Uitspraak · Personen- en familierecht

Rechtbank Amsterdam, 19 juni 2026

ECLI:NL:RBAMS:2026:6839Zaaknummer C/13/788775 / FA RK 26/4379

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
19 juni 2026
Publicatiedatum
9 juli 2026
Zaaknummer
C/13/788775 / FA RK 26/4379
Rechtsgebied
Civiel recht, Personen- en familierecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig, Rekestprocedure, Beschikking
Zittingsplaats
Amsterdam
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Wilsbekwaam verzet, ZM toegewezen als verzocht.

De rechtbank:

verleent een zorgmachtiging ten aanzien van [betrokkene], geboren op [geboortedag] 1965 te [geboorteplaats], inhoudende dat gedurende de looptijd van de machtiging bij wijze van verplichte zorg de in rechtsoverweging 2.4 genoemde maatregelen kunnen worden getroffen;

bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met uiterlijk 19 juni 2027.

Deze beschikking is op 19 juni 2026 mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken door

mr. M. van der Kaay, rechter, bijgestaan door D.L. Overduin als griffier en op 26 juni 2026 schriftelijk uitgewerkt en ondertekend.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Procesverloop
  2. 2 Beoordeling
  3. 3 Beslissing

beschikking

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht Team Familie & Jeugd

zaaknummer / rekestnummer: C/13/788775 / FA RK 26/4379

kenmerk: ZM/IND/202033

Machtiging tot het verlenen van verplichte zorg

Beschikking van 19 juni 2026 van de rechtbank Amsterdam naar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot het verlenen van een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:

[betrokkene],

geboren op [geboortedag] 1965 te [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats], [adres 1],

verblijvende te [verblijfsplaats], [adres 2],

hierna te noemen: betrokkene,

advocaat: mr. M.J.C. Willemsen te Amsterdam,

zorgaanbieder: Arkin, locatie [locatie].

1 Procesverloop

1.1.

Het procesverloop blijkt uit het verzoekschrift met bijlagen, ingekomen ter griffie op 2 juni 2026.

De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 19 juni 2026 in het gebouw van de zorgaanbieder.

Ter zitting waren aanwezig en heeft de rechtbank de volgende personen gehoord:

- betrokkene;

- de raadsvrouw;

- mw. [persoon], psychiater.

Omdat de officier van justitie een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig acht, is hij niet bij de mondelinge behandeling verschenen.

2 Beoordeling

2.1.

Uit de overgelegde stukken en het behandelde ter zitting is gebleken dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, in de vorm van schizofrenie.

2.2.

Deze stoornis leidt tot ernstig nadeel, gelegen in maatschappelijke teloorgang. Op dit moment en ook in het afgelopen jaar is geen sprake geweest van levensgevaar of gevaar voor derden.

2.3.

Om het ernstig nadeel af te wenden of de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen of de door de stoornis bedreigde of aangetaste fysieke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen, heeft betrokkene zorg nodig.

2.4.

Gebleken is dat er geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis zijn. Om die reden is verplichte zorg nodig. Van de in het verzoekschrift genoemde vormen van zorg, die zijn gebaseerd op het zorgplan en het advies van de geneesheer-directeur, alsmede gelet op hetgeen bij de mondelinge behandeling naar voren is gekomen acht de rechtbank de volgende vormen van verplichte zorg noodzakelijk voor de duur van twaalf maanden:

  • toedienen van vocht, voeding en medicatie;
  • het verrichten van medische controles of andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;
  • beperken van de bewegingsvrijheid;
  • opnemen in een accommodatie.
2.5.

De verplichte zorg is evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt dat bij het bepalen van de juiste zorg rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben.

2.6.

De advocaat heeft namens betrokkene aangevoerd dat zij wilsbekwaam is en in staat is tot een redelijke waardering van haar belangen. Uit de medische verklaring blijkt volgens de advocaat in ieder geval niet anders. De wilsbekwaamheid is in de medische verklaring niet beoordeeld en dat moest wel omdat van acuut levensgevaar en gevaar voor derden geen sprake is. Hoewel betrokkene zich niet verzet tegen de opname, is de verplichte zorg wel een beperking in autonomie van betrokkene. Het verzoek moet daarom worden aangehouden zodat de wilsbekwaamheid getoetst kan worden.

De rechtbank gaat hier niet in mee. De onafhankelijke psychiater heeft inderdaad geen oordeel over de wilsbekwaamheid van betrokkene opgenomen in de medische verklaring en er is evenmin sprake van acuut levensgevaar of gevaar voor derden. De Hoge Raad heeft overwogen dat de rechter de wilsbekwaamheid moet beoordelen als betrokkene een beroep doet op dit artikel en betrokkene een voldoende toegelicht bezwaar maakt tegen de voorgestelde verplichte zorg.

De rechtbank is van oordeel dat onvoldoende is gemotiveerd waartegen betrokkene zich verzet. Dat brengt mee dat betrokkene geen beroep kan doen op wilsbekwaam verzet.

2.7.

Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. De zorgmachtiging zal worden verleend voor de (verzochte) duur van twaalf maanden.

3 Beslissing

De rechtbank:

verleent een zorgmachtiging ten aanzien van [betrokkene], geboren op [geboortedag] 1965 te [geboorteplaats], inhoudende dat gedurende de looptijd van de machtiging bij wijze van verplichte zorg de in rechtsoverweging 2.4 genoemde maatregelen kunnen worden getroffen;

bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met uiterlijk 19 juni 2027.

Deze beschikking is op 19 juni 2026 mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken door

mr. M. van der Kaay, rechter, bijgestaan door D.L. Overduin als griffier en op 26 juni 2026 schriftelijk uitgewerkt en ondertekend.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.