Uitspraak · Personen- en familierecht

Rechtbank Amsterdam, 30 juni 2026

ECLI:NL:RBAMS:2026:7321Zaaknummer C/13/789461 / FA RK 26/4757

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
30 juni 2026
Publicatiedatum
20 juli 2026
Zaaknummer
C/13/789461 / FA RK 26/4757
Rechtsgebied
Civiel recht, Personen- en familierecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig, Mondelinge uitspraak, Beschikking
Zittingsplaats
Amsterdam
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Wvggz. Zorgmachtiging verleend. Zorg in een vrijwillig kader nog niet mogelijk.

De rechtbank:

verleent een zorgmachtiging ten aanzien van [betrokkene], geboren op [geboortedag] 1963 te [geboorteplaats], inhoudende dat gedurende de looptijd van de machtiging bij wijze van verplichte zorg de in rechtsoverweging 2.5 genoemde maatregelen kunnen worden getroffen;

bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met uiterlijk 30 december 2026;

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is op 30 juni 2026 mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken door

mr. K.A. Brunner, rechter, bijgestaan door mr. K.W. de Haan als griffier en op 8 juli 2026 schriftelijk uitgewerkt en ondertekend.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Procesverloop
  2. 2 Beoordeling
  3. 3 Beslissing

beschikking

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht Team Familie & Jeugd

zaaknummer / rekestnummer: C/13/789461 / FA RK 26/4757

kenmerk: ZM/IND/205604

Machtiging tot het verlenen van verplichte zorg

Beschikking van 30 juni 2026 van de rechtbank Amsterdam naar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot het verlenen van een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:

[betrokkene],

geboren op [geboortedag] 1963 te [geboorteplaats],

wonende te [adres 1],

verblijvende te [adres 2],

zorgaanbieder: GGZ inGeest,

hierna te noemen: betrokkene,

advocaat: mr. L.M.F. Aarts te Amsterdam die waarneemt voor mr. C.H. van Keulen.

1 Procesverloop

1.1.

Het procesverloop blijkt uit het verzoekschrift met bijlagen, ingekomen ter griffie op 15 juni 2026.

De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 30 juni 2026 in het gebouw van de zorgaanbieder op de locatie [locatie].

Tijdens de mondelinge behandeling waren aanwezig en heeft de rechtbank de volgende personen gehoord:

- betrokkene;

- de waarnemend advocaat;

- dhr. [naam], psychiater.

Omdat de officier van justitie een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig acht, is hij niet bij de mondelinge behandeling verschenen.

2 Beoordeling

2.1.

Anders dan de advocaat namens betrokkene heeft bepleit, blijkt uit de overgelegde stukken en het behandelde ter zitting dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, in de vorm van recidief psychose. De psychiater heeft toegelicht dat betrokkene aan het begin van de opname slecht te volgen was en grote gedachtesprongen maakte. Er was desorganisatie en nihilisme zichtbaar bij betrokkene. Hij was bovendien achterdochtig naar instanties. Gelet op de door de behandelaar gegeven uitleg en het oordeel van de onafhankelijk psychiater die daarmee overeenstemt, heeft de rechtbank dan ook geen redenen om te twijfelen aan de hiervoor genoemde psychische stoornis. Naar het oordeel van de rechtbank is het bestaan van voornoemde stoornis voldoende en duidelijk gemotiveerd.

2.2.

Anders dan de advocaat namens betrokkene heeft bepleit, leidt deze stoornis tot ernstig nadeel, gelegen in levensgevaar en maatschappelijke teloorgang. De psychiater heeft toegelicht dat de situatie voorafgaand aan de opname zorgelijk was. Betrokkene kwam niet toe aan zijn werk en er was een risico op overmatig alcoholgebruik. Betrokkene is in een verwarde, onverzorgde toestand aangetroffen en leek niet goed in zijn dagelijkse behoeften te kunnen voldoen. Betrokkene heeft daarbij ook suïcidale uitspraken gedaan. De rechtbank acht met het bovenstaande het ernstig nadeel voldoende aanwezig en actueel.

2.3.

Om het ernstig nadeel af te wenden of de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen of de door de stoornis bedreigde of aangetaste fysieke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen, heeft betrokkene zorg nodig.

2.4.

Anders dan de advocaat namens betrokkene heeft bepleit, is gebleken dat er geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis zijn. Betrokkene is in de kliniek behandeld met medicatie en het gaat nu veel beter met hem. Hij is aangekomen in gewicht, slaapt beter en maakt zich minder zorgen. Betrokkene is ook beter te volgen in gesprekken. Het is van belang dat deze stijgende lijn gecontinueerd wordt. In de komende periode zal betrokkene terugkeren naar huis met een ambulant team. Deze nieuwe ontwikkelingen kunnen betrokkene weer uit evenwicht halen. De situatie is derhalve nog te pril. Een zorgmachtiging is noodzakelijk om waar nodig bij te kunnen sturen dan wel in te grijpen.

2.5.

Van de in het verzoekschrift genoemde vormen van zorg, die zijn gebaseerd op het zorgplan en het advies van de geneesheer-directeur, alsmede gelet op hetgeen bij de mondelinge behandeling naar voren is gekomen acht de rechtbank de volgende vormen van verplichte zorg noodzakelijk voor de duur van zes maanden:

  • beperken van de bewegingsvrijheid, telkens voor de duur van maximaal drie maanden per keer;
  • controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen, telkens voor de duur van maximaal drie maanden per keer;
  • aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen en het nakomen van afspraken met het ambulant behandelteam;
  • opnemen in een accommodatie, telkens voor de duur van maximaal drie maanden per keer.

De rechtbank zal de verplichte zorg in de vormen van toedienen van medicatie en het verrichten van medische controles niet toewijzen, omdat ter zitting is gebleken dat er voor deze vormen van verplichte zorg geen noodzaak is.

2.6.

De verplichte zorg is evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt dat bij het bepalen van de juiste zorg rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben.

2.7.

Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. De zorgmachtiging zal worden verleend voor de (verzochte) duur van zes maanden.

3 Beslissing

De rechtbank:

verleent een zorgmachtiging ten aanzien van [betrokkene], geboren op [geboortedag] 1963 te [geboorteplaats], inhoudende dat gedurende de looptijd van de machtiging bij wijze van verplichte zorg de in rechtsoverweging 2.5 genoemde maatregelen kunnen worden getroffen;

bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met uiterlijk 30 december 2026;

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is op 30 juni 2026 mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken door

mr. K.A. Brunner, rechter, bijgestaan door mr. K.W. de Haan als griffier en op 8 juli 2026 schriftelijk uitgewerkt en ondertekend.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.