Uitspraak · Civiel recht

Rechtbank Amsterdam, 18 juni 2026

ECLI:NL:RBAMS:2026:6448Zaaknummer 11964325 CV EXPL 25-15809

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
18 juni 2026
Publicatiedatum
30 juni 2026
Zaaknummer
11964325 CV EXPL 25-15809
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig, Op tegenspraak, Tussenuitspraak
Zittingsplaats
Amsterdam
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Tussenvonnis. Vordering tot betaling boete. Beoordeling bevoegdheid Nederlandse burgerlijke rechter.

4 De beslissing

De kantonrechter

4.1.

verwijst de zaak naar de rolzitting van 16 juli 2026 te 10:00 uur voor het indienen door Stad Antwerpen van een akte als bovenoverwogen;

4.2.

houdt ieder verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.F. Kuiken en in het openbaar uitgesproken op

18 juni 2026.

51447/460

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 De procedure
  2. 2 Het geschil
  3. 3 De beoordeling
  4. 4 De beslissing

RECHTBANK AMSTERDAM

Civiel recht

Kantonrechter

Zaaknummer: 11964325 \ CV EXPL 25-15809

Vonnis van 18 juni 2026

in de zaak van

STAD ANTWERPEN,

gevestigd te Antwerpen (België),

eisende partij,

hierna te noemen: Stad Antwerpen,

gemachtigde: mr. H. Usan (Modero Nederland B.V.),

tegen

[gedaagde],

wonende te [woonplaats],

gedaagde partij,

hierna te noemen: [gedaagde],

procederend in persoon.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding van 7 oktober 2025 met producties,

- het proces-verbaal van het mondelinge antwoord,

- het tussenvonnis van 6 januari 2026,

- de dagbepaling mondelinge behandeling.

1.2.

De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 16 april 2026. Stad Antwerpen is verschenen bij de gemachtigde. [gedaagde] is, alhoewel daartoe behoorlijk opgeroepen, niet verschenen. De gemachtigde van Stad Antwerpen heeft ter zitting de standpunten nader toegelicht en vragen van de kantonrechter beantwoord. Ten slotte is vonnis gevraagd en is een datum voor vonnis bepaald.

2 Het geschil

Feiten

2.1.

Op 27 november 2015 heeft het Vlaams Parlement een Decreet betreffende Lage-emissiezones aangenomen (C-2015/36551), gewijzigd bij Decreet van 3 mei 2019 (C/2019/41146). Bij Besluit betreffende Lage-emissiezones van 26 februari 2016 zijn nadere definities opgenomen voor de bepaling van de emissienormen van voertuigen (C-2016/35312).

2.2.

Stad Antwerpen heeft op grond van voormeld Decreet het Gemeentelijk Reglement Lage-Emissiezone Antwerpen (hierna: het Reglement) aangenomen met de doelstellingen ter vermindering van de uitstoot van vervuilende gassen.

2.3.

Stad Antwerpen heeft op grond van het Reglement een Lage Emissiezone in Antwerpen ingesteld, die is aangegeven met verkeersborden in de Nederlandse taal. In deze zone mogen volgens het Reglement alleen automobilisten rijden met voertuigen die voldoen aan de emissienormen of die in het bezit zijn van een LEZ-dagpas.

Vordering en verweer

2.4.

Stad Antwerpen vordert, na vermindering van eis ter zitting, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis dat [gedaagde] veroordeeld wordt tot betaling van € 150,00, vermeerderd met de proceskosten.

2.5.

Stad Antwerpen legt aan haar vordering het volgende ten grondslag. Het motorvoertuig van [gedaagde] bevond zich op 16 september 2022 om 19.37 uur in de Lage Emissiezone, die voor iedere automobilist zichtbaar is. Het motorvoertuig van [gedaagde] voldeed op dat moment niet aan de emissienormen en [gedaagde] was niet in het bezit van een LEZ-dagpas. Door middel van geplaatste verkeerscamera’s is er een foto gemaakt van het voertuig en het kenteken. Na controle in het register van de Nederlandse RDW (Rijksdienst voor Wegverkeer) is gebleken dat [gedaagde] op het moment van de overtreding verantwoordelijk was voor het motorvoertuig. Stad Antwerpen heeft aan [gedaagde] een brief gezonden waarin een administratieve geldboete van € 150,00 is opgelegd. [gedaagde] heeft niet betaald en heeft geen bezwaar gemaakt.

2.6.

[gedaagde] erkent dat hij de hoofdsom verschuldigd is, maar betwist de bijkomende kosten. Hij stelt dat hij pas via de dagvaarding heeft vernomen dat er een boete tegen hem is opgelegd. Bovendien heeft [gedaagde] een tijd in een wisselwoning gewoond, waardoor de aanmaningen mogelijk niet naar zijn daadwerkelijke woonadres zijn gestuurd.

