Uitspraak · Europees strafrecht

Rechtbank Amsterdam, 29 juli 2026

ECLI:NL:RBAMS:2026:7737Zaaknummer 13-151048-26 (EAB I)

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
29 juli 2026
Publicatiedatum
3 augustus 2026
Zaaknummer
13-151048-26 (EAB I)
Rechtsgebied
Strafrecht, Europees strafrecht
Procedure
Eerste en enige aanleg
Zittingsplaats
Amsterdam
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Vervolgings-EAB uit Duitsland. Referte. Overlevering toegestaan.

7 Beslissing

STAAT TOE de overlevering van [opgeëiste persoon] aan het Kantongerecht Oldenburg (Duitsland) voor de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB.

Deze uitspraak is gedaan door

mr. E.M. de Bie, voorzitter,

mrs. M. Westerman en L. Baroud, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. G. Riedijk, griffier,

en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 29 juli 2026.

Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER
  2. 1 Procesgang
  3. 2 Identiteit van de opgeëiste persoon
  4. 3 Grondslag en inhoud van het EAB
  5. 4 Strafbaarheid; feiten vermeld op bijlage 1 bij de OLW
  6. 5 Slotsom
  7. 6 Toepasselijke wetsartikelen
  8. 7 Beslissing

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13-151048-26 (EAB I)

Datum uitspraak: 29 juli 2026

UITSPRAAK

op de vordering van 5 juni 2026 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).[_42450faa-1db4-4b14-98a5-620591b3bac2]

Dit EAB is uitgevaardigd op 9 maart 2020 door het Kantongerecht Oldenburg, Duitsland, (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:

[opgeëiste persoon]

geboren in [geboorteplaats] (Irak) op [geboortedag] 1987,

zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,

nu gedetineerd in de [detentieplaats],

hierna ‘de opgeëiste persoon’.

1 Procesgang

De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 15 juli 2026, in aanwezigheid van mr. E.M. Meppelink, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsman, mr. R.P.G. van der Weide, advocaat in Amsterdam.

De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd.[_0458b030-d59a-49b0-93e4-0fcbda26cbdc]

Tevens heeft de rechtbank voor sluiting van het onderzoek ter zitting de gevangenhouding bevolen.

De raadsman heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

2 Identiteit van de opgeëiste persoon

Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Iraakse nationaliteit heeft.

3 Grondslag en inhoud van het EAB

Het EAB vermeldt een aanhoudingsbevel van het Kantongerecht Oldenburg van 9 maart 2020, met dossiernummer 28 Gs 1139/20.

De uitvaardigende justitiële autoriteit verzoekt de overlevering vanwege het vermoeden dat de opgeëiste persoon zich schuldig heeft gemaakt aan naar Duits recht strafbare feiten. Deze feiten zijn omschreven in het EAB.[_defcf000-ad91-4b6b-becd-669f0e340cb3]

3.1

Genoegzaamheid

De rechtbank heeft gezien dat er een gedeeltelijke overlap is tussen de feitomschrijving van het onderhavige EAB met een ander EAB (met parketnummer 13-151325-26), dat eveneens is uitgevaardigd door het Kantongerecht Oldenburg en waarin door de rechtbank gelijktijdig uitspraak wordt gedaan. Ondanks dat de raadsman geen gevolg heeft verbonden aan deze overlap, beoordeelt de rechtbank dit ambtshalve. Het vertrouwensbeginsel brengt met zich dat de rechtbank ervan uit zal gaan, nu het gaat om twee vervolgings-EAB’s, dat de Duitse autoriteiten erop zullen toezien dat de opgeëiste persoon in Duitsland niet twee keer voor hetzelfde feit wordt veroordeeld.

4 Strafbaarheid; feiten vermeld op bijlage 1 bij de OLW

De uitvaardigende justitiële autoriteit wijst de strafbare feiten aan als zogenoemde lijstfeiten, die in Nederland in de lijst van bijlage 1 bij de OLW staan vermeld, te weten:

illegale handel in verdovende middelen en psychotrope stoffen.

Uit het EAB volgt dat op deze feiten naar het recht van Duitsland een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste drie jaren is gesteld.

Dit betekent dat een onderzoek naar de dubbele strafbaarheid van de feiten waarvoor de overlevering wordt verzocht, achterwege moet blijven.

5 Slotsom

De rechtbank stelt vast dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW. Verder staan geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg en is geen sprake van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven. Om die reden staat de rechtbank de overlevering toe.

6 Toepasselijke wetsartikelen

De artikelen 2, 5 en 7 OLW.

7 Beslissing

STAAT TOE de overlevering van [opgeëiste persoon] aan het Kantongerecht Oldenburg (Duitsland) voor de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB.

Deze uitspraak is gedaan door

mr. E.M. de Bie, voorzitter,

mrs. M. Westerman en L. Baroud, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. G. Riedijk, griffier,

en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 29 juli 2026.

Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.