Uitspraak · Personen- en familierecht

Rechtbank Amsterdam, 2 juli 2026

ECLI:NL:RBAMS:2026:7336Zaaknummer C/13/790280 / FA RK 26/5211

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
2 juli 2026
Publicatiedatum
20 juli 2026
Zaaknummer
C/13/790280 / FA RK 26/5211
Rechtsgebied
Civiel recht, Personen- en familierecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig, Mondelinge uitspraak, Beschikking
Zittingsplaats
Amsterdam
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Wzd. IBS toegewezen. Opname is noodzakelijk en er zijn op dit moment geen andere alternatieven.

De rechtbank:

verleent het verzoek tot voorzetting van de inbewaringstelling ten aanzien van [betrokkene], geboren op [geboortedag] 1939,

bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 13 augustus 2026.

Deze beschikking is op 2 juli 2026 mondeling gegeven door mr. J.W.B. Snijders Blok, rechter, en in het openbaar uitgesproken bijgestaan door K.W. de Haan als griffier en op 9 juli 2026 schriftelijk uitgewerkt.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Procesverloop
  2. 2 Beoordeling
  3. 3 Beslissing

beschikking

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht Team Familie & Jeugd

zaaknummer / rekestnummer: C/13/790280 / FA RK 26/5211

Machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling

Beschikking van 2 juli 2026 naar aanleiding van het door het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) ingediende verzoek tot het verlenen van een machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling als bedoeld in artikel 37 van de Wet zorg en dwang (Wzd), ten aanzien van:

[betrokkene],

geboren op [geboortedag] 1939,

wonende te [adres 1]

verblijvende te [adres 2],

zorgaanbieder: Stichting Amstelring Groep, accommodatie [locatie],

hierna te noemen: betrokkene,

advocaat: mr. C.H. van Keulen te Amsterdam.

1 Procesverloop

Het procesverloop blijkt uit het verzoekschrift met bijlagen, ingekomen ter griffie op 29 juni 2026.

De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 2 juli 2026, in het verpleeghuis [locatie]. Tijdens de mondelinge behandeling heeft de rechtbank de volgende personen gehoord:

  • betrokkene;
  • de advocaat;
  • mw. [naam 1] en mw. [naam 2], artsen;
  • [naam 3], verpleegkundige.

2 Beoordeling

2.1.

Op 28 juni 2026 heeft de burgemeester van de gemeente Amsterdam ten behoeve van de betrokkene een last tot inbewaringstelling afgegeven.

2.2.

Uit de overgelegde stukken en het behandelde ter zitting is gebleken dat er sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel waardoor een rechterlijke machtiging niet kan worden afgewacht. Het ernstig vermoeden bestaat dat het gedrag van de betrokkene als gevolg van haar psychogeriatrische aandoening, te weten de ziekte van Alzheimer, dit ernstig nadeel veroorzaakt.

2.3.

Het onmiddellijk dreigend ernstig nadeel is gelegen in levensgevaar, ernstige materiële schade en de algemene veiligheid van personen of goederen is in gevaar. Betrokkene moest op 26 juni 2026 naar de spoedeisende hulp nadat ze het vuur in haar woning aan had laten staan tijdens het koken en de buren de brandweer hebben moeten bellen vanwege rook. Er is daarna geprobeerd om betrokkene terug te laten keren naar haar woning. Haar veiligheid wilde ze garanderen door haar gas af te sluiten. Betrokkene werd daags daarna verward en uitgedroogd aangetroffen door haar zwager, waardoor ze opnieuw naar de spoedeisende hulp moest. Betrokkene is daarna overgebracht naar

de crisisopname-afdeling van het [locatie]. Betrokkene kan zich de incidenten niet meer goed herinneren.

2.4.

Betrokkene verzet zich tegen een voortzetting van het verblijf in de accommodatie. Betrokkene laat uitdrukkelijk weten niet langer opgenomen te willen zijn en terug naar huis te willen.

2.5.

De advocaat heeft afwijzing van het verzoek bepleit, omdat niet onderzocht is of er minder bezwarende alternatieven zijn die hetzelfde beoogde effect hebben. Betrokkene is vanuit de thuissituatie waarin ze alles zelfstandig deed, direct opgenomen in het verpleeghuis. Er is geen onderzoek gedaan naar de mogelijkheid van intensieve thuiszorg. Subsidiair bepleit de advocaat om de komende periode te onderzoeken of ambulante zorg mogelijk is voor betrokkene.

2.6.

De arts heeft toegelicht dat betrokkene niet kan vertellen waarom ze opgenomen is. Ze heeft telkens een ander verhaal. Betrokkene heeft sturing en structuur nodig van het zorgteam. Thuis weigerde betrokkene de zorg. De casemanager maakt zich zorgen om betrokkene. Het is bovendien de vraag of de thuiszorg de noodzakelijk bevonden zorg kan ondervangen. Betrokkene verwaarloosde haar zelfzorg, liet haar eten buiten de koelkast liggen en kon niet meer goed omgaan met de apparaten in haar woning. Betrokkene was daarnaast niet in staat om zelfstandig te alarmeren.

2.7.

De rechtbank is van oordeel dat om het onmiddellijk dreigend ernstig nadeel te voorkomen dan wel af te wenden voortzetting van de inbewaringstelling noodzakelijk is en dat er geen minder bezwarende alternatieven zijn die hetzelfde beoogde effect hebben. Eerder is er een poging gedaan om het gevaar op andere manieren af te wenden door het gas uit te schakelen en betrokkene weer naar huis te laten gaan. Daar is binnen 24 uur opnieuw een levensbedreigende situatie ontstaan. De arts heeft bovendien verklaard dat betrokkene weigerachtig is richting de zorg, waardoor het niet aannemelijk is dat zij thuiszorg zal accepteren op dit moment. Middels de voortzetting van een inbewaringstelling kan de veiligheid van betrokkene worden gegarandeerd. In de komende periode moet worden bekeken of er mogelijkheden zijn om aan betrokkene vanuit haar eigen woning, in een ambulant kader, de noodzakelijke zorg te verlenen. Daarvoor is in de eerste plaats vereist dat betrokkene dergelijke zorg aan huis accepteert.

2.8

Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat is voldaan aan de criteria voor een voortzetting van de inbewaringstelling. De machtiging zal worden verleend voor de (verzochte) duur van zes weken.

3 Beslissing

De rechtbank:

verleent het verzoek tot voorzetting van de inbewaringstelling ten aanzien van [betrokkene], geboren op [geboortedag] 1939,

bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 13 augustus 2026.

Deze beschikking is op 2 juli 2026 mondeling gegeven door mr. J.W.B. Snijders Blok, rechter, en in het openbaar uitgesproken bijgestaan door K.W. de Haan als griffier en op 9 juli 2026 schriftelijk uitgewerkt.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.