3 De beoordeling

3.1.

De kantonrechter kan deze zaak niet zonder nadere inlichtingen van Stad Antwerpen beoordelen en beslissen.

Bevoegdheid

3.2.

Deze zaak heeft een internationaal karakter en daarom dient eerst beoordeeld te worden of de Nederlandse rechter bevoegd is om van het geschil kennis te nemen. Vervolgens dient te vraag te worden beantwoorden of de burgerlijke rechter (in dit geval de kantonrechter) bevoegd is om het geschil te beoordelen en daarop te beslissen.

3.3.

De zaak ziet op de inning van een boete voor een verkeersovertreding naar Belgisch recht. De zaak is aangebracht als privaatrechtelijk geschil. De grondslag van de vordering is evenwel het door de gemeente Antwerpen (publiekrechtelijk) vastgesteld Reglement. Op grond van het Reglement is een administratieve boete opgelegd. Het gaat hier in beginsel dus om een administratiefrechtelijk geschil. Stad Antwerpen stelt zelf ook dat er een ‘reglementaire rechtsverhouding’ is ontstaan. Om die reden is de Verordening (EU) Nr. 1215/2012 betreffende rechterlijke bevoegdheid, erkenning en tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken (Brussel I-bis) niet van toepassing (artikel 1 Brussel I-bis).

3.4.

Stad Antwerpen heeft niet toegelicht dat door het opleggen van een administratieve boete (ook) een burgerrechtelijke rechtsverhouding is ontstaan tussen Stad Antwerpen en [gedaagde]. Zij stelt uitsluitend dat er een verbintenis is ontstaan die voortvloeit uit de wet. Omdat er verder geen verdragen en verordeningen van toepassing zijn en [gedaagde] in Nederland woont is volgens Stad Antwerpen op grond van artikel 2 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering de Nederlandse rechter als bevoegde rechter aangewezen.

3.5.

De kantonrechter ziet zich voor de vraag gesteld of het mogelijk is om een administratiefrechtelijke boete die in België is opgelegd op grond van een publiekrechtelijk besluit (het Reglement) te innen via de Nederlandse burgerlijke rechter. Het gaat hier immers om een geldboete met een punitief karakter. De kantonrechter verwijst in dit verband naar het (Europese) Kaderbesluit 2005/214/JBZ inzake de toepassing van het beginsel van wederzijdse erkenning op geldelijke sancties en de (Belgische) Wet inzake de toepassing van het beginsel van wederzijdse erkenning van rechterlijke beslissingen in strafzaken tussen de lidstaten van de Europese Unie.[_63225bbe-89e5-472c-9c2d-742def21f72d] Daaruit lijkt te volgen dat de officier van justitie (CJIB[_af95068b-5aa6-4ec9-8eb1-f138ee53c410]) in Nederland bevoegd is om tot inning over te gaan van een door een Belgisch(e) bestuursorgaan/gemeente opgelegde boete. De kantonrechter vraagt zich af of ondanks deze openstaande publiekrechtelijke weg de burgerlijke rechter daarnaast kan worden aangezocht.[_1496eb74-0313-4a8f-8794-97afb95e69f5]

3.6.

De kantonrechter verzoekt Stad Antwerpen om bij akte nader toe te lichten op grond waarvan de Nederlandse rechter rechtsmacht toekomt en, zo dit het geval is, op grond waarvan de burgerlijke rechter bevoegd is. De kantonrechter verzoekt Stad Antwerpen om aan te geven op grond van welk verdrag of wettelijke regeling haar die bevoegdheid toekomt.

3.7.

In de door Stad Antwerpen te geven toelichting kan Stad Antwerpen eventueel ook nader uitleggen hoe een Belgische inwoner een verkeersboete kan aanvechten en bij welke (soort) rechter.

Toepasselijk recht

3.8.

Voor zover komt vast te staan dat de Nederlandse burgerlijke (kanton)rechter bevoegd is, verzoekt de kantonrechter Stad Antwerpen nader toe te lichten welk recht moet worden toegepast, waarom, en op grond waarvan dat recht wordt aangewezen als toepasselijk recht. Daarbij merkt de kantonrechter op dat de Verordening (EG) nr. 864/2007 van het Europees Parlement en de Raad van 11 juli 2007 (Rome II) niet ziet op administratiefrechtelijke zaken (artikel 1 van Rome II).[_25b33a99-fee0-4f0a-8019-6e9795cd0e44]

3.9.

Houdt iedere verdere beslissing aan.

4 De beslissing

De kantonrechter

4.1.

verwijst de zaak naar de rolzitting van 16 juli 2026 te 10:00 uur voor het indienen door Stad Antwerpen van een akte als bovenoverwogen;

4.2.

houdt ieder verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.F. Kuiken en in het openbaar uitgesproken op

18 juni 2026.

51447/460

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.