Uitspraak · Bestuursrecht

Rechtbank Amsterdam, 9 september 2026

ECLI:NL:RBAMS:2026:8971Zaaknummer AMS 25/5032 en 26/958

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
9 september 2026
Publicatiedatum
19 oktober 2026
Zaaknummer
AMS 25/5032 en 26/958
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats
Amsterdam
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Toewijzing en intrekking urgentieverklaring. Zoekprofiel is juist vastgesteld en het aanbod was passend. De rechtbank is echter van oordeel dat de intrekking van de urgentieverklaring voor eiseres en haar kinderen, onderaan de streep, onredelijk bezwarend is. Daarbij speelt de wijze waarop de procedure is verlopen een rol en de omstandigheid dat het gaat om een urgentie wegens de medische situatie van de kinderen van eiseres.

De rechtbank

  • verklaart het beroep tegen het bestreden besluit 1 ongegrond;
  • verklaart het beroep tegen het bestreden besluit 2 gegrond;
  • vernietigt het besluit van 13 januari 2026;
  • herroept het besluit van 21 augustus 2025;
  • bepaalt dat deze uitspraak in de plaats komt van het vernietigde besluit;
  • wijst het verzoek om schadevergoeding af;
  • bepaalt dat het college het griffierecht van € 200,- aan eiseres moet vergoeden;
  • veroordeelt het college tot betaling van € 2.534,- aan proceskosten aan eiseres.

Deze uitspraak is gedaan door mr. mr. L. Dolfing, rechter, in aanwezigheid van mr. N. van der Kroft, griffier.

Uitgesproken in het openbaar op 9 september 2026.

griffierrechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. [eisers] , te [woonplaats] , eiseres
  2. Samenvatting
  3. Inleiding
  4. Beoordeling door de rechtbank
  5. Conclusie en gevolgen
  6. Beslissing
  7. Informatie over hoger beroep

RECHTBANK AMSTERDAM

Bestuursrecht

zaaknummers: AMS 25/5023 en 26/958

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 9 september 2026 in de zaken tussen

[eisers] , te [woonplaats] , eiseres

(gemachtigde: mr. S. Aarsman),

en

het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam, verweerder (het college)

(gemachtigden: [gemachtigde] en mr. J.H.G. van den Boorn)

Samenvatting

1. Deze uitspraak gaat over de toewijzing en vervolgens de intrekking van de urgentieverklaring van eiseres. Eiseres is het niet eens met het zoekprofiel dat bij de toewijzing van de urgentieverklaring is vastgesteld. Zij is het ook oneens met de intrekking van de urgentieverklaring omdat zij een woningaanbod heeft geweigerd. Zij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de toewijzing en de intrekking van de urgentieverklaring.

1.1.

De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat bij de toewijzing van de urgentieverklaring het zoekprofiel in overeenstemming met de betreffende regelgeving is vastgesteld. De rechtbank is ook van oordeel dat aan eiseres een passend aanbod is gedaan. Eiseres krijgt op dit onderdeel dus geen gelijk. De rechtbank is echter van oordeel dat de intrekking voor eiseres en haar kinderen, onderaan de streep, onredelijk bezwarend is. Eiseres krijgt dus op dat punt gelijk. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Inleiding

2. Met het besluit van 24 juli 2025 (bestreden besluit 1) op de bezwaren van eiseres tegen het afwijzen van haar aanvraag om een urgentieverklaring heeft het college een urgentieverklaring aan eiseres verleend.

2.1.

Met het besluit van 21 augustus 2025 heeft het college de urgentieverklaring ingetrokken. Met het besluit van 13 januari 2026 (bestreden besluit 2) is het college bij de intrekking gebleven.

2.2.

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen de bestreden besluiten.

2.3.

De rechtbank heeft de beroepen op 11 augustus 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, de gemachtigde van eiseres en de gemachtigden van het college.

Beoordeling door de rechtbank

Standpunten van de kinderen

3. De rechtbank heeft de oudste kinderen van eiseres in de gelegenheid gesteld om voor de zitting gehoord te worden. De kinderen hebben van het horen afgezien, maar zij hebben wel brieven aan de rechtbank geschreven. De rechtbank heeft de brieven bij de beoordeling betrokken.

Wat ging er aan deze zaak vooraf?

