Uitspraak · Europees strafrecht

Rechtbank Amsterdam, 28 juli 2026

ECLI:NL:RBAMS:2026:8218Zaaknummer 13-138342-26

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
28 juli 2026
Publicatiedatum
20 augustus 2026
Zaaknummer
13-138342-26
Rechtsgebied
Strafrecht, Europees strafrecht
Procedure
Eerste en enige aanleg
Zittingsplaats
Amsterdam
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Vervolgings-EAB uit Duitsland. Beroep op terugkeergarantie. Overlevering toegestaan.

8 Beslissing

STAAT TOE de overlevering van [de opgeëiste persoon] aan het Kantongerecht (Amtsgericht) Kleve, Duitsland, voor het feit zoals dat is omschreven in onderdeel e) van het EAB.

Deze uitspraak is gedaan door

mr. M.C.M. Hamer, voorzitter,

mrs. D.L.S. Ceulen en C.M.S. Loven, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. E.A. Harland, griffier,

en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 28 juli 2026.

Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER
  2. 1 Procesgang
  3. 3 Grondslag en inhoud van het EAB
  4. 4 Strafbaarheid
  5. 5 De garantie als bedoeld in artikel 6, eerste lid, OLW
  6. 6 Slotsom
  7. 7 Toepasselijke wetsartikelen
  8. 8 Beslissing

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13-138342-26

Datum uitspraak: 28 juli 2026

UITSPRAAK

op de vordering van 19 mei 2026 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).[_184bdf36-465c-4004-aa0f-93e863ceec47]

Dit EAB is uitgevaardigd op 13 mei 2026 door het Kantongerecht (Amtsgericht) Kleve, Duitsland, (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:

[de opgeëiste persoon],

geboren in [geboorteplaats] op [geboortedag] 1999,

ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres:

[adres 1],

feitelijk verblijfadres:

[adres 2],

gedetineerd in de [detentieadres],

hierna ‘de opgeëiste persoon’.

1 Procesgang

De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 14 juli 2026, in aanwezigheid van mr. A. Keulers, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door een advocaat, mr. D.S. Altena, die waarneemt voor mr. R. Zilver, beiden advocaat in Utrecht.

De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd.[_bcb07e27-6f17-452b-9b2f-243c65b72a57]

Ook heeft de rechtbank voor sluiting van het onderzoek ter zitting de gevangenhouding bevolen.

2. Identiteit van de opgeëiste persoon

Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Nederlandse nationaliteit heeft.

3 Grondslag en inhoud van het EAB

Het EAB vermeldt een aanhoudingsbevel uitgevaardigd door het Kantongerecht (Amtsgericht) Kleve op 13 mei 2026.

De uitvaardigende justitiële autoriteit verzoekt de overlevering vanwege het vermoeden dat de opgeëiste persoon zich schuldig heeft gemaakt aan een naar Duits recht strafbaar feit. Dit feit is omschreven in het EAB.[_9229d721-6005-4a9c-8e7d-1132f7ba8ddd]

4 Strafbaarheid

4.1

Feit vermeld op bijlage 1 bij de OLW

De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft het strafbare feit aangewezen als een zogenoemd lijstfeit, dat in Nederland in de lijst van bijlage 1 bij de OLW staat vermeld, te weten:

georganiseerde of gewapende diefstal.

Uit het EAB volgt dat voor dit feit naar het recht van Duitsland een vrijheidsstraf van minstens drie jaren kan worden opgelegd.

Dit betekent dat de rechtbank geen onderzoek doet naar de vraag of het feit ook naar Nederlands recht strafbaar is.

5 De garantie als bedoeld in artikel 6, eerste lid, OLW

De opgeëiste persoon heeft de Nederlandse nationaliteit en beroept zich op de garantie als bedoeld in artikel 6, eerste lid, OLW. De rechtbank stelt verder vast dat de opgeëiste persoon zodanige banden heeft met Nederland dat hij uit het oogpunt van maatschappelijke re-integratie een eventuele straf beter in Nederland kan ondergaan dan in Duitsland. De opgeëiste persoon heeft immers het centrum van zijn gezinsleven en zijn belangen in Nederland.[_dee87234-136b-4db1-a207-4a423f6d63da]De overlevering kan daarom worden toegestaan als is gewaarborgd dat de opgeëiste persoon in Nederland de straf mag ondergaan wanneer hij na overlevering Duitsland wordt veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf.

Der Leitende Oberstaatsanwalt van Kleve heeft op 2 juni 2026 de volgende garantie gegeven:

"er wordt verzekerd dat de vervolgde persoon, [de opgeëiste persoon], in geval van een rechtsgeldige veroordeling in de Bondsrepubliek Duitsland in aansluiting aan de Kaderbesluit 2008/909/JBZ van de Raad van 27 november 2008 voor de verdere tenuitvoerlegging van de straf naar de Nederlanden terug zal worden gebracht.”

Naar het oordeel van de rechtbank is deze garantie voldoende.

6 Slotsom

De rechtbank stelt vast dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW. Verder staan geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg en is geen sprake van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven. De rechtbank staat daarom de overlevering toe.

7 Toepasselijke wetsartikelen

De artikelen 2, 5, 6 en 7 OLW.

8 Beslissing

STAAT TOE de overlevering van [de opgeëiste persoon] aan het Kantongerecht (Amtsgericht) Kleve, Duitsland, voor het feit zoals dat is omschreven in onderdeel e) van het EAB.

Deze uitspraak is gedaan door

mr. M.C.M. Hamer, voorzitter,

mrs. D.L.S. Ceulen en C.M.S. Loven, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. E.A. Harland, griffier,

en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 28 juli 2026.

Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.