Uitspraak · Personen- en familierecht
Rechtbank Amsterdam, 24 juli 2026
ECLI:NL:RBAMS:2026:7962Zaaknummer C/13/791476 / FA RK 26/5826
- Instantie
- Rechtbank Amsterdam
- Datum uitspraak
- 24 juli 2026
- Publicatiedatum
- 10 augustus 2026
- Zaaknummer
- C/13/791476 / FA RK 26/5826
- Rechtsgebied
- Civiel recht, Personen- en familierecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig, Mondelinge uitspraak, Beschikking
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
VCM, betrokkene niet eens met diagnose.
De rechtbank:
verleent een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel ten aanzien van [betrokkene],
geboren op [geboortedag] 1992 te [geboorteplaats], voor zover het de in rechtsoverweging 2.5 genoemde vormen van verplichte zorg betreft;
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met uiterlijk 14 augustus 2026;
Deze beschikking is op 24 juli 2026 mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken door
mr. J.P.C. van Dam van Isselt, rechter, bijgestaan door D.L. Overduin als griffier en op 31 juli 2026 schriftelijk uitgewerkt en ondertekend.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
beschikking
RECHTBANK AMSTERDAM
Afdeling privaatrecht Team Familie & Jeugd
zaaknummer / rekestnummer: C/13/791476 / FA RK 26/5826
kenmerk: VCM/IND/209716
Machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel
Beschikking van 24 juli 2026 van de rechtbank Amsterdam naar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot verlenging van een crisismaatregel, als bedoeld in artikel 7:7 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:
[betrokkene],
geboren op [geboortedag] 1992 te [geboorteplaats],
wonende te [adres 1],
verblijvende te [adres 2],
hierna te noemen: betrokkene,
advocaat: mr. K.R. Lieuw On te Amsterdam,
zorgaanbieder: Arkin, locatie [locatie].
1 Procesverloop
Bij verzoekschrift met bijlagen, ingekomen ter griffie op 23 juli 2026, heeft de officier van justitie verzocht om verlenging van de op 22 juli 2026 opgelegde crisismaatregel.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 24 juli 2026 in het gebouw van de zorgaanbieder.
Ter zitting heeft de rechtbank de volgende personen gehoord:
- betrokkene;
- de raadsman;
- mw. [naam], arts.
Omdat de officier van justitie een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig achtte, is hij niet bij de mondelinge behandeling verschenen.
2 Beoordeling
Primair pleit (de advocaat van) betrokkene voor afwijzing van het verzoek tot voortzetting van de crisismaatregel. Betrokkene begrijpt dat zij een psychische gevoeligheid heeft, maar er is op dit moment zeker geen sprake van een psychose. De informatie uit het dossier is volgens betrokkene aangedikt om te zeggen dat er sprake is van een psychose.
Subsidiair pleit (de advocaat van) betrokkene om de zaak aan te houden in afwachting van een second opinion. Betrokkene betwist de gestelde diagnose en het daaruit voortvloeiende ernstig nadeel. Er dient te worden nagegaan welke stoornis er is en of daarmee wordt voldaan aan het nadeelvereiste.
De arts heeft aangegeven dat er sprake is van een psychose met achterdocht. Betrokkene heeft onbehandelde wonden, is ernstig ondervoed en bang om water te drinken uit de kraan. De machtiging is nodig omdat betrokkene niet instemt met een vrijwillige opname. In de kliniek is er aandacht voor zowel de fysieke als psychische klachten van betrokkene, wat in ambulante setting niet gelukt is.
De rechtbank hoort dat betrokkene het niet eens is met de gestelde diagnose en het daaruit voortvloeiende ernstig nadeel, maar het ontbreekt aan gedegen onderbouwing van dit standpunt. Daarnaast verklaart de aanwezige arts dat er wel degelijk sprake is van een psychiatrisch toestandsbeeld en een psychische stoornis. Gezien de verklaring van de arts en de onderbouwing van de onafhankelijke psychiater in de medische verklaring, mede op basis van het gedrag van betrokkene bij de huisarts en de eerste hulp, heeft de rechtbank geen reden om te twijfelen aan de gestelde diagnose en het daaruit voortvloeiende ernstig nadeel en acht zij een second opinion niet nodig voor een beslissing op verlenging van deze spoedmaatregel.
Uit de overgelegde stukken en het behandelde ter zitting is gebleken dat er ten aanzien van betrokkene sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, gelegen in: ernstig lichamelijk letsel, ernstige psychische schade, maatschappelijke teloorgang, de situatie dat betrokkene met hinderlijk gedrag agressie van anderen oproept en de situatie dat de algemene veiligheid van personen of goederen in gevaar is.
Vermoed wordt dat dit nadeel wordt veroorzaakt door gedrag dat voortvloeit uit een psychische stoornis, in de vorm van schizofrenie met psychotische episode. De crisissituatie is zo ernstig dat de procedure voor een zorgmachtiging niet kan worden afgewacht.
De rechtbank is van oordeel dat van de zorg die is genoemd in de crisismaatregel, de volgende vormen van zorg noodzakelijk zijn om het nadeel af te wenden:
- toedienen van vocht en voeding;
- toedienen van medicatie;
- het verrichten van medische controles;
- het verrichten van andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;
- beperken van de bewegingsvrijheid;
- insluiten;
- uitoefenen van toezicht op betrokkene;
- onderzoek aan kleding of lichaam;
- onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen;
- controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
- beperken van het recht op ontvangen van bezoek;
- opnemen in een accommodatie.
De verplichte zorg is evenredig en naar verwachting effectief. Betrokkene verzet zich tegen deze zorg. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben.
Uit de stukken blijkt dat rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.
Hetgeen namens en door betrokkene als verweer is aangevoerd doet aan het voorgaande niet af.
Gelet op het voorgaande zal een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel worden verleend, welke machtiging een geldigheidsduur heeft van drie weken na heden.
3 Beslissing
De rechtbank:
verleent een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel ten aanzien van [betrokkene],
geboren op [geboortedag] 1992 te [geboorteplaats], voor zover het de in rechtsoverweging 2.5 genoemde vormen van verplichte zorg betreft;
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met uiterlijk 14 augustus 2026;
Deze beschikking is op 24 juli 2026 mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken door
mr. J.P.C. van Dam van Isselt, rechter, bijgestaan door D.L. Overduin als griffier en op 31 juli 2026 schriftelijk uitgewerkt en ondertekend.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.