verwijst hierbij naar artikel 6.2 van de niet betwiste algemene voorwaarden.

Aldus miskent WMD dat een overeenkomst een meerzijdige rechtshandeling betreft, waarbij een of meer partijen jegens een of meer andere partijen een verbintenis aangaan en dat een rechtshandeling zich kenmerkt door een beoogd rechtsgevolg. Dit brengt met zich dat met het opendraaien van een kraan en de wil van WMD om met degene die de kraan opendraait een overeenkomst aan te gaan, geen overeenkomst tot stand kan komen. Dit betekent dat de vordering niet op de door WMD daaraan gegeven grondslag kan worden toegewezen.

WMD legt aan haar vordering niet toereikend concrete feiten en omstandigheden ten grondslag die het mogelijk maken de vordering voor zover die strekt te komen tot incasso van verbruikskosten, op grond van ongerechtvaardigde verrijking toe te wijzen.

Een en ander leidt tot de slotsom dat de vordering moet worden afgewezen.

De kantonrechter zal WMD als de in het ongelijk gestelde partij veroordelen tot betaling van de op de gebruikelijke wijze te berekenen proceskosten.

5. De beslissing

De kantonrechter

wijst de vordering af,

veroordeelt WMD tot betaling van de proceskosten, tot deze uitspraak aan de zijde van AT Work begroot op € 120,00 aan salaris gemachtigde.

Dit vonnis is gewezen door de kantonrechter mr. B.R. Tromp en in het openbaar uitgesproken op 21 februari 2012.

typ/conc: 213/lp

coll:

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.