Uitspraak · Strafrecht
Rechtbank Arnhem, 21 januari 2010
ECLI:NL:RBARN:2010:BL0244Zaaknummer 05/982000-10
- Instantie
- Rechtbank Arnhem
- Datum uitspraak
- 21 januari 2010
- Publicatiedatum
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 05/982000-10
- Rechtsgebied
- Strafrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - meervoudig
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
BESLISSING EX ARTIKEL 50, lid 2 VAN HET WETBOEK VAN STRAFVORDERING, inhoudende dat de raadsman geen toegang zal hebben tot de verdachte en dat brieven of andere stukken tussen de raadsman en de verdachte gewisseld, niet zullen worden uitgereikt voor de duur van zes dagen.
De beslissing
Heft op het bevel van de officier van justitie.
Deze beschikking is gegeven op 21 januari 2010 door:
mrs. J.P.M. Schwillens als voorzitter,
C.N. Dijkstra en H.T. Wagenaar, rechters,
in tegenwoordigheid van N.G. van Dalen als griffier
Volledige tekst
Rechtbank Arnhem
Sector strafrecht
Meervoudige raadKamer
Parketnummer: 05/982000-10
Rechtbanknummer: 10/67
Datum zitting: 21 januari 2010
BESLISSING EX ARTIKEL 50, lid 2
VAN HET WETBOEK VAN STRAFVORDERING
Beslissing van de rechtbank Arnhem, meervoudige raadkamer, naar aanleiding van het op 19 januari 2010 uitgevaardigde bevel ex artikel 50 lid 2 van het Wetboek van Strafvordering tegen verdachte:
Naam : [verdachte]
Voornamen : [Voornamen]
Geboren op : [geboortedatum] te [geboorteplaats]
Wonende te : [adres]
inhoudende dat de raadsman geen toegang zal hebben tot de verdachte en dat brieven of andere stukken tussen de raadsman en de verdachte gewisseld, niet zullen worden uitgereikt voor de duur van zes dagen.
De officier van justitie heeft de voorzitter van de rechtbank onverwijld dit bevel doen toekomen.
De procedure
Het bevel is in raadkamer van 21 januari 2010 getoetst. In raadkamer is verschenen mr. [naam].
De officier van justitie heeft ter terechtzitting het bevel toegelicht.
De beoordeling
Ter zitting is gebleken dat de raadsman voor [naam] c.v. en [naam] Holding b.v. optreedt. Tevens heeft de raadsman zijn voornemen kenbaar gemaakt verdachte te willen bijstaan na diens aanhouding. Verdachte is als vastgoed manager in dienst van [naam2] b.v. dat gelieerd is aan [naam] c.v. en [naam] Holding b.v. en is contactpersoon voor wat betreft het beheer van de panden van [naam] b.v.
Gelet op het bovenstaande doet zich naar het oordeel van de raadkamer niet de situatie voor dat de raadsman de belangen behartigt van meerdere - mede - verdachten in dezelfde zaak, die gedetineerd zijn en in beperkingen verblijven en is de rechtbank ook overigens niet van enige omstandigheid gebleken of is enige omstandigheid aannemelijk gemaakt die een uitzondering op het beginsel van het vrije verkeer tussen de raadsman en zijn cliënt en als gevolg daarvan een bevel ex artikel 50 lid 2 Wetboek van Strafvordering zou kunnen rechtvaardigen.
De raadkamer is van oordeel dat het bevel op onjuiste gronden is gegeven. Het bevel dient op grond van artikel 50 lid 3 Wetboek van Strafvordering dan ook te worden opgeheven.
De beslissing
Heft op het bevel van de officier van justitie.
Deze beschikking is gegeven op 21 januari 2010 door:
mrs. J.P.M. Schwillens als voorzitter,
C.N. Dijkstra en H.T. Wagenaar, rechters,
in tegenwoordigheid van N.G. van Dalen als griffier
Wetsartikelen in deze uitspraak
- Artikel 50 Sv
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.