4. Eiseres woont, na een relatiebreuk, met haar drie minderjarige kinderen bij haar moeder in [woonplaats] in een driekamerwoning. Er is sprake van medische problematiek. De zoon van eiseres heeft sikkelcelziekte. De oudste kinderen hebben astma c.q. eczeem en eiseres heeft een loopbeperking. De aanvraag van eiseres om urgentie is eerst geweigerd. Tijdens de bezwaarprocedure heeft het college alsnog een medisch onderzoek laten uitvoeren door de GGD. Uit het GGD-onderzoek (het medisch advies) is gebleken dat het gezin van eiseres voldoet aan de criteria voor een medische urgentie. Met het bestreden besluit 1 heeft het college op basis van de bevindingen van de GGD alsnog een urgentieverklaring op medische gronden aan eiseres verleend voor een woning met de volgende kenmerken (zoekprofiel):

Toegankelijkheid: gelijkvloerse woning op de begane grond of toegankelijk met lift

Aantal personen: 1 volwassene, 3 kinderen

Aantal kamers: 4 kamers

Uitgesloten stadsdeel: stadsdeel [stadsdeel]

Eiseres heeft een eenmalig aanbod voor een woning op de locatie [adres] afgewezen. Als gevolg daarvan heeft het college de urgentieverklaring van eiseres op 21 augustus 2025 ingetrokken. Met het bestreden besluit 2 is het college bij de intrekking gebleven. Eiseres heeft tegen beide bestreden besluiten beroep ingesteld. Het college heeft op de beroepen gereageerd met verweerschriften.

Is het zoekprofiel juist vastgesteld?

5. Eiseres stelt zich primair op het standpunt dat de GGD-arts in het medisch advies onvoldoende is ingegaan op de beperkingen van de kinderen. Volgens eiseres had de medische informatie anders gewogen moeten worden. Die weging had ertoe moeten leiden dat voor alle kinderen, gelet op hun beperkingen, een eigen kamer is geïndiceerd. De rechtbank volgt eiseres niet in dit standpunt. Daarbij is het volgende van belang. Op de zitting is in algemene zin gesproken over de klachten van de kinderen en de gestelde noodzaak voor eigen kamers. Daarbij is vastgesteld dat alle medische informatie, over zowel eiseres als de kinderen, door de GGD-arts is betrokken bij de medische beoordeling. De GGD-arts heeft op basis van de medische stukken en het gesprek met eiseres geconcludeerd dat het voor de gezondheid van de drie kinderen van belang is dat ze over een eigen woning komen te beschikken, waar eiseres controle heeft over de omgeving, in plaats van nu, grootmoeder. Eiseres heeft in beroep geen nadere stukken ingebracht waaruit blijkt dat de GGD-arts had moeten concluderen dat de kinderen op medische gronden zijn aangewezen op een eigen kamer. De enkele stelling van eiseres zelf dat bij sikkelcelziekte episodes worden aangejaagd door stress, en dat haar zoon in een rustige omgeving moet kunnen herstellen na een opname, is daarvoor onvoldoende. De oudste kinderen van eiseres hebben verklaringen ingebracht waaruit blijkt dat zij graag een eigen kamer willen om verschillende redenen, zoals vriendinnen uitnodigen of om geen last van elkaars gesnurk te hebben. Hoewel de rechtbank dit begrijpt, is het onvoldoende om de rechtbank te doen twijfelen aan de conclusie van het medisch advies. Dit betekent dat het college het medisch advies aan de besluitvorming ten grondslag heeft mogen leggen en dat het zoekprofiel op grond van de medische informatie juist is vastgesteld. De beroepsgrond slaagt dus niet.

Mocht het college van de passendheidscriteria afwijken?

6. Eiseres stelt verder dat de aangeboden woning niet passend is omdat deze kleiner is dan 70m2. Daarmee wijkt de woning af van de passendheidscriteria als bedoeld in

artikel 2.8.1, tweede lid van de huisvestingsverordening (HVV). Eiseres stelt dat zij de woning om die reden heeft mogen weigeren. Het college heeft toegelicht dat uit de HVV en de Nadere regels[_9c9155f6-a0ec-4f0c-8c08-5f56034e4d44] volgt dat huishoudens met drie of meer minderjarige kinderen voorrang genieten voor de toekenning van een huisvestingsvergunning voor woonruimte met vier of meer kamers en ten minste een woonoppervlak van 70 m2, maar dat dit geen minimale eisen betreffen. In artikel 2.8.1, zesde lid van de HVV is namelijk opgenomen dat corporaties kunnen afwijken van de passendheidscriteria voor gezinnen. Een corporatie kan besluiten om een woning die niet volledig aan de passendheidscriteria voldoet, toch als passend te beschouwen voor een groot of klein gezin. Dit volgt ook uit de bewoordingen van artikel 16, tweede lid van de Nadere regels, waarin wordt gesproken van een “richtlijn”. Daar komt bij dat in de toelichting bij de verordening is opgenomen dat een profiel wordt opgesteld dat “naar het oordeel van het college” volstaat in het oplossen van het huisvestingsprobleem. De rechtbank volgt dit en ziet geen aanleiding om te oordelen dat het college de aangeboden woning niet als passend heeft kunnen beschouwen. Hoewel de woning in de advertentie is aangemerkt als een woning met een oppervlakte van 67m2, is uit de plattegrond van de woning op te maken dat het gaat om een gebruiksoppervlakte van 77 m2. De woning was dus niet zodanig afwijkend van de richtlijn dat het om die reden niet als passend beschouwd kan worden.

