Uitspraak · Personen- en familierecht

Rechtbank Amsterdam, 24 juli 2026

ECLI:NL:RBAMS:2026:7954Zaaknummer C/13/791480 / FA RK 26/5829

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
24 juli 2026
Publicatiedatum
10 augustus 2026
Zaaknummer
C/13/791480 / FA RK 26/5829
Rechtsgebied
Civiel recht, Personen- en familierecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig, Mondelinge uitspraak, Beschikking
Zittingsplaats
Amsterdam
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Betrokkene nauwelijks aanspreekbaar en gefixeerd op bed. VCM toegewezen.

De rechtbank:

verleent een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel ten aanzien van [betrokkene], geboren op [geboortedag] 1949 te [geboorteplaats], voor zover het de in rechtsoverweging 2.2 genoemde vormen van verplichte zorg betreft;

bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met uiterlijk 14 augustus 2026;

Deze beschikking is op 24 juli 2026 mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken door

mr. J.P.C. van Dam van Isselt, rechter, bijgestaan door D.L. Overduin als griffier en op 31 juli 2026 schriftelijk uitgewerkt en ondertekend.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Procesverloop
  2. 2 Beoordeling
  3. 3 Beslissing

beschikking

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht Team Familie & Jeugd

zaaknummer / rekestnummer: C/13/791480 / FA RK 26/5829

kenmerk: VCM/IND/209717

Machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel

Beschikking van 24 juli 2026 van de rechtbank Amsterdam naar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot verlenging van een crisismaatregel, als bedoeld in artikel 7:7 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:

[betrokkene],

geboren op [geboortedag] 1949 te [geboorteplaats],

wonende te [adres 1],

verblijvende te [adres 2],

hierna te noemen: betrokkene,

advocaat: mr. R.G.J. van Ommeren te Amsterdam,

zorgaanbieder: UMC, locatie [locatie 1].

1 Procesverloop

Bij verzoekschrift met bijlagen, ingekomen ter griffie op 23 juli 2026, heeft de officier van justitie verzocht om verlenging van de op 22 juli 2026 opgelegde crisismaatregel.

De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 24 juli 2026 in het gebouw van de zorgaanbieder.

Ter zitting heeft de rechtbank de volgende personen gehoord:

- de raadsman (telefonisch);

- mw. [naam], arts.

Onlangs is betrokkene vanaf [locatie 2] overgeplaatst naar de MPU van het [locatie 1]. Betrokkene ligt hier gefixeerd op bed en is niet tot nauwelijks aanspreekbaar. De arts van het [locatie 1] heeft toegelicht dat de fixatie nodig is omdat betrokkene een wisselend beeld laat zien waarbij hij geagiteerd gedrag toont. Daarnaast heeft betrokkene een kwetsbaar brein. Betrokkene gebruikt alcohol, heeft een bloeding en hematomen. Daarnaast is er een delier en een fors verward beeld. Betrokkene krijgt medicatie en dat houdt hem rustig. Gelet op de acute ernstige situatie is besloten de mondelinge behandeling buiten aanwezigheid van betrokkene, maar in aanwezigheid van de overig genoemde personen, voort te zetten.

Omdat de officier van justitie een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig achtte, is hij niet bij de mondelinge behandeling verschenen.

2 Beoordeling

2.1.

Uit de overgelegde stukken en het behandelde ter zitting is gebleken dat er ten aanzien van betrokkene sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, gelegen in: levensgevaar, ernstig lichamelijk letsel, ernstige psychische schade, ernstige verwaarlozing, maatschappelijke teloorgang en de situatie dat betrokkene met hinderlijk gedrag agressie van anderen oproept.

Vermoed wordt dat dit nadeel wordt veroorzaakt door gedrag dat voortvloeit uit een psychische stoornis, in de vorm van een psychotische ontregeling waarbij de onderliggende oorzaak nog niet bekend is. Differentiaal diagnostisch wordt gedacht aan onder andere Lewy Body dementie en Wernicke encefalopathie. De crisissituatie is zo ernstig dat de procedure voor een zorgmachtiging niet kan worden afgewacht.

2.2.

De rechtbank is van oordeel dat van de zorg die is genoemd in de crisismaatregel, de volgende vormen van zorg noodzakelijk zijn om het nadeel af te wenden:

  • toedienen van vocht en voeding;
  • toedienen van medicatie;
  • het verrichten van medische controles;
  • het verrichten van andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;
  • beperken van de bewegingsvrijheid;
  • insluiten;
  • uitoefenen van toezicht op betrokkene;
  • onderzoek aan kleding of lichaam;
  • onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen;
  • controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen;
  • aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
  • beperken van het recht op ontvangen van bezoek;
  • opnemen in een accommodatie.
2.3.

De verplichte zorg is evenredig en naar verwachting effectief. Betrokkene verzet zich tegen deze zorg. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben.

Uit de stukken blijkt dat rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.

2.4.

De raadsman heeft namens betrokkene verzocht het verzoek af te wijzen gelet op het fysieke verzet van betrokkene.

2.5.

Gelet op het voorgaande zal een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel worden verleend, welke machtiging een geldigheidsduur heeft van drie weken na heden.

3 Beslissing

De rechtbank:

verleent een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel ten aanzien van [betrokkene], geboren op [geboortedag] 1949 te [geboorteplaats], voor zover het de in rechtsoverweging 2.2 genoemde vormen van verplichte zorg betreft;

bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met uiterlijk 14 augustus 2026;

Deze beschikking is op 24 juli 2026 mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken door

mr. J.P.C. van Dam van Isselt, rechter, bijgestaan door D.L. Overduin als griffier en op 31 juli 2026 schriftelijk uitgewerkt en ondertekend.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.