Uitspraak · Personen- en familierecht

Rechtbank Amsterdam, 8 juni 2026

ECLI:NL:RBAMS:2026:6227Zaaknummer C/13/788854 / FA RK 26/4432

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
8 juni 2026
Publicatiedatum
25 juni 2026
Zaaknummer
C/13/788854 / FA RK 26/4432
Rechtsgebied
Civiel recht, Personen- en familierecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig, Mondelinge uitspraak, Rekestprocedure, Beschikking
Zittingsplaats
Amsterdam
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

VCM toegewezen voor de duur van 3 dagen, overige afgewezen.

De rechtbank:

verleent een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel ten aanzien van [betrokkene],

geboren op [geboortedag] 1986 te [geboorteplaats], voor zover het de in rechtsoverweging 2.2 genoemde vormen van verplichte zorg betreft;

bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met uiterlijk 11 juni 2026;

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is op 8 juni 2026 mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken door

mr. F.P. Lauwaars, rechter, bijgestaan door D.L. Overduin als griffier en op 15 juni 2026 schriftelijk uitgewerkt en ondertekend.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Procesverloop
  2. 2 Beoordeling
  3. 3 Beslissing

beschikking

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht Team Familie & Jeugd

zaaknummer / rekestnummer: C/13/788854 / FA RK 26/4432

kenmerk: VCM/IND/204794

Machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel

Beschikking van 8 juni 2026 van de rechtbank Amsterdam naar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot verlenging van een crisismaatregel, als bedoeld in artikel 7:7 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:

[betrokkene],

geboren op [geboortedag] 1986 te [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats], [adres 1],

verblijvende te [verblijfsplaats], [adres 2],

hierna te noemen: betrokkene,

advocaat: mr. J.W. Plantema te Amsterdam,

zorgaanbieder: GGZ inGeest, locatie [locatie].

1 Procesverloop

Bij verzoekschrift met bijlagen, ingekomen ter griffie op 4 juni 2026, heeft de officier van justitie verzocht om verlenging van de op 4 juni 2026 opgelegde crisismaatregel.

De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 8 juni 2026 in het gebouw van de zorgaanbieder.

Ter zitting heeft de rechtbank de volgende personen gehoord:

- betrokkene;

- de raadsman;

- dhr. [persoon 1], psychiater;

- mw. [persoon 2], arts-assistent.

Omdat de officier van justitie een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig achtte, is hij niet bij de mondelinge behandeling verschenen.

2 Beoordeling

2.1.

Uit de overgelegde stukken en het behandelde ter zitting is gebleken dat er ten aanzien van betrokkene sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, gelegen in: levensgevaar en ernstig lichamelijk letsel.

Vermoed wordt dat dit nadeel wordt veroorzaakt door gedrag dat voortvloeit uit een psychische stoornis, in de vorm van acuut op chronisch verhoogde suïcidaliteit onder invloed van pseudohallucinaties bij gedecompenseerde persoonlijkheidsstoornis. De crisissituatie is zo ernstig dat de procedure voor een zorgmachtiging niet kan worden afgewacht.

2.2.

De rechtbank is van oordeel dat van de zorg die is genoemd in de crisismaatregel, de volgende vormen van zorg noodzakelijk zijn om het nadeel af te wenden:

  • toedienen van vocht en voeding;
  • toedienen van medicatie;
  • het verrichten van medische controles;
  • het verrichten van andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;
  • beperken van de bewegingsvrijheid;
  • insluiten;
  • uitoefenen van toezicht op betrokkene;
  • onderzoek aan kleding of lichaam;
  • onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen;
  • controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen;
  • aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
  • opnemen in een accommodatie.
2.3.

De verplichte zorg is evenredig en naar verwachting effectief. Betrokkene verzet zich