Uitspraak · Personen- en familierecht
Rechtbank Amsterdam, 6 juli 2026
ECLI:NL:RBAMS:2026:7056Zaaknummer C/13/790519 / FA RK 26-5308
- Instantie
- Rechtbank Amsterdam
- Datum uitspraak
- 6 juli 2026
- Publicatiedatum
- 14 juli 2026
- Zaaknummer
- C/13/790519 / FA RK 26-5308
- Rechtsgebied
- Civiel recht, Personen- en familierecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig, Rekestprocedure, Beschikking
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
VCM verleend. Aan voorwaarden voldaan. Maatregel proportioneel en doelmatig en geen alternatieven voorhanden.
De rechtbank:
verleent een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel voor [betrokkene], geboren op [geboortedag] 1968 in [geboorteplaats], wat inhoudt dat de maatregelen zoals genoemd in 4.5. kunnen worden toegepast;
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 27 juli 2026.
| Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 6 juli 2026 door mr. I.M. Nusselder, rechter, in aanwezigheid van mr. J.M. Vos, griffier en op schrift gesteld op 13 juli 2026. |
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
Familie- en Jeugdrecht
Zaaknummer: C/13/790519 / FA RK 26/5308
Datum uitspraak: 6 juli 2026
Beschikking voortzetting crisismaatregel
op het verzoek van de officier van justitie voor
[betrokkene],
geboren op [geboortedag] 1968 in [geboorteplaats],
wonende aan de [adres],
verblijvende bij het [verblijfsplaats],
hierna te noemen betrokkene,
advocaat mr. J. Kuijper.
1 Het verloop van de procedure
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in haar beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 3 juli 2026.
De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 6 juli 2026 bij het [verblijfsplaats]. Daarbij zijn gehoord:
- betrokkene, bijgestaan door haar advocaat;
- mevrouw [persoon 1], verpleegkundig specialist;
- mevrouw [persoon 2], psychiater;
- [persoon 3], verpleegkundige.
De officier van justitie is niet gehoord, omdat hij een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig achtte.
2 Wat vaststaat
Betrokkene verblijft met een crisismaatregel bij het [verblijfsplaats]. De burgemeester van [verblijfsplaats] heeft de crisismaatregel op 2 juli 2026 genomen.
3 Het verzoek
De officier van justitie verzoekt de rechtbank een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel voor de duur van drie weken te verlenen.
4 De beoordeling
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van drie weken. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
Vermoed wordt dat het sprake is van gedrag dat voortvloeit uit een psychische stoornis. Betrokkene heeft een eetstoornis (anorexia nervosa). Betrokkene ontkent dat hier sprake van is, maar de rechtbank twijfelt niet aan het deskundig oordeel van de onafhankelijk psychiater. De diagnose anorexia nervosa wordt door de huidige behandelaren onderschreven. De crisissituatie is zo ernstig dat de procedure voor een zorgmachtiging niet kan worden afgewacht.
Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling is gebleken dat er ten aanzien van betrokkene sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, gelegen in het bestaan van of het aanzienlijk risico op:
- levensgevaar;
- ernstig lichamelijk letsel.
Uit de overgelegde stukken en hetgeen tijdens de mondelinge behandeling is besproken blijkt dat een veelvoud aan somatische problematiek bij betrokkene is ontstaan als gevolg van ondervoeding. Deze ondervoeding is veroorzaakt door de anorexia nervosa. Betrokkene is langdurig opgenomen geweest op de somatische afdeling van het ziekenhuis en is een week op de intensive care opgenomen geweest om acuut levensgevaar als gevolg van ondervoeding af te wenden. Ondanks de opname in de accommodatie is het gewicht van betrokkene nog nauwelijks toegenomen. Betrokkene weegt volgens de overgelegde stukken zo’n 30 kilogram met een BMI van 11. Volgens de verpleegkundige is daar recent zo’n 600 gram bijgekomen.
De rechtbank is op grond van de medische verklaring en de toelichting tijdens de mondelinge behandeling van oordeel dat de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn om het nadeel af te wenden:
- het toedienen van vocht en voeding;
- het toedienen van medicatie;
- het verrichten van medische controles;
- het verrichten van andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;
- het beperken van de bewegingsvrijheid;
- insluiten;
- uitoefenen van toezicht op betrokkene;
- onderzoek aan kleding of lichaam;
- onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen;
- controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
- beperken van het recht op het ontvangen van bezoek;
- opnemen in een accommodatie.
Anders dan betrokkene en haar advocaat bepleiten, zijn er naar het oordeel van de rechtbank geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis. Betrokkene stelt namelijk wel zorg te willen, maar in de thuissituatie dan wel op de vorige afdeling alwaar zij meer vrijheden heeft. Door de behandelaren is gemotiveerd verklaard dat zowel een terugkeer naar huis als een terugkeer naar de vorige afdeling niet mogelijk is, omdat dit onvoldoende bijdraagt aan het herstel van betrokkene. Een terugval in de thuissituatie zal betrokkene volgens de verpleegkundig specialist waarschijnlijk niet overleven. Een terugkeer naar de vorige afdeling is volgens de psychiater niet mogelijk, omdat zij niet over de gespecialiseerde kennis beschikken die op de huidige afdeling wel voorhanden is. Op de vorige afdeling is getracht de zorg voor betrokkene in een vrijwillig kader vorm te geven, maar dit heeft onvoldoende effect gehad. Zo kon betrokkene op de vorige afdeling ongelimiteerd bewegen, hetgeen een negatief effect heeft op haar gewicht, en had betrokkene toegang tot vet verbrandende medicatie. Op de huidige afdeling wordt toegezien op het eetpatroon van betrokkene en kan naast somatische zorg ook psychiatrische zorg worden geboden. Betrokkene wordt hier gemontitord zodat haar gezondheid goed in de gaten kan worden gehouden. Betrokkene stelt verder er niet tegen te kunnen opgesloten te zijn in verband met een tweede generatie Jappenkampsyndroom. Hoewel voorstelbaar dat het erg moeilijk is voor betrokkene om in haar bewegingsvrijheid te worden beperkt, heeft betrokkene nu zorg nodig op een gespecialiseerde afdeling. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben.
Anders dan de advocaat bepleit is de verplichte zorg evenredig en naar verwachting effectief. In de thuissituatie en op de vorige afdeling kan niet de zorg worden geboden die betrokkene nodig heeft. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en haar omgeving.
Gelet op het voorgaande zal een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel worden verleend, welke machtiging een geldigheidsduur heeft van drie weken na heden.
5 De beslissing
De rechtbank:
verleent een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel voor [betrokkene], geboren op [geboortedag] 1968 in [geboorteplaats], wat inhoudt dat de maatregelen zoals genoemd in 4.5. kunnen worden toegepast;
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 27 juli 2026.
| Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 6 juli 2026 door mr. I.M. Nusselder, rechter, in aanwezigheid van mr. J.M. Vos, griffier en op schrift gesteld op 13 juli 2026. |
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.