Uitspraak · Strafrecht

Rechtbank Assen, 15 december 2010

ECLI:NL:RBASS:2010:BO8472Zaaknummer 82492 - HA RK 10-129

Instantie
Rechtbank Assen
Datum uitspraak
15 december 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
82492 - HA RK 10-129
Rechtsgebied
Civiel recht, Strafrecht
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats
Assen
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Wraking van de wrakingskamer (zowel rechters als griffier). Twijfel aan de rechtmatigheid van de beëdiging van de rechters, zodat de wrakingskamer onbevoegd is. De stellingen van verzoeker leveren geen wrakingsgrond op. Wraking van griffier niet mogelijk. Verzoeker wordt niet-ontvankelijk verklaard in zijn verzoek tot wraking van de wrakingskamer en in het onderliggende verzoek.

De rechtbank

1. Verklaart [verzoeker] niet-ontvankelijk in zijn verzoek tot wraking van de wrakingskamer.

2. Verklaart [verzoeker] niet-ontvankelijk in zijn verzoek tot wraking van [de rechter].

3. Bepaalt dat het proces in de hoofdzaak wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond ten tijde van het indienen van het wrakingsverzoek.

4. Beveelt dat de griffier onverwijlde mededeling van deze beslissing doet aan verzoeker, de rechter [de rechter] en het Openbaar Ministerie.

Deze beschikking is gegeven door mr. E. Läkamp, mr. H. Wolthuis en mr. J.L. Boxum, bijgestaan door mr. A.J. Wassenburg-Hazelhoff, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 15 december 2010 en door mr. Läkamp en de griffier ondertekend.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1. De procedure
  2. 2. Het standpunt van verzoeker
  3. 3. Het standpunt van [de rechter]
  4. 4. Het standpunt van het Openbaar Ministerie
  5. 5. De beoordeling
  6. 6. De beslissing

beschikking

RECHTBANK ASSEN

zaaknummer / rekestnummer: 82492 / HA RK 10-129

Beschikking van de meervoudige kamer op het mondeling verzoek tot wraking ingevolge artikel 512 e.v. van het Wetboek van Strafvordering van 15 december 2010

in de zaak van

[VERZOEKER],

wonende te [woonplaats],

verzoeker,

verschenen in persoon.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het proces-verbaal van wraking d.d. 8 oktober 2010, waaruit blijkt dat verzoeker de politierechter die de strafzaak van verzoeker behandelt, [de rechter], wenst te wraken;

- de schriftelijke toelichting van verzoeker d.d. 8 oktober 2010, ingekomen 11 oktober 2010;

- de schriftelijke reactie van [de rechter] d.d. 8 oktober 2010, waaruit blijkt dat hij niet berust in de wraking en geen behoefte heeft te worden gehoord ter zitting;

- de schriftelijke reactie van de Officier van Justitie d.d. 24 november 2010;

- de mondelinge behandeling van de wrakingskamer d.d. 2 maart 2010, ter gelegenheid waarvan verzoeker de wrakingskamer (zowel de rechters als de griffier) eveneens gewraakt heeft.

GRONDEN VAN DE BESLISSING

2. Het standpunt van verzoeker

Verzoeker voert aan dat hij twijfelt of rechter in staat was de strafzaak te behandelen omdat hij heeft aangegeven geen verstand van subprime hypotheken te hebben en door hem genoemde getuigen niet wil horen.

3. Het standpunt van [de rechter]

[de rechter] geeft aan dat het lastig was verzoeker te volgen in zijn betoog en dat de motivering van het wrakingsverzoek met moeite tot stand is gekomen.

4. Het standpunt van het Openbaar Ministerie

De Officier van Justitie heeft aangegeven dat hem op grond van zijn waarneming tijdens de behandeling ter terechtzitting geen feiten of omstandigheden zijn gebleken, waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.

5. De beoordeling

De wraking van de wrakingskamer

5.1. Verzoeker heeft op basis van historische gegevens (een drievoudige moord in Koekangerveld in 1909) betoogd dat hij twijfelt aan de rechtmatigheid van de beëdiging van in ieder geval de rechters die deel uitmaken van deze wrakingskamer. De wrakingskamer is daarom onbevoegd van de zaak kennis te nemen.

5.2. Een rechter kan worden gewraakt “op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden” (o.a. art. 512 Sv.) Bij wraking van rechters van een wrakingskamer – wraking van de griffier is niet mogelijk – gaat het erom of er sprake is van feiten en omstandigheden die het vermoeden wettigen dat de betrokken leden ten aanzien van het door hen te behandelen wrakingsverzoek niet onpartijdig of onafhankelijk zijn.

Bij de beoordeling van een beroep op het ontbreken van onpartijdigheid van de rechter in de zin van art. 6, eerste lid, EVRM dient uitgangspunt te zijn dat een rechter uit hoofde van zijn aanstelling moet worden vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich een uitzonderlijke omstandigheid voordoet die een zwaarwegende aanwijzing oplevert voor het oordeel dat een rechter jegens een rechtzoekende een vooringenomenheid koestert, althans dat de bij een rechtzoekende dienaangaande bestaande vrees objectief gerechtvaardigd is.

Van een gebrek aan onpartijdigheid kan, geheel afgezien van de persoonlijke instelling van de betrokken rechter, ook sprake zijn indien bepaalde feiten of omstandigheden grond geven te vrezen dat het een rechter in die omstandigheden aan onpartijdigheid ontbreekt.

5.3. De stellingen van [verzoeker] – wat daar ook van zij - leveren geen wrakingsgrond zoals hiervoor genoemd op. Het verzoek zal dan ook niet-ontvankelijk worden verklaard. De wrakingskamer doet zelf het onderliggende wrakingsverzoek af.

Wraking [de rechter]

5.4. De wrakingskamer leidt uit de stukken en hetgeen verzoeker naar voren heeft gebracht af dat hij twijfelt of de rechter in staat is “het proces te voeren”. Naar het oordeel van de wrakingskamer leveren de door verzoeker aangevoerde feiten en omstandigheden niet een uitzonderlijke omstandigheid op die een gerechtvaardigde vrees voor vooringenomenheid ten aanzien van deze rechter kan rechtvaardigen. Evenmin geven zij grond te vrezen dat het de gewraakte rechter aan onpartijdigheid ontbreekt noch is ten aanzien van verzoekende partij de schijn van partijdigheid gewekt. Ook dit verzoek zal derhalve niet-ontvankelijk worden verklaard.

6. De beslissing

De rechtbank

1. Verklaart [verzoeker] niet-ontvankelijk in zijn verzoek tot wraking van de wrakingskamer.

2. Verklaart [verzoeker] niet-ontvankelijk in zijn verzoek tot wraking van [de rechter].

3. Bepaalt dat het proces in de hoofdzaak wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond ten tijde van het indienen van het wrakingsverzoek.

4. Beveelt dat de griffier onverwijlde mededeling van deze beslissing doet aan verzoeker, de rechter [de rechter] en het Openbaar Ministerie.

Deze beschikking is gegeven door mr. E. Läkamp, mr. H. Wolthuis en mr. J.L. Boxum, bijgestaan door mr. A.J. Wassenburg-Hazelhoff, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 15 december 2010 en door mr. Läkamp en de griffier ondertekend.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.