Uitspraak · Europees strafrecht

Rechtbank Amsterdam, 14 juli 2026

ECLI:NL:RBAMS:2026:7559Zaaknummer 13-116500-26

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
14 juli 2026
Publicatiedatum
18 augustus 2026
Zaaknummer
13-116500-26
Rechtsgebied
Strafrecht, Europees strafrecht
Procedure
Eerste en enige aanleg
Zittingsplaats
Amsterdam
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Executie-EAB uit Polen. Overlevering toegestaan.

9 Beslissing

STAAT TOE de overlevering van [opgeëiste persoon] aan Sąd Okręgowy w Krakowie III Karny [the District Court in Krakow, Third Criminal Division], Polen, voor het feit zoals dat is omschreven in onderdeel e) van het EAB.

Deze uitspraak is gedaan door

mr. M.C.M. Hamer, voorzitter,

mrs. D.L.S. Ceulen en C.M.S. Loven, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. E.A. Harland, griffier,

en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 14 juli 2026.

Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER
  2. 1 Procesgang
  3. 2 Identiteit van de opgeëiste persoon
  4. 3 Grondslag en inhoud van het EAB
  5. 4 Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 12 OLW
  6. 5 Strafbaarheid
  7. 6 Artikel 11 OLW: artikel 47 van het Handvest van de grondrechten van de EU
  8. 7 Slotsom
  9. 8 Toepasselijke wetsbepalingen
  10. 9 Beslissing

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13-116500-26

Datum uitspraak: 14 juli 2026

UITSPRAAK

op de vordering van 30 april 2026 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).[_f1cfae35-929d-4ccc-9d6b-9f8fb587cd04]

Dit EAB is uitgevaardigd op 4 december 2025 door Sąd Okręgowy w Krakowie III Karny [the District Court in Krakow, Third Criminal Division], Polen (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:

[opgeëiste persoon],

geboren op [geboortedag] 1990 in [geboorteplaats] (Polen),

zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,

hierna ‘de opgeëiste persoon’.

1 Procesgang

Zitting van 23 juni 2026

De behandeling van het EAB is aangevangen op de zitting van 23 juni 2026, in aanwezigheid van mr. K. van der Schaft, officier van justitie. De opgeëiste persoon is niet verschenen.

Mr. J. de Haan, advocaat in Koog aan de Zaan, is verschenen, maar heeft verklaard niet te zijn gemachtigd. De behandeling van de zaak is voor bepaalde tijd aangehouden tot de zitting van 14 juli 2026, kort gezegd omdat de oproeping niet op de bij de wet voorgeschreven wijze aan de opgeëiste persoon was betekend.

Zitting van 14 juli 2026 Op deze zitting heeft de rechtbank – met instemming van de officier van justitie – de behandeling van het EAB in gewijzigde samenstelling voortgezet in aanwezigheid van

mr. K. van der Schaft, officier van justitie. De opgeëiste persoon is niet verschenen. De advocaat, mr. J. de Haan, is verschenen, maar heeft verklaard niet te zijn gemachtigd.

De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd.[_1d6fd872-0268-4a59-8f8c-10ca930abad4]

Ook heeft de rechtbank voor sluiting van het onderzoek ter zitting de gevangenneming bevolen.

De rechtbank heeft vervolgens het onderzoek ter zitting gesloten en direct uitspraak gedaan.

2 Identiteit van de opgeëiste persoon

De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht en vastgesteld dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat de opgeëiste persoon de Poolse nationaliteit heeft.

3 Grondslag en inhoud van het EAB

Het EAB vermeldt een vonnis van Sąd Rejonowy dla Krakowa-Podgórza w Krakowie Wydzial II Karny [the Krakow-Podgórze Regional Court in Krakow, Second Criminal Division], van

21 december 2023 met kenmerk II K 1336/23/P, onherroepelijk geworden op 9 februari 2024.

De overlevering wordt verzocht voor de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf voor de duur van twee jaren en drie maanden. De opgeëiste persoon is tot deze straf veroordeeld in het hiervoor genoemde vonnis en hij moet deze straf ondergaan in Polen. Van deze straf resteren volgens het EAB nog één jaar, zes maanden en vijf dagen.

De hiervoor genoemde veroordeling ziet op het feit zoals dat is omschreven in het EAB.[_19fb3744-7775-4b9d-80c6-cc8da5b42f6e]

4 Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 12 OLW

Het EAB vermeldt dat de opgeëiste persoon in persoon is verschenen bij het proces dat tot de beslissing heeft geleid. De weigeringsgrond van artikel 12 OLW is daarom niet van toepassing.

5 Strafbaarheid

Feit vermeld op bijlage 1 bij de OLW

De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft het strafbare feit aangewezen als een zogenoemd lijstfeit, dat in Nederland in de lijst van bijlage 1 bij de OLW staat vermeld, te weten:

illegale handel in verdovende middelen en psychotrope stoffen.

Uit het EAB volgt dat voor dit feit naar het recht van de uitvaardigende lidstaat een vrijheidsstraf van minstens drie jaren kan worden opgelegd.

Dit betekent dat de rechtbank geen onderzoek doet naar de vraag of het feit ook naar Nederlands recht strafbaar is.

6 Artikel 11 OLW: artikel 47 van het Handvest van de grondrechten van de EU

De rechtbank heeft eerder vastgesteld dat, vanwege structurele of fundamentele gebreken in de Poolse rechtsorde, in Polen een algemeen reëel gevaar bestaat van schending van het grondrecht op een eerlijk proces voor een onafhankelijk en onpartijdig gerecht dat vooraf bij wet is ingesteld.[_49e63981-4b7d-4708-80d1-85febcff1d64] Het is aan de opgeëiste persoon om omstandigheden aan te voeren en aan te tonen waaruit blijkt dat hij dit gevaar ook daadwerkelijk loopt.

Omdat de opgeëiste persoon geen elementen heeft aangevoerd waaruit blijkt dat die structurele of fundamentele gebreken een concrete invloed hebben gehad op de behandeling van zijn strafzaak, is niet aangetoond dat sprake is van een individueel reëel gevaar van schending van het grondrecht op een eerlijk proces voor een onafhankelijk en onpartijdig gerecht dat vooraf bij wet is ingesteld.[_79311583-57e8-459a-ac05-7d8c84ec03ae]

7 Slotsom

De rechtbank stelt vast dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW. Verder staan geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg en is geen sprake van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven. De rechtbank staat daarom de overlevering toe.

8 Toepasselijke wetsbepalingen

De artikelen 2, 5 en 7 OLW.

9 Beslissing

STAAT TOE de overlevering van [opgeëiste persoon] aan Sąd Okręgowy w Krakowie III Karny [the District Court in Krakow, Third Criminal Division], Polen, voor het feit zoals dat is omschreven in onderdeel e) van het EAB.

Deze uitspraak is gedaan door

mr. M.C.M. Hamer, voorzitter,

mrs. D.L.S. Ceulen en C.M.S. Loven, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. E.A. Harland, griffier,

en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 14 juli 2026.

Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.