Uitspraak · Personen- en familierecht

Rechtbank Amsterdam, 24 juli 2026

ECLI:NL:RBAMS:2026:7961Zaaknummer C/13/791374 / FA RK 26/5767

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
24 juli 2026
Publicatiedatum
10 augustus 2026
Zaaknummer
C/13/791374 / FA RK 26/5767
Rechtsgebied
Civiel recht, Personen- en familierecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig, Mondelinge uitspraak, Beschikking
Zittingsplaats
Amsterdam
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

WZM, toevoegen beperken bewegingsvrijheid.

De rechtbank:

3.1.

wijzigt de zorgmachtiging die op 3 juli 2026 is verleend ten aanzien van [betrokkene], geboren op [geboortedag] 1987 te [geboorteplaats], inhoudende dat de zorgmachtiging van 3 juli 2026 wordt uitgebreid met de volgende vorwm(en) van zorg:

- beperken van de bewegingsvrijheid.

3.2.

bepaalt dat deze uitbreiding geldt voor de resterende duur van de machtiging, zijnde tot en met 3 januari 2027.

Deze beschikking is op 24 juli 2026 mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken door

mr. J.P.C. van Dam van Isselt, rechter, bijgestaan door D.L. Overduin als griffier en op 31 juli 2026 schriftelijk uitgewerkt en ondertekend.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Procesverloop
  2. 2 Beoordeling
  3. 3 Beslissing

beschikking

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht Team Familie & Jeugd

zaaknummer / rekestnummer: C/13/791374 / FA RK 26/5767

kenmerk: ZM/IND/209405

Machtiging wijziging verplichte zorg Wvggz

Beschikking van 24 juli 2026 van de rechtbank Amsterdam naar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot het wijzigen van een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 8:12 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:

[betrokkene],

geboren op [geboortedag] 1987 te [geboorteplaats],

wonende te [adres 1],

verblijvende te [adres 2],

hierna te noemen: betrokkene,

advocaat: mr. R.G.J. van Ommeren te Amsterdam,

zorgaanbieder: Arkin.

1 Procesverloop

1.1.

Het procesverloop blijkt uit het verzoekschrift met bijlagen, ingekomen ter griffie op 21 juli 2026.

De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 24 juli 2026 in het gebouw van de zorgaanbieder.

Ter zitting waren aanwezig en heeft de rechtbank de volgende personen gehoord:

- betrokkene;

- de raadsman;

- dhr. [naam 1], psychiater;

- dhr. [naam 2], arts.

Omdat de officier van justitie een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig acht, is hij niet bij de mondelinge behandeling verschenen.

2 Beoordeling

2.1.

Ten aanzien betrokkene is op 3 juli 2026 een zorgmachtiging afgegeven die geldt tot en met uiterlijk 3 januari 2027. Daarbij is bepaald dat bij wijze van verplichte zorg de volgende maatregelen kunnen worden getroffen:

  • toedienen van medicatie;
  • aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen en het nakomen van afspraken met het ambulant behandelteam;
  • opnemen in een accommodatie.
2.2.

Uit de door de zorgverantwoordelijke [naam 1] ingediende aanvraag en het advies van de geneesheer-directeur, blijkt dat de bij beschikking van 3 juli 2026 toegewezen vormen van verplichte zorg niet (langer) volstaan, waardoor er sprake is van een (dreigende) noodsituatie als bedoeld in artikel 8:11 Wvggz.

2.3.

In het verzoekschrift heeft de officier van justitie verzocht om de zorgmachtiging op de volgende onderdelen te wijzigen door toe te voegen:

- beperken van de bewegingsvrijheid.

2.4.

De raadsman heeft namens betrokkene verzocht het verzoek af te wijzen. Tijdens de rechtbank zitting was niet duidelijk dat betrokkene op korte termijn zou worden opgenomen. Betrokkene geeft duidelijkheid van zaken en is coöperatief. Daarnaast kan ze helder verwoorden wat er aan de hand is. Er zijn andere middelen om het probleem op te lossen wat speelt over dochter met vader.

De arts heeft aangegeven dat opname de enige manier is om hulp te kunnen bieden omdat betrokkene denkt dat er geen psychiatrische problemen zijn. Het is nu nog te vroeg om wat te zeggen over de invloed van de medicatie die betrokkene slikt sinds de opname.

2.5.

De rechtbank is van oordeel dat bij het opnemen in een accommodatie het beperken van de bewegingsvrijheid hoort. Er is geen sprake van vrijwilligheid en een ambulante behandeling is onvoldoende van de grond gekomen, dus ziet de rechtbank geen reden om de verplichte vorm van zorg af te wijzen. De voorgestelde gewijzigde verplichte zorg is evenredig en naar verwachting effectief en

veilig. Uit de stukken en de mondelinge behandeling blijkt dat bij het bepalen van deze zorg rekening

is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het

maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.

2.6.

De voorgestelde wijziging voldoet aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als

bedoeld in de Wvggz. De rechtbank zal het verzoek toewijzen voor de resterende duur van de thans

geldende zorgmachtiging, te weten tot en met uiterlijk 3 januari 2027.

3 Beslissing

De rechtbank:

3.1.

wijzigt de zorgmachtiging die op 3 juli 2026 is verleend ten aanzien van [betrokkene], geboren op [geboortedag] 1987 te [geboorteplaats], inhoudende dat de zorgmachtiging van 3 juli 2026 wordt uitgebreid met de volgende vorwm(en) van zorg:

- beperken van de bewegingsvrijheid.

3.2.

bepaalt dat deze uitbreiding geldt voor de resterende duur van de machtiging, zijnde tot en met 3 januari 2027.

Deze beschikking is op 24 juli 2026 mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken door

mr. J.P.C. van Dam van Isselt, rechter, bijgestaan door D.L. Overduin als griffier en op 31 juli 2026 schriftelijk uitgewerkt en ondertekend.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.