Uitspraak · Personen- en familierecht

Rechtbank Amsterdam, 1 juli 2026

ECLI:NL:RBAMS:2026:8061Zaaknummer C/13/790248 FARK 26/5195

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
1 juli 2026
Publicatiedatum
14 augustus 2026
Zaaknummer
C/13/790248 FARK 26/5195
Rechtsgebied
Civiel recht, Personen- en familierecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig, Rekestprocedure, Beschikking
Zittingsplaats
Amsterdam
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Wijziging zorgmachtiging.

De rechtbank:

wijzigt de zorgmachtiging ten aanzien [betrokkene], geboren op [geboortedag] 2002 te [geboorteplaats], inhoudende dat bij wijze van verplichte zorg de volgende maatregelen kunnen worden getroffen voor de resterende duur van de machtiging:

  • toedienen van vocht, voeding en medicatie;
  • beperken van de bewegingsvrijheid;
  • insluiten, telkens voor maximaal twee weken per keer;
  • uitoefenen van toezicht op betrokkene, telkens voor maximaal twee weken per keer.
  • onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op de gedrag beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen;
  • aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen en het nakomen van afspraken met het ambulant behandelteam;
  • opnemen in een accommodatie.

Deze beschikking is op 1 juli 2026 mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken door mr. L. van der Heijden, rechter, bijgestaan door mr. L.F. Datema als griffier en schriftelijk uitgewerkt en ondertekend op 8 juli 2026.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Procesverloop
  2. 2 Beoordeling
  3. 3 Beslissing

beschikking

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht Team Familie & Jeugd

zaaknummer / rekestnummer: C/13/790248 – FA RK 26/5195

kenmerk: ZM/IND/207198

Machtiging tot het wijzigen van verplichte zorg

Beschikking van 1 juli 2026 van de rechtbank Amsterdam naar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot het verlenen van een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:

[betrokkene],

geboren op [geboortedag] 2002 te [geboorteplaats],

wonende en verblijvende te [verblijfsplaats], [adres],

zorgaanbieder: Arkin, [locatie],

hierna te noemen: betrokkene,

advocaat: mr. M. de Klerk te Haarlem.

1 Procesverloop

1.1.

Het procesverloop blijkt uit het verzoekschrift met bijlagen, ingekomen ter griffie op 29 juni 2026.

De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 1 juli 2026 in de accommodatie van Arkin, [locatie]. Tijdens de mondelinge behandeling waren aanwezig en heeft de rechtbank de volgende personen gehoord:

- betrokkene;

- bovengenoemde advocaat;

- dhr. [naam 1], psychiater;

- mw. [naam 2], arts.

Omdat de officier van justitie een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig acht, is hij niet bij de mondelinge behandeling verschenen.

2 Beoordeling

2.1.

Ten aanzien van betrokkene is op 16 maart 2026 een zorgmachtiging afgegeven die geldt tot en met uiterlijk 16 maart 2027. Daarbij is bepaald dat bij wijze van verplichte zorg de volgende maatregelen kunnen worden getroffen:

  • toedienen van vocht, voeding en medicatie;
  • beperken van de bewegingsvrijheid;
  • aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen en het nakomen van afspraken met het ambulant behandelteam;
  • opnemen in een accommodatie.
2.2.

Uit de door zorgverantwoordelijke [naam 1] ingediende aanvraag en het advies van de geneesheer-directeur, blijkt dat de bij de beschikking van 16 maart 2026 toegewezen vormen van

verplichte zorg niet (langer) volstaan, waardoor sprake is van een (dreigende) noodsituatie als bedoeld

in art. 8: 11 Wvggz.

2.3.

In het verzoekschrift heeft de officier van justitie verzocht om de zorgmachtiging op de volgende onderdelen te wijzigen door voor de resterende duur van de machtiging toe te voegen:

  • insluiten, telkens voor maximaal twee weken per keer;
  • uitoefenen van toezicht op betrokkene, telkens voor maximaal twee weken per keer.

In het zorgplan van 26 juni 2026 wordt verzocht om de verplichte vorm in de zorg van ‘onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen’ ook toe te voegen. Daarom zal de rechtbank ook deze vorm van verplichte zorg beoordelen.

2.4.

De advocaat heeft namens betrokkene verzocht het verzoek af te wijzen. Betrokkene heeft tijdens de mondelinge behandeling medegedeeld dat haar verblijf in de separeerruimte een traumatische ervaring was. Daarnaast heeft zij aangegeven zich ongemakkelijk te voelen bij het idee dat haar kamer zonder overleg kan worden doorzocht.

2.5.

De rechtbank gaat niet mee in het verweer van de advocaat. Uit de stukken en de mondelinge behandeling is voldoende gebleken dat de verplichte zorg in de vormen van insluiten en uitoefenen van toezicht op betrokkene noodzakelijk zijn om het ernstig nadeel weg te nemen. De arts heeft tijdens de mondelinge behandeling toegelicht dat het uitgangspunt is om te voorkomen dat betrokkene moet worden ingesloten. Volgens de arts kan dit worden bereikt door, indien het vermoeden bestaat dat betrokkene zichzelf iets wil aandoen, haar kamer te controleren. Indien de situatie verslechtert en betrokkene het contact met haar omgeving verliest, is het volgens de psychiater van belang dat, ter waarborging van haar veiligheid, snel kan worden ingegrepen. Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat met de voorgestelde wijziging is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. De rechtbank zal het verzoek om die reden toewijzen.

2.6.

Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben.

2.7.

De voorgestelde gewijzigde verplichte zorg is evenredig en naar verwachting effectief en veilig. Uit de stukken en het gehouden verhoor blijkt dat bij het bepalen van deze zorg rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene

2.8.

De voorgestelde wijziging voldoet aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. De rechtbank zal het verzoek toewijzen voor de resterende duur van de thans geldende zorgmachtiging. te weten tot en met uiterlijk 16 maart 2027.

3 Beslissing

De rechtbank:

wijzigt de zorgmachtiging ten aanzien [betrokkene], geboren op [geboortedag] 2002 te [geboorteplaats], inhoudende dat bij wijze van verplichte zorg de volgende maatregelen kunnen worden getroffen voor de resterende duur van de machtiging:

  • toedienen van vocht, voeding en medicatie;
  • beperken van de bewegingsvrijheid;
  • insluiten, telkens voor maximaal twee weken per keer;
  • uitoefenen van toezicht op betrokkene, telkens voor maximaal twee weken per keer.
  • onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op de gedrag beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen;
  • aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen en het nakomen van afspraken met het ambulant behandelteam;
  • opnemen in een accommodatie.

Deze beschikking is op 1 juli 2026 mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken door mr. L. van der Heijden, rechter, bijgestaan door mr. L.F. Datema als griffier en schriftelijk uitgewerkt en ondertekend op 8 juli 2026.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.