Uitspraak · Bestuursprocesrecht

Rechtbank Amsterdam, 24 september 2026

ECLI:NL:RBAMS:2026:9842Zaaknummer AMS 25/4034

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
24 september 2026
Publicatiedatum
9 oktober 2026
Zaaknummer
AMS 25/4034
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Bestuursprocesrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats
Amsterdam
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Weggesleepte auto. Mondelinge uitspraak. Auto mocht van laad- en losplaats weggesleept worden, ondanks dat andere auto's niet weg zijn gehaald.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. L. Dolfing, rechter, in aanwezigheid van mr. P. Tanis, griffier.

Uitgesproken in het openbaar op 24 september 2026.

griffierrechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop dit proces-verbaal is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. [eiser] , uit [woonplaats] , eiser
  2. Procesverloop
  3. Beoordeling door de rechtbank
  4. Conclusie en gevolgen
  5. Beslissing
  6. Informatie over hoger beroep

RECHTBANK AMSTERDAM

Bestuursrecht

zaaknummer: AMS 25/4034

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 24 september 2026 in de zaak tussen

[eiser] , uit [woonplaats] , eiser

en

het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam, verweerder

(gemachtigde: mr. I.A. Omada).

Procesverloop

1.1.

Op 16 november 2024 heeft verweerder eisers voertuig weggesleept en de kosten daarvan op eiser verhaald. Met het bestreden besluit van 2 juni 2025 op het bezwaar van eiser is verweerder bij dat besluit gebleven.

1.2.

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit en verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

1.3.

De rechtbank heeft het beroep op 24 september 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser en de gemachtigde van verweerder.

1.4.

Na afloop van de zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan en daarbij meegedeeld dat hoger beroep kan worden ingesteld.

Beoordeling door de rechtbank

2. Verweerder heeft de auto weggesleept omdat deze in overtreding stond geparkeerd op een laad- en loshaven aan de Nieuwe Passeerdersstraat te Amsterdam.

3. Eiser heeft aangevoerd dat hij zijn auto na 20:00 uur ter plaatse had geparkeerd om zijn moeder in het tegenover gelegen verzorgingshuis op te halen. Eiser was in de veronderstelling dat hij daar kon staan. Er stonden ook andere auto’s geparkeerd op de ruime laad- en losplaats. Deze auto’s zijn niet weggesleept, zodat sprake is van willekeur en rechtsongelijkheid. Het tijdstip van wegslepen is bovendien arbitrair. Het bordje waarop zou moeten staan dat laden en lossen geldt tussen 9:00 uur en 18:00 uur, zoals te doen gebruikelijk, was niet leesbaar. Daarnaast is uit de foto’s en/of de wegsleepbon niet gebleken dat de handhaver de waarnemingstermijn van 10 minuten in acht heeft genomen. Al deze omstandigheden dienen samen te worden bezien.

4. De voorzieningenrechter volgt eiser niet. Vooropgesteld wordt dat eiser niet betwist dat zijn auto geparkeerd stond op de laad- en losplaats. Dat er een onderbordje zou hangen waarop staat dat dit alleen geldt tussen 9:00 uur en 18:00 uur blijkt nergens uit. Op de foto is slechts een omgedraaid en niet leesbaar bordje te zien. De voorzieningenrechter gaat er daarom vanuit dat er geen bordje met tijdstippen hing en dat ter plaatse dus op alle tijdstippen alleen laden en lossen toegestaan. Het betoog van eiser slaagt niet.

5. Verder is niet gebleken dat de waarnemingstermijn van 10 minuten niet in acht is genomen. Uit het proces-verbalal van de handhavers blijkt dat er geen laad- en los activiteiten bij het voertuig zijn waargenomen, dat er geen bestuurder aanwezig was en dat deze situatie in elk geval gedurende 10 minuten onveranderd is gebleven. De rechtbank heeft in hetgeen door eiser is aangevoerd geen reden om hier aan te twijfelen. Ook dit betoog van eiser slaagt niet.

6. Ook het beroep op willekeur slaagt niet. De rechtbank overweegt dat het invoelbaar is dat eiser het oneerlijk vindt dat alleen zijn auto is weggesleept. Verweerder heeft echter een beginselplicht tot handhaven en dient daarnaast ook capaciteitskeuzes te maken, zoals op de zitting door de gemachtigde van verweerder is toegelicht. De keuze om alleen eisers auto weg te slepen is dus niet zo onwillekeurig dat dit onrechtmatig is geweest. Ten slotte ziet de rechtbank ook geen aanleiding om de kosten voor het wegslepen te matigen, zoals door eiser verzocht. Het uitgangspunt is dat de uitoefening van bestuursdwang en kostenverhaal samen gaan.

Conclusie en gevolgen

7. Het beroep is ongegrond. Eiser krijgt daarom het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. L. Dolfing, rechter, in aanwezigheid van mr. P. Tanis, griffier.

Uitgesproken in het openbaar op 24 september 2026.

griffierrechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop dit proces-verbaal is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.