Uitspraak · Civiel recht
Rechtbank Amsterdam, 11 september 2026
ECLI:NL:RBAMS:2026:9899Zaaknummer 11771489 CV ExPL 25-9010
- Instantie
- Rechtbank Amsterdam
- Datum uitspraak
- 11 september 2026
- Publicatiedatum
- 13 oktober 2026
- Zaaknummer
- 11771489 CV ExPL 25-9010
- Rechtsgebied
- Civiel recht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig, Proceskostenveroordeling
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Verhuurder wordt veroordeeld tot terugbetaling van door huurder onverschuldigd betaalde huurverhogingen. Het vonnis wordt niet uitvoerbaar bij voorraad verklaard want dat is niet gevorderd.
BESLISSING
De kantonrechter:
bepaalt dat het huurprijswijzigingsbeding buiten toepassing blijft;
veroordeelt Stadgenoot om te betalen aan [eiser] een bedrag van € 15.144,28 wegens onverschuldigd betaalde huurverhogingen over de periode vanaf 1 juli 2017 tot en met 1 juli 2026;
veroordeelt Stadgenoot tot betaling van de proceskosten aan de zijde van [eiser] tot de uitspraak van dit vonnis begroot op: € 90,00 wegens griffierecht
€ 864,00 aan salaris gemachtigde (2 punten)
=======€ 954,00 totaal, voor zover van toepassing inclusief btw;
veroordeelt Stadgenoot in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 144,00 aan salaris gemachtigde, voor zover van toepassing inclusief btw;
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.W. van der Veen, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken door mr. M. van der Kaay, kantonrechter op 11 september 2026 in het bijzijn van mr. E.J.E. van IJken, griffier.
399
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
Civiel recht
Kantonrechter
Zaaknummer: 11771489 \ CV EXPL 25-9010
Vonnis van 11 september 2026
in de zaak van
[eiser],
wonende te [woonplaats],
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser],
gemachtigde: mr. W. Albers,
tegen
STICHTING STADGENOOT,
gevestigd te Amsterdam,
gedaagde partij,
hierna te noemen: Stadgenoot,
gemachtigde: mr. H.M. Hielkema.
VERDER VERLOOP VAN DE PROCEDURE
Bij tussenvonnis van 12 juni 2026 - bij de inhoud waarvan de kantonrechter blijft, en waarvan de inhoud hier als ingelast en overgenomen geldt - is de zaak weer naar de rol verwezen voor het nemen van een akte door Stadgenoot.
Stadgenoot heeft een akte genomen. [eiser] heeft geen gebruik gemaakt van de gelegenheid een antwoord-akte te nemen.
Vervolgens is een datum voor vonnis bepaald.
GRONDEN VAN DE BESLISSING
- Stadgenoot heeft - zoals haar in het tussenvonnis van 12 juni 12026 is verzocht - bij akte een overzicht gegeven van de door [eiser] verrichte betalingen vanaf 2017 afgezet tegen de vanaf die datum verschuldigde kale (aanvangs)huurprijs van € 875,00 per maand. Uit dat niet weersproken overzicht blijkt dat [eiser] over de periode vanaf 1 juli 2017 tot en met 1 juli 2026 totaal een bedrag van € 15.144,28 aan huurverhogingen onverschuldigd heeft voldaan. Stadgenoot zal worden veroordeeld tot terugbetaling van dit bedrag.
- Stadgenoot heeft verzocht het onderhavige vonnis niet uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. Nog daargelaten dat [eiser] hiertegen geen verweer heeft gevoerd, is door [eiser] geen uitvoerbaarheid bij voorraad gevorderd zodat deze vordering reeds om die reden niet zal worden toegewezen.
- Voorzover [eiser] in het in haar pleitnota onder 7. (opnieuw) geformuleerde petitum aanspraak wenst te maken op wettelijke rente wordt dit niet aangemerkt als vermeerdering van eis omdat [eiser] dit niet als zodanig heeft gepresenteerd en Stadgenoot in redelijkheid geen gelegenheid heeft gehad hierop verweer te voeren.
4. Als de in het ongelijk gestelde partij wordt Stadgenoot veroordeeld in de kosten van het geding. Aan [eiser] is een toevoeging verleend. Daarom komen in deze zaak de explootkosten ten laste van het Rijk. Wegens het ontbreken van een wettelijke grondslag is een kostenveroordeling met de verplichting tot betaling aan de griffier van de ten laste van het Rijk gekomen exploot- en/of advertentiekosten niet mogelijk.
BESLISSING
De kantonrechter:
bepaalt dat het huurprijswijzigingsbeding buiten toepassing blijft;
veroordeelt Stadgenoot om te betalen aan [eiser] een bedrag van € 15.144,28 wegens onverschuldigd betaalde huurverhogingen over de periode vanaf 1 juli 2017 tot en met 1 juli 2026;
veroordeelt Stadgenoot tot betaling van de proceskosten aan de zijde van [eiser] tot de uitspraak van dit vonnis begroot op: € 90,00 wegens griffierecht
€ 864,00 aan salaris gemachtigde (2 punten)
=======€ 954,00 totaal, voor zover van toepassing inclusief btw;
veroordeelt Stadgenoot in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 144,00 aan salaris gemachtigde, voor zover van toepassing inclusief btw;
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.W. van der Veen, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken door mr. M. van der Kaay, kantonrechter op 11 september 2026 in het bijzijn van mr. E.J.E. van IJken, griffier.
399
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.