Uitspraak · Personen- en familierecht
Rechtbank Arnhem, 23 maart 2010
ECLI:NL:RBARN:2010:4410Zaaknummer 195549
- Instantie
- Rechtbank Arnhem
- Datum uitspraak
- 23 maart 2010
- Publicatiedatum
- 14 oktober 2013
- Zaaknummer
- 195549
- Rechtsgebied
- Civiel recht, Personen- en familierecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Zittingsplaats
- Arnhem
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Echtscheidingsbeschikking zonder verweer. Voor vaststellen van (wijze van) verdeling geen plaats. Huurrecht van twee woningen.
De rechtbank
spreekt de echtscheiding uit tussen de partijen, die met elkaar gehuwd zijn op [datum] maart 2009 in de gemeente Arnhem;
bepaalt dat de vrouw huurder zal zijn van de woning, gelegen te [adres], zulks met ingang van de dag waarop de echtscheidingsbeschikking is ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand;
bepaalt dat de man huurder zal zijn van de woning, gelegen te [adres], zulks met ingang van de dag waarop de echtscheidingsbeschikking is ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand;
bepaalt dat de onder 2 en 3 genoemde beslissingen uitvoerbaar zijn bij voorraad;
wijst af hetgeen meer of anders is verzocht.
Deze beschikking is gegeven door mr. K. van Vlimmeren-van Ommen, rechter, in tegenwoordigheid van D.H. Wubbels als griffier en in het openbaar uitgesproken op 23 maart 2010.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
beschikking
RECHTBANK ARNHEM
Sector Familie en Jeugd
Zaakgegevens: 195549 / ES RK 10-47
Datum uitspraak: 23 maart 2010
beschikking echtscheiding
in de zaak van
[verzoeker] (nader te noemen: de vrouw),
wonende te [woonplaats],
advocaat mr. M.R. Roethof te Arnhem,
tegen
[verweerder] (nader te noemen: de man),
wonende te [woonplaats].
Het verloop van de procedure
Dit verloop blijkt uit:
- het verzoekschrift met bijlagen, ingekomen op 21 januari 2010;
- het exploot van betekening d.d. 15 januari 2010.
De man heeft geen verweer gevoerd.
Motivering van de beslissing
Als onweersproken en mede op grond van de overgelegde stukken staat vast hetgeen is gesteld in het verzoekschrift over de nationaliteit van de partijen (zij hebben beiden de Nederlandse en de Marokkaanse nationaliteit), de huwelijkssluiting en het huwelijksgoederenregime.
Deze rechtbank is bevoegd, omdat de vrouw in dit arrondissement woont.
De vrouw heeft de rechtbank verzocht de echtscheiding tussen partijen uit te spreken.
De vrouw heeft tevens verzocht het huurrecht van de woning waar zij verblijft aan [adres] aan haar toe te scheiden en het huurrecht van de woning waar de man woont aan [adres] aan de man. De rechtbank vat dit verzoek aldus op, dat bepaald zal worden dat de vrouw huurder zal zijn van de woning aan [adres] en de man huurder zal zijn van de woning aan [adres]. De rechtbank zal dienovereenkomstig beslissen.
De vrouw heeft voorts verzocht dat de zich in de woning bevindende inboedelgoederen worden toegescheiden aan de degene die in de woning woont en dat de schulden die door de man zijn gemaakt aan hem worden toegescheiden en eventuele schulden die door de vrouw zijn gemaakt aan haar worden toegescheiden. Dit verzoek heeft betrekking op de (wijze van) verdeling van de huwelijksgemeenschap. Nu gesteld noch gebleken is dat de man zich tegen de door de vrouw voorgestelde (wijze van) verdeling verzet, is er voor het vaststellen van de (wijze van) verdeling door de rechtbank op de voet van artikel 3:185 Burgerlijk Wetboek (BW) geen plaats. Dit verzoek zal daarom worden afgewezen.
Nu overigens aan de wettelijke eisen is voldaan, kan het verzochte worden toegewezen als volgt.
De beslissing
De rechtbank
spreekt de echtscheiding uit tussen de partijen, die met elkaar gehuwd zijn op [datum] maart 2009 in de gemeente Arnhem;
bepaalt dat de vrouw huurder zal zijn van de woning, gelegen te [adres], zulks met ingang van de dag waarop de echtscheidingsbeschikking is ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand;
bepaalt dat de man huurder zal zijn van de woning, gelegen te [adres], zulks met ingang van de dag waarop de echtscheidingsbeschikking is ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand;
bepaalt dat de onder 2 en 3 genoemde beslissingen uitvoerbaar zijn bij voorraad;
wijst af hetgeen meer of anders is verzocht.
Deze beschikking is gegeven door mr. K. van Vlimmeren-van Ommen, rechter, in tegenwoordigheid van D.H. Wubbels als griffier en in het openbaar uitgesproken op 23 maart 2010.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.