Uitspraak · Civiel recht

Rechtbank Amsterdam, 28 augustus 2026

ECLI:NL:RBAMS:2026:8933Zaaknummer 11881599 \ CV EXPL 25-12664

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
28 augustus 2026
Publicatiedatum
8 september 2026
Zaaknummer
11881599 \ CV EXPL 25-12664
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats
Amsterdam
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Een exploitant die zich toelegt op zakelijke lease van Tesla’s vangt bot bij de kantonrechter. Hij is er namelijk niet in geslaagd om aannemelijk te maken dat de leaseovereenkomst die de exploitant met een Amsterdammer sloot onder de bedrijfsactiviteiten van die man vallen. Het enkele feit dat iemand een onderneming heeft, is niet allesbepalend of degene al dan niet als consument is aan te merken

3 De beslissing

De kantonrechter

3.1.

wijst de vordering af;

3.2.

veroordeelt eisende partij in de proceskosten, aan de zijde van gedaagde partij begroot op nihil;

Dit vonnis is gewezen door mr. H.D. Coumou en in het openbaar uitgesproken op 28 augustus 2026.

519

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Verder verloop van de procedure
  2. 2 De beoordeling
  3. 3 De beslissing

RECHTBANK AMSTERDAM

Civiel recht

Kantonrechter

Zaaknummer: 11881599 \ CV EXPL 25-12664

Vonnis van 28 augustus 2026

in de zaak van

de besloten vennootschap MISTERGREEN LEASE II B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

eisende partij,

gemachtigde: mr. J.W. Hilhorst,

tegen

[gedaagde] (h.o.d.n. Chicken Master),

wonende te [plaats],

gedaagde partij,

niet verschenen.

1 Verder verloop van de procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 3 april 2026,- de akte van eisende partij, waarbij tevens het bewijs dat deze akte aan gedaagde partij is verzonden.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De beoordeling

2.1.

Bij tussenvonnis is eisende partij in de gelegenheid gesteld nader te onderbouwen met welk doel de overeenkomst is aangegaan, omdat niet uit te sluiten is dat gedaagde partij de overeenkomst is aangegaan als consument.

2.2.

Bij akte heeft eisende partij - onder meer - het volgende gesteld en onderbouwd met stukken. Tussen partijen is op 18 september 2023 een full operational leaseovereenkomst gesloten voor de duur van 72 maanden. Eisende partij exploiteert een bedrijf dat zich toelegt op de zakelijke lease van elektrische auto’s van het merk Tesla: er dienen derhalve gegevens te worden overgelegd ter zake de inschrijving van de onderneming in het handelsregister en in de contractsvoorwaarden is bepaald dat alle prijzen exclusief BTW zijn. Daarnaast heeft eisende partij de kredietwaardigheid van gedaagde partij onderzocht. Gedaagde voert al sedert 2020 het bedrijf “Chicken Master”, welk bedrijf zich met name bezighoudt met het aanbieden van productiemedewerkers ten behoeve van de vleesverwerkende industrie. De overeenkomst is dan ook met een zakelijk doel aangegaan, aldus eisende partij.

2.3.

Eisende partij is niet geslaagd om afdoende concrete feiten en omstandigheden aan te dragen om aan te nemen dat gedaagde partij bij het aangaan van de overeenkomst handelde voor doeleinden die binnen zijn bedrijfsactiviteiten vallen. Een personenauto van het merk Tesla past niet zonder meer bij de aard van de bedrijfsactiviteiten van gedaagde partij. Deze bedrijfsactiviteiten sluiten evenmin uit dat de auto ook voor privé doeleinden kan worden gebruikt. Dat eisende partij een bedrijf exploiteert dat zich toelegt op de zakelijke lease van Tesla’s sluit niet uit dat aan consumenten kan worden geleased. De omstandigheid dat iemand een onderneming drijft, dan wel de keuze voor het invullen van de gegevens van zijn eenmanszaak maakt, is niet allesbepalend voor de vraag of degene al dan niet als consument is aan te merken.

2.4.

Het moet er daarom voor worden gehouden dat gedaagde partij de overeenkomst als consument is aangegaan, zodat ambtshalve moet worden getoetst aan het consumentenrecht.

2.5.

Nu eisende partij heeft nagelaten gemotiveerd te stellen dat zij heeft voldaan aan de informatieplichten, wat wel op haar weg had gelegen gelet op het tussenvonnis, heeft eisende partij het de kantonrechter onmogelijk gemaakt om ambtshalve te toetsen. Daarmee is niet voldaan aan de stelplicht. Dit leidt tot afwijzing van de vordering.

2.6.

Eisende partij wordt veroordeeld in de proceskosten.

3 De beslissing

De kantonrechter

3.1.

wijst de vordering af;

3.2.

veroordeelt eisende partij in de proceskosten, aan de zijde van gedaagde partij begroot op nihil;

Dit vonnis is gewezen door mr. H.D. Coumou en in het openbaar uitgesproken op 28 augustus 2026.

519

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.