Uitspraak · Personen- en familierecht
Rechtbank Amsterdam, 3 augustus 2026
ECLI:NL:RBAMS:2026:8187Zaaknummer C/13/791876 / FA RK 26/6036
- Instantie
- Rechtbank Amsterdam
- Datum uitspraak
- 3 augustus 2026
- Publicatiedatum
- 14 augustus 2026
- Zaaknummer
- C/13/791876 / FA RK 26/6036
- Rechtsgebied
- Civiel recht, Personen- en familierecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig, Mondelinge uitspraak, Beschikking
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Betrokkene niet in staat gehoord te worden bij VCM. Betrokkene zegt niks. VCM toegewezen.
De rechtbank:
verleent een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel ten aanzien van [betrokkene],
geboren op [geboortedag] 1988 te [geboorteplaats], voor zover het de in rechtsoverweging 2.2 genoemde vormen van verplichte zorg betreft;
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met uiterlijk 24 augustus 2026;
Deze beschikking is op 3 augustus 2026 mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken door
mr. J.P.C. van Dam van Isselt, rechter, bijgestaan door D.L. Overduin als griffier en op 17 augustus 2026 schriftelijk uitgewerkt en ondertekend.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
beschikking
RECHTBANK AMSTERDAM
Afdeling privaatrecht Team Familie & Jeugd
zaaknummer / rekestnummer: C/13/791876 / FA RK 26/6036
kenmerk: VCM/IND/210461
Machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel
Beschikking van 3 augustus 2026 van de rechtbank Amsterdam naar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot verlenging van een crisismaatregel, als bedoeld in artikel 7:7 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:
[betrokkene],
geboren op [geboortedag] 1988 te [geboorteplaats],
wonende te [adres 1],
verblijvende te [adres 2],
hierna te noemen: betrokkene,
advocaat: mr. A.L. Cohen te Amsterdam,
zorgaanbieder: GGZ inGeest, locatie [locatie].
1 Procesverloop
Bij verzoekschrift met bijlagen, ingekomen ter griffie op 31 juli 2026, heeft de officier van justitie verzocht om verlenging van de op 30 juli 2026 opgelegde crisismaatregel.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 3 augustus 2026 in het gebouw van de zorgaanbieder.
Ter zitting heeft de rechtbank de volgende personen gehoord:
- de raadsman;
- mw. [naam], psychiater.
De rechtbank heeft vastgesteld dat betrokkene niet in staat was zich te doen horen. Betrokkene is niet te motiveren om naar de gespreksruimte te komen. De rechtbank is zelf langs gegaan bij de kamer van betrokkene om haar de mogelijkheid te geven om iets te zeggen en de beslissing mede te delen. Betrokkene heeft geen woord gezegd. De rechtbank maakt hieruit op dat betrokkene op dit moment niet bereid is zich uit te laten over het verzoek tot een crisismaatregel.
Omdat de officier van justitie een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig achtte, is hij niet bij de mondelinge behandeling verschenen.
2 Beoordeling
Uit de overgelegde stukken en het behandelde ter zitting is gebleken dat er ten aanzien van betrokkene sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, gelegen in: levensgevaar, ernstig lichamelijk letsel, ernstige psychische schade en ernstige verwaarlozing.
Vermoed wordt dat dit nadeel wordt veroorzaakt door gedrag dat voortvloeit uit een psychische stoornis, in de vorm van een hernieuwde psychotische ontregeling bij bekende schizo-affectieve stoornis, mogelijk ook katatone kenmerken. De crisissituatie is zo ernstig dat de procedure voor een zorgmachtiging niet kan worden afgewacht.
De rechtbank is van oordeel dat van de zorg die is genoemd in de crisismaatregel, de volgende vormen van zorg noodzakelijk zijn om het nadeel af te wenden:
- toedienen van vocht en voeding;
- toedienen van medicatie;
- het verrichten van medische controles;
- het verrichten van andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;
- beperken van de bewegingsvrijheid;
- insluiten;
- uitoefenen van toezicht op betrokkene;
- onderzoek aan kleding of lichaam;
- onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen;
- controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
- opnemen in een accommodatie.
De verplichte zorg is evenredig en naar verwachting effectief. Betrokkene verzet zich tegen deze zorg. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben.
Uit de stukken blijkt dat rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.
De raadsman heeft aangegeven geen contact te kunnen krijgen met betrokkene, dus haar standpunt niet naar voren kan brengen.
Gelet op het voorgaande zal een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel worden verleend, welke machtiging een geldigheidsduur heeft van drie weken na heden.
3 Beslissing
De rechtbank:
verleent een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel ten aanzien van [betrokkene],
geboren op [geboortedag] 1988 te [geboorteplaats], voor zover het de in rechtsoverweging 2.2 genoemde vormen van verplichte zorg betreft;
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met uiterlijk 24 augustus 2026;
Deze beschikking is op 3 augustus 2026 mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken door
mr. J.P.C. van Dam van Isselt, rechter, bijgestaan door D.L. Overduin als griffier en op 17 augustus 2026 schriftelijk uitgewerkt en ondertekend.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.