Uitspraak · Bestuursrecht

Rechtbank Arnhem, 22 december 2011

ECLI:NL:RBARN:2011:BU9419Zaaknummer AWB 10/2346

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
22 december 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
AWB 10/2346
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Wob. Einduitspraak na tussenuitspraak. Digitale versie van document alsnog aan eiser verstrekt. Hiermee heeft verweerder op correcte wijze aan tussenuitspraak voldaan.

De rechtbank

verklaart het beroep ongegrond;

bepaalt dat verweerder het door eiser betaalde griffierecht van € 150 aan hem vergoedt.

Deze uitspraak is gedaan door mr. J.A. van Schagen, rechter, in tegenwoordigheid van mr. L.A. Kjellevold - Hoegee, griffier.

De griffier, De rechter,

Uitgesproken in het openbaar op 22 december 2011.

Tegen deze uitspraak staat voor belanghebbenden, behoudens het bepaalde in artikel 6:24 juncto 6:13 van de Awb, binnen 6 weken na de dag van verzending hiervan, hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, Postbus 20019, 2500 EA 's-Gravenhage.

Verzonden op: 22 december 2011

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1. Aanduiding bestreden besluit
  2. 2. Procesverloop
  3. 3. Overwegingen
  4. 4. Beslissing

RECHTBANK ARNHEM

Sector bestuursrecht

registratienummer: AWB 10/2346

uitspraak ingevolge artikel 8:77 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb)

van 22 december 2011

inzake

[naam], eiser,

wonende te [woonplaats],

tegen

het Dagelijks bestuur Veiligheids- en Gezondheidsregio Gelderland-Midden, verweerder.

1. Aanduiding bestreden besluit

Besluit van verweerder van 15 juni 2010.

2. Procesverloop

Eiser heeft met instemming van verweerder rechtstreeks beroep ingesteld tegen het in rubriek 1 genoemde besluit.

Het beroep is behandeld ter zitting van de rechtbank van 24 augustus 2011. Eiser is aldaar verschenen. Verweerder heeft zich doen vertegenwoordigen door A. Diependaal en P. van Leeuwen.

De rechtbank heeft op 31 augustus 2011 een tussenuitspraak gewezen.

Verweerder heeft op 26 september besloten een digitale versie van de gedragscode 2006 aan eiser te verstrekken.

De rechtbank heeft het onderzoek op 4 november 2011 gesloten.

3. Overwegingen

Bij zijn tussenuitspraak van 31 augustus heeft de rechtbank overwogen dat verweerder ten onrechte geen digitale versie van de gedragscode 2006 aan eiser heeft verstrekt. Verweerder heeft dit vervolgens bij besluit van 26 september 2011 alsnog gedaan. Eiser heeft bij brief van 30 oktober 2011 aangegeven dat verweerder op correcte wijze aan de tussenuitspraak heeft voldaan en ook dat hij zich volledig in de tussenuitspraak kan vinden.

Naar het oordeel van de rechtbank is met het besluit van 26 september 2011 het gebrek in het bestreden besluit hersteld. Onder verwijzing naar hetgeen ten aanzien van de overige door eiser aangevoerde gronden in de tussenuitspraak van 31 augustus 2011 is overwogen, zal de rechtbank het beroep daarom ongegrond verklaren.

Er bestaat geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling als bedoeld in artikel 8:75 van de Awb nu niet is gebleken van gemaakte kosten. De rechtbank zal wel bepalen dat verweerder het griffierecht aan eiser vergoedt.

4. Beslissing

De rechtbank

verklaart het beroep ongegrond;

bepaalt dat verweerder het door eiser betaalde griffierecht van € 150 aan hem vergoedt.

Deze uitspraak is gedaan door mr. J.A. van Schagen, rechter, in tegenwoordigheid van mr. L.A. Kjellevold - Hoegee, griffier.

De griffier, De rechter,

Uitgesproken in het openbaar op 22 december 2011.

Tegen deze uitspraak staat voor belanghebbenden, behoudens het bepaalde in artikel 6:24 juncto 6:13 van de Awb, binnen 6 weken na de dag van verzending hiervan, hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, Postbus 20019, 2500 EA 's-Gravenhage.

Verzonden op: 22 december 2011

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.