Uitspraak · Personen- en familierecht

Rechtbank Amsterdam, 10 juli 2026

ECLI:NL:RBAMS:2026:7656Zaaknummer C/13/790693 / FA RK 26/5405

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
10 juli 2026
Publicatiedatum
28 juli 2026
Zaaknummer
C/13/790693 / FA RK 26/5405
Rechtsgebied
Civiel recht, Personen- en familierecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig, Rekestprocedure, Beschikking
Zittingsplaats
Amsterdam
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

IBS toegewezen.

De rechtbank:

verleent het verzoek tot voorzetting van de inbewaringstelling ten aanzien van

[betrokkene], geboren op [geboortedag] 1963,

bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 21 augustus 2026.

Deze beschikking is op 10 juli 2026 mondeling gegeven door mr. M.J.M. Marseille, rechter, en in het openbaar uitgesproken bijgestaan door D.L. Overduin als griffier en op 24 juli 2026 schriftelijk uitgewerkt en ondertekend.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Procesverloop
  2. 2 Beoordeling
  3. 3 Beslissing

beschikking

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht Team Familie & Jeugd

zaaknummer / rekestnummer: C/13/790693 / FA RK 26/5405

Rechterlijke machtiging tot opname en verblijf

Beschikking van 10 juli 2026, naar aanleiding van het door het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) ingediende verzoek tot het verlenen van een machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling als bedoeld in artikel 37 van de Wet zorg en dwang (Wzd), ten aanzien van:

[betrokkene],

geboren op [geboortedag] 1963,

wonende te [adres 1],

verblijvende te [adres 2],

hierna te noemen: betrokkene,

advocaat: mr. W. van Vliet te Diemen,

zorgaanbieder: AMSTA, locatie [locatie].

1 Procesverloop

Het procesverloop blijkt uit het verzoekschrift met bijlagen, ingekomen ter griffie op 7 juli 2026.

De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 10 juli 2026, in het gebouw van de zorgaanbieder. Tijdens de mondelinge behandeling heeft de rechtbank de volgende personen gehoord:

- betrokkene;

- de raadsman;

- mw. [naam 1], arts;

- [naam 2], verzorgende.

2 Beoordeling

2.1.

Op 6 juli 2026 heeft de burgemeester van de gemeente Amsterdam ten behoeve van de betrokkene een last tot inbewaringstelling afgegeven.

2.2.

Uit de overgelegde stukken en het behandelde ter zitting is gebleken dat er sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel waardoor een rechterlijke machtiging niet kan worden afgewacht. Het ernstig vermoeden bestaat dat het gedrag van de betrokkene als gevolg van zijn ongespecificeerde neurocognitieve stoornis ernstig nadeel veroorzaakt.

2.3.

Het onmiddellijk dreigend ernstig nadeel is gelegen in: levensgevaar, ernstig lichamelijk letsel, ernstige verwaarlozing en maatschappelijke teloorgang. Betrokkene is in onvoldoende mate in staat voor zijn eigen gezondheid en huishouden te zorgen. Voor opname woonde betrokkene in een ernstig vervuilde woning, die uiteindelijk door de GGD moest worden gereinigd. Betrokkene verblijft inmiddels in een verpleeghuis maar is hier afgelopen weekend weggelopen. Hij werd in verwarde en vervuilde toestand op straat aangetroffen. Daarbij heeft hij essentiële medicatie (zoals insuline, bloedverdunners en Thiamine) niet ingenomen waardoor hij op de spoedeisende hulp is beland. Zijn bloedsuikerspiegel was veel te hoog. Tijdens opname laat betrokkene zijn urine en ontlasting vrijuit lopen en accepteert hij niet dat zorgmedewerkers hem helpen met verschonen

2.4.

Om het onmiddellijk dreigend ernstig nadeel te voorkomen dan wel af te wenden is voortzetting van de inbewaringstelling noodzakelijk en er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben.

2.5.

Betrokkene verzet zich tegen een voortzetting van het verblijf in de accommodatie. Betrokkene geeft bij herhaling verbaal te kennen dat hij naar huis wil en niet opgenomen wil blijven maar geeft geen verdere verklaring waarom hij dit niet wil. Afgelopen weekend is hij weggelopen

vanuit de instelling naar zijn eigen woning. Vervolgens is hij op de eerste hulp terecht gekomen en aansluitend weer opgenomen in het verpleeghuis.

2.6.

De raadsman heeft namens betrokkene aangegeven dat hij graag naar huis wil. De situatie is nu anders dan bij binnenkomst. Betrokkene is helder van geest. Daarnaast heeft betrokkene een mentor die hem ook kent.

De arts heeft aangegeven verder onderzoek te willen doen naar de diagnose. Het is wachten tot betrokkene voldoende is hersteld zodat er een cognitieve screening kan plaatsvinden.

2.7.

Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat is voldaan aan de criteria voor een voortzetting van de inbewaringstelling. De machtiging zal worden verleend voor de (verzochte) duur van zes weken.

3 Beslissing

De rechtbank:

verleent het verzoek tot voorzetting van de inbewaringstelling ten aanzien van

[betrokkene], geboren op [geboortedag] 1963,

bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 21 augustus 2026.

Deze beschikking is op 10 juli 2026 mondeling gegeven door mr. M.J.M. Marseille, rechter, en in het openbaar uitgesproken bijgestaan door D.L. Overduin als griffier en op 24 juli 2026 schriftelijk uitgewerkt en ondertekend.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.