Belangen van de kinderen

7. Eiseres verwijst naar verdragen[_32c36760-2ce9-47fd-a48e-c1402842a762] waaruit zij afleidt dat bij het opstellen van een zoekprofiel rekening dient te worden gehouden met de rechten van het kind. Uit deze verdragen volgt dat het college bij het nemen van de bestreden beslissing de belangen van de kinderen van eiseres moet meenemen. De rechtbank stelt vast dat het college deze belangen heeft betrokken in de besluitvorming door een medisch advies te vragen aan de GGD en het advies bij het vaststellen van het zoekprofiel te betrekken. Verder heeft het college rekening gehouden met het aantal kinderen door in het zoekprofiel op te nemen dat de woning over vier kamers dient te beschikken. De rechtbank is van oordeel dat het college de belangen van de kinderen hiermee heeft onderzocht en kenbaar bij de besluitvorming heeft betrokken.

Hardheidsclausule en evenredigheid

8. De rechtbank ziet geen aanleiding om te oordelen dat het college op grond van de hardheidsclausule[_57ff3f67-7925-4cd5-970a-38a2ece0dd56] of de evenredigheid had moeten afwijken van de regels die gaan over het zoekprofiel en de passendheidscriteria en een extra kamer had moeten opnemen in het zoekprofiel. Het enkele feit dat eiseres slecht ter been is, twee kinderen astma c.q. eczeem hebben en één kind sikkelcelziekte heeft, is niet zodanig bijzonder dat het college gehouden was om in afwijking van de regelgeving een extra kamer bij het zoekprofiel op te nemen.

Conclusie zoekprofiel

9. Op grond van het bovenstaande komt de rechtbank tot de conclusie dat het college het zoekprofiel in overeenstemming met de verordening en de nadere regels heeft opgesteld en niet is gebleken dat het college gehouden was om hiervan af te wijken door de omstandigheden van eiseres. De besluitvorming komt niet voor vernietiging in aanmerking en het beroep is dus ongegrond.

Kon het college de urgentieverklaring intrekken?

10. De rechtbank heeft vastgesteld dat het zoekprofiel in overeenstemming met de geldende regels is opgesteld en dat het aanbod passend was. Uit artikel 2.10.10. onder d van de HVV volgt dat het college de urgentieverklaring intrekt als een passend aanbod wordt geweigerd. De intrekkingsgrond is voor het college verplichtend geformuleerd. Dit betekent dat als zich een intrekkingsgrond voordoet, de urgentieverklaring ingetrokken dient te worden. De rechtbank stelt vast dat de intrekking in overeenstemming is met de regels van de HVV en de Nadere regels. De rechtbank ziet op basis van de specifieke feiten en omstandigheden van dit geval echter aanleiding om te oordelen de intrekking voor eiseres en haar gezin, onder de streep, onredelijk bezwarend is.[_0424a41d-2f92-4418-8975-d4005f9f7fbf] Het volgende is hiertoe redengevend. De urgentieverklaring is bij de heroverweging verleend. Dat brengt met zich mee dat het zoekprofiel geen onderdeel is geweest van de heroverweging. Het besluit is op 24 juli 2025 aan de gemachtigde van eiseres gestuurd. Op 28 juli 2025 heeft eiseres laten weten dat zij het oneens is met het zoekprofiel en herziening van het medisch advies verzocht. In reactie hierop heeft het college eiseres per ommegaande bericht dat zij beroep moet instellen als zij het oneens is met het zoekprofiel. Op 1 augustus 2025 is de woning aan de [adres] aan eiseres aangeboden. Hoewel de rechtbank het college volgt dat eiseres voor het inroepen van rechtsbescherming beroep had moeten instellen en daarbij de rechtbank had kunnen verzoeken om het bestreden besluit te schorsen, is de rechtbank van oordeel dat dit onder deze omstandigheden niet aan eiseres kan worden tegengeworpen. Hierbij is van belang dat de beroepstermijn nog niet was verstreken op het moment dat eiseres de woning kreeg aangeboden en het aanbod daarmee de beroepstermijn heeft doorkruist, terwijl bekend was dat het zoekprofiel in geschil was en daarover geen bestuurlijke heroverweging had plaatsgevonden. Daar komt bij dat in het bestreden besluit kenbaar is gemaakt dat eiseres binnen een tot drie dagen op een aanbod moet reageren. De rechtbank is van oordeel dat deze omstandigheden zijn aan te merken als bijzondere omstandigheden die maken dat in het voorliggende geval toepassing van het voorschrift voor eiseres en haar kinderen zozeer in strijd komt met het evenredigheidsbeginsel dat die toepassing in dit specifieke geval achterwege moet blijven. Daarbij betrekt de rechtbank ook dat het gaat om een medische urgentie die is verleend in verband met de medische problematiek van de kinderen waarbij in het medisch advies is vastgesteld dat bij de oudere kinderen de lichamelijke klachten toenemen in de huidige woonomgeving. Het gevolg van de intrekking van de urgentie zou zijn dat deze situatie blijft voortbestaan, waarmee de belangen van de kinderen onevenredig worden geschaad. Het bestreden besluit komt op grond van het overwogene daarom voor vernietiging in aanmerking.

Schadevergoeding

11. Eiseres heeft een verzoek om immateriële schadevergoeding gedaan wegens het onterecht afwijzen van haar aanvraag en het (volgens haar) onjuist vaststellen van het zoekprofiel dat tot de intrekking heeft geleid. Ten aanzien van de immateriële schade stelt eiseres dat zij psychologische en emotionele schade heeft geleden. Zij geeft te kennen dat sprake was van langdurig en structureel psychische belasting gedurende het hele verloop van de procedure. Deze situatie heeft volgens eiseres een impact gehad op haar dagelijks leven, haar draagkracht en de rust binnen het gezin. Eiseres heeft het gestelde niet met medische stukken onderbouwd, maar verwijst naar de omstandigheden zelf. De rechtbank is van oordeel dat de enkele verklaring van eiseres en een verwijzing naar de gegeven omstandigheden onvoldoende onderbouwing zijn voor de gestelde schade. Van een opeenstapeling van fouten van het college, zoals eiseres stelt, is bovendien geen sprake.

12. Het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.

Conclusie en gevolgen

13. Het beroep tegen het bestreden besluit 1 is ongegrond. Dat betekent dat het zoekprofiel blijft staan. Het beroep tegen het bestreden besluit 2 is gegrond. Dat betekent dat het college de urgentieverklaring onder deze bijzondere omstandigheden niet heeft mogen intrekken. De rechtbank vernietigt het bestreden besluit 2 en ziet aanleiding om zelf in de zaak te voorzien. De rechtbank herroept het besluit van 21 augustus 2025 en bepaalt dat aan eiseres een eenmalig aanbod wordt gedaan op basis van het zoekprofiel zoals vastgesteld in het bestreden besluit 1.

14. Omdat het beroep gegrond is moet het college het griffierecht aan eiseres vergoeden en krijgt eiseres ook een vergoeding van haar proceskosten. De vergoeding is met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht als volgt berekend. Voor de rechtsbijstand door een gemachtigde krijgt eiseres een vast bedrag per proceshandeling. In bezwaar heeft elke proceshandeling een waarde van € 666,-. In beroep heeft elke proceshandeling een waarde van € 934,-. Eiseres heeft in bezwaar gevraagd om vergoeding van de proceskosten. De gemachtigde heeft een bezwaarschrift ingediend, een beroepschrift ingediend en heeft aan de zitting van de rechtbank deelgenomen. De vergoeding bedraagt dan in totaal € 2.534,-.

Beslissing

De rechtbank

  • verklaart het beroep tegen het bestreden besluit 1 ongegrond;
  • verklaart het beroep tegen het bestreden besluit 2 gegrond;
  • vernietigt het besluit van 13 januari 2026;
  • herroept het besluit van 21 augustus 2025;
  • bepaalt dat deze uitspraak in de plaats komt van het vernietigde besluit;
  • wijst het verzoek om schadevergoeding af;
  • bepaalt dat het college het griffierecht van € 200,- aan eiseres moet vergoeden;
  • veroordeelt het college tot betaling van € 2.534,- aan proceskosten aan eiseres.

Deze uitspraak is gedaan door mr. mr. L. Dolfing, rechter, in aanwezigheid van mr. N. van der Kroft, griffier.

Uitgesproken in het openbaar op 9 september 2026.

griffierrechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.