Uitspraak · Personen- en familierecht

Rechtbank Amsterdam, 7 augustus 2026

ECLI:NL:RBAMS:2026:8308Zaaknummer C/13/791999

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
7 augustus 2026
Publicatiedatum
19 augustus 2026
Zaaknummer
C/13/791999
Rechtsgebied
Civiel recht, Personen- en familierecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig, Rekestprocedure, Beschikking
Zittingsplaats
Amsterdam
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

geen vrijwilligheid, beeld nog te kwetsbaar eerst ambulant team opgzet worden

De rechtbank:

5.1.

verleent een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel voor [betrokkene], geboren op [geboortedag] 1978, wat inhoudt dat de maatregelen die in 4.6 staan kunnen worden toegepast;

5.2.

bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 28 augustus 2026;

5.3.

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 7 augustus 2026 door mr. J. Kloosterhuis, rechter, in aanwezigheid van M.E. Langewisch, griffier en op schrift gesteld op 12 augustus 2026.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Het verloop van de procedure
  2. 2 Wat vaststaat
  3. 3 Het verzoek
  4. 4 De beoordeling
  5. 5 De beslissing

RECHTBANK AMSTERDAM

Familie- en Jeugdrecht

Zaaknummer: C/13/791999 / FA RK 26-6103

Datum uitspraak: 7 augustus 2026

Beschikking voortzetting crisismaatregel

op het verzoek van de officier van justitie voor

[betrokkene],

geboren op [geboortedag] 1978,

z.v.w.,

Verblijvende [locatie] [adres],

hierna te noemen betrokkene,

advocaat mr. H. Plantenga uit Amsterdam.

1 Het verloop van de procedure

1.1.

De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 4 augustus 2026.

1.2.

De zitting heeft plaatsgevonden op 7 augustus 2026. Daarbij zijn gehoord:

- betrokkene, bijgestaan door een tolk in de Spaanse taal, mw. V.E. Hautemann;

  • bovengenoemde advocaat;
  • verpleegkundige specialist in opleiding, mw. [naam].

2 Wat vaststaat

2.1.

Betrokkene verblijft met een crisismaatregel in GGZ inGeest, [locatie], [adres]. De burgemeester van Amsterdam heeft de crisismaatregel op 3 augustus 2026 afgegeven.

3 Het verzoek

3.1.

De officier van justitie verzoekt de rechtbank een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel te verlenen voor de duur van drie weken.

4 De beoordeling

4.1.

De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van drie weken. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.

4.2.

Uit de overgelegde stukken en de zitting is gebleken dat er ten aanzien van betrokkene sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, gelegen in het bestaan van of het aanzienlijk risico op:

- ernstige psychische schade;

- bedreiging van de veiligheid van betrokkene al dan niet doordat betrokkene onder invloed van een ander raakt;

- het oproepen van agressie van een ander door het vertonen van hinderlijk gedrag;

- gevaar voor de algemene veiligheid van personen en goederen.

4.3.

Vermoed wordt dat het ernstig nadeel wordt veroorzaakt door gedrag dat voortvloeit uit een psychische stoornis. Betrokkene lijdt aan ASS en PTSS en presenteert zich met een desorganisatie in het denken bij nog ongespecificeerde stoornis, differentiaal diagnostisch wordt gedacht aan een (drugs)psychose en dissociatie bij de al bekende PTSS, dissociatieve identiteitsstoornis.

4.4.

De crisissituatie is zo ernstig dat de procedure voor een zorgmachtiging niet kan worden afgewacht.

4.5.

Het gaat beter met betrokkene maar er zijn nog wel psychotische symptomen. Er is gestart met antipsychotica. Na twee weken pas kan en wordt het effect van de medicatie geëvalueerd. De opname zal zo kort mogelijk worden gehouden maar het beeld is nog te kwetsbaar om nu naar huis te gaan. Als betrokkene adequaat is ingesteld op medicatie zal het ambulante team het overnemen. Gezien voorgaande gaat de rechtbank niet mee in het pleidooi van de advocaat om het verzoek voor de duur van één week toe te wijzen.

4.6.

De rechtbank is op grond van de medische verklaring en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn om het nadeel af te wenden:

- het toedienen van medicatie voor de duur van 3 weken;

- het verrichten van medische controles voor de duur van 3 weken;

- het verrichten van andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening voor de duur van 3 weken;

- het beperken van de bewegingsvrijheid voor de duur van 3 weken;

- insluiten voor de duur van 3 weken, telkens voor maximaal 3 dagen per toepassing;

- uitoefenen van toezicht op betrokkene voor de duur van 3 weken;

- opnemen in een accommodatie voor de duur van 3 weken;

De rechtbank zal op verzoek van de advocaat de verplichte zorg in de vorm van “toedienen van vocht en voeding” “onderzoek aan kleding of lichaam”

“onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen” “controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen” en “het aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen” niet toewijzen omdat de noodzaak daarvoor tijdens de mondelinge behandeling niet is gebleken.

4.7.

Betrokkene verzet zich tegen de zorg.

4.8.

Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en haar omgeving.

5 De beslissing

De rechtbank:

5.1.

verleent een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel voor [betrokkene], geboren op [geboortedag] 1978, wat inhoudt dat de maatregelen die in 4.6 staan kunnen worden toegepast;

5.2.

bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 28 augustus 2026;

5.3.

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 7 augustus 2026 door mr. J. Kloosterhuis, rechter, in aanwezigheid van M.E. Langewisch, griffier en op schrift gesteld op 12 augustus 2026.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.