Uitspraak · Personen- en familierecht

Rechtbank Amsterdam, 2 juni 2026

ECLI:NL:RBAMS:2026:7274Zaaknummer C/13/788627 / FA RK 26/4299

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
2 juni 2026
Publicatiedatum
20 juli 2026
Zaaknummer
C/13/788627 / FA RK 26/4299
Rechtsgebied
Civiel recht, Personen- en familierecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig, Mondelinge uitspraak, Beschikking
Zittingsplaats
Amsterdam
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Wvggz. VCM toegewezen.

De rechtbank:

verleent een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel ten aanzien van [betrokkene],

geboren op [geboortedag] 1992 te [geboorteplaats] (Iran), voor zover het de in rechtsoverweging 2.2 genoemde vormen van verplichte zorg betreft;

bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met uiterlijk 23 juni 2026.

Deze beschikking is op 2 juni 2026 mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken door

mr. K.M. van Hassel, rechter, bijgestaan door mr. K.W. de Haan als griffier en op 15 juni 2026 schriftelijk uitgewerkt en ondertekend.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Procesverloop
  2. 2 Beoordeling
  3. 3 Beslissing

beschikking

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht Team Familie & Jeugd

zaaknummer / rekestnummer: C/13/788627 / FA RK 26/4299

kenmerk: VCM/IND/204343

Machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel

Beschikking van 2 juni 2026 van de rechtbank Amsterdam naar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot verlenging van een crisismaatregel, als bedoeld in artikel 7:7 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:

[betrokkene],

geboren op [geboortedag] 1992 te [geboorteplaats] (Iran),

wonende te [adres 1],

verblijvende te [adres 2],

zorgaanbieder: Arkin,

hierna te noemen: betrokkene,

advocaat: mr. J.M.J.H. Coumans te Amsterdam-Duivendrecht.

1 Procesverloop

1.1.

Bij verzoekschrift met bijlagen, ingekomen ter griffie op 1 juni 2026, heeft de officier van justitie verzocht om verlenging van de op 29 mei 2026 opgelegde crisismaatregel.

1.2.

De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 2 juni 2026 in het gebouw van de zorgaanbieder op de locatie [locatie].

1.3.

Ter zitting heeft de rechtbank de volgende personen gehoord:

- betrokkene;

- bovengenoemde advocaat;

- mw. [naam], arts.

1.4.

Omdat de officier van justitie een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig achtte, is hij niet bij de mondelinge behandeling verschenen.

2 Beoordeling

2.1.

Uit de overgelegde stukken en het behandelde ter zitting is gebleken dat er ten aanzien van betrokkene sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, gelegen in levensgevaar en ernstig lichamelijk letsel.

Vermoed wordt dat dit nadeel wordt veroorzaakt door gedrag dat voortvloeit uit een psychische stoornis, in de vorm van een depressie met psychotische kenmerken en een stoornis in het gebruik van alcohol. De crisissituatie is zo ernstig dat de procedure voor een zorgmachtiging niet kan worden afgewacht.

2.2.

De rechtbank is van oordeel dat van de zorg die is genoemd in de crisismaatregel, de volgende vormen van zorg noodzakelijk zijn om het nadeel af te wenden:

  • toedienen van vocht en voeding;
  • toedienen van medicatie;
  • het verrichten van medische controles;
  • het verrichten van andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;
  • beperken van de bewegingsvrijheid;
  • insluiten;
  • uitoefenen van toezicht op betrokkene;
  • onderzoek aan kleding of lichaam;
  • onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen;
  • controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen;
  • aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
  • beperken van het recht op ontvangen van bezoek;
  • opnemen in een accommodatie.
2.3.

De verplichte zorg is evenredig en naar verwachting effectief. Betrokkene verzet zich tegen deze zorg. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben.

Uit de stukken blijkt dat rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.

2.4.

De advocaat heeft namens betrokkene afwijzing van het verzoek bepleit. Betrokkene wil niet in de kliniek blijven. Zijn problematiek kan niet klinisch behandeld worden. Het gaat er volgens de advocaat vooral om dat er iets aan de woonsituatie van betrokkene wordt gedaan. De rechtbank volgt de advocaat niet in zijn betoog, gelet op de toelichting van de arts. De arts heeft toegelicht dat betrokkene een zelfmoordpoging heeft gedaan en dit is zorgwekkend. Nadere diagnostiek moet nog plaatsvinden. De oorzaak van het toestandsbeeld dient verder te worden onderzocht. Het risico op suïcide is nog steeds groot. Daarom vindt de arts het op dit moment niet verantwoord om betrokkene naar huis te laten gaan. Betrokkene is van mening dat hij niet ziek is en dat hij geen medicatie nodig heeft en daar is dus geen overeenstemming over. De arts benadrukt dat de behandeling bij Jellinek onvoldoende heeft gewerkt en betrokkene heeft nu behandeling nodig in een psychiatrische kliniek. Er is een plek voor betrokkene beschikbaar in [plaats], waar eveneens onderzoek kan worden verricht naar de lichamelijke klachten van betrokkene. Een voortzetting van de crisismaatregel is noodzakelijk.

2.5.

Gelet op het voorgaande zal een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel worden verleend, welke machtiging een geldigheidsduur heeft van drie weken na heden.

3 Beslissing

De rechtbank:

verleent een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel ten aanzien van [betrokkene],

geboren op [geboortedag] 1992 te [geboorteplaats] (Iran), voor zover het de in rechtsoverweging 2.2 genoemde vormen van verplichte zorg betreft;

bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met uiterlijk 23 juni 2026.

Deze beschikking is op 2 juni 2026 mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken door

mr. K.M. van Hassel, rechter, bijgestaan door mr. K.W. de Haan als griffier en op 15 juni 2026 schriftelijk uitgewerkt en ondertekend.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.