Uitspraak · Europees strafrecht

Rechtbank Amsterdam, 1 juli 2026

ECLI:NL:RBAMS:2026:6854Zaaknummer 13-086833-26

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
1 juli 2026
Publicatiedatum
8 juli 2026
Zaaknummer
13-086833-26
Rechtsgebied
Strafrecht, Europees strafrecht
Procedure
Eerste en enige aanleg
Zittingsplaats
Amsterdam
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Vervolgings-EAB uit België. Na aanhouding om de officier van justitie in de gelegenheid te stellen met het Openbaar Ministerie in België na te gaan in hoeverre er overlap is tussen de verdenkingen in de Nederlandse en Belgische zaak. EAB is ingetrokken. Officier van Jusitie niet-ontvankelijk verklaard.

4 Beslissing

VERKLAART de officier van justitie niet-ontvankelijk in de vordering tot het in behandeling nemen van het EAB.

STELT VAST dat (de geschorste) overleveringsdetentie is geëindigd.

Deze uitspraak is gedaan door

mr. M. Westerman, voorzitter,

mrs. L. Baroud en C.M.S. Loven, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. D. Kloos, griffier.

en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 1 juli 2026.

Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER
  2. 1 Procesgang
  3. 2 Identiteit van de opgeëiste persoon
  4. 3 Ontvankelijkheid van de officier van justitie
  5. 4 Beslissing

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13-086833-26

Datum uitspraak: 1 juli 2026

UITSPRAAK

op de vordering van 15 april 2026 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).[_6c0d4937-5d80-4a38-bfc0-a67a3d55a4cf]

Dit EAB is uitgevaardigd op 4 maart 2026 door een onderzoeksrechter bij de Rechtbank van Eerste Aanleg Antwerpen, België (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:

[de opgeëiste persoon],

geboren op [geboortedag] 1996 in [geboorteplaats] (Irak),

inschrijvingsadres in de Basisregistratie Personen:

[BRP-adres],

hierna ‘de opgeëiste persoon’.

1 Procesgang

De zitting van 10 juni 2026

De behandeling van het EAB is aangevangen op de zitting van 10 juni 2026, in aanwezigheid van mr. K. van der Schaft, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsvrouw, mr. L.E. Versluis, advocaat in Rotterdam.

De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd.[_4f154f9a-687a-407e-bddd-32f8f083ae11]

Tevens heeft de rechtbank de gevangenhouding bevolen met gelijktijdige schorsing van dat bevel tot aan de uitspraak.

De rechtbank heeft de behandeling van de zaak aangehouden om de officier van justitie in de gelegenheid te stellen om bij het Openbaar Ministerie in België na te gaan in hoeverre er overlap is tussen de verdenkingen in de Nederlandse en Belgische strafzaak.

De zitting van 1 juli 2026

De behandeling van het EAB is – met instemming van partijen – in gewijzigde samenstelling voortgezet op de zitting van 1 juli 2026, in aanwezigheid van mr. G.J.A.M. Rasker, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsvrouw, mr. L.E. Versluis.

2 Identiteit van de opgeëiste persoon

Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Nederlandse nationaliteit heeft.

3 Ontvankelijkheid van de officier van justitie

Inleiding

Op 23 juni 2026 heeft de uitvaardigende justitiële autoriteit de volgende aanvullende informatie verstrekt:

“Op 4/03/2026 werd door mijn ambt een EAB uitgevaardigd lastens dhr. [de opgeëiste persoon] (…). Op heden besliste mijn ambt dit EAB in te trekken en aan Nederland te verzoeken de procedure inzake uitlevering te beëindigen.”.

Oordeel van de rechtbank

De rechtbank is met, de raadsvrouw en de officier van justitie, van oordeel dat de officier van justitie niet-ontvankelijk moet worden verklaard in de vordering tot het in behandeling nemen van het EAB. Uit de ontvangen aanvullende informatie blijkt dat het EAB is ingetrokken, waardoor de grondslag aan de vordering is komen te ontvallen.

4 Beslissing

VERKLAART de officier van justitie niet-ontvankelijk in de vordering tot het in behandeling nemen van het EAB.

STELT VAST dat (de geschorste) overleveringsdetentie is geëindigd.

Deze uitspraak is gedaan door

mr. M. Westerman, voorzitter,

mrs. L. Baroud en C.M.S. Loven, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. D. Kloos, griffier.

en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 1 juli 2026.

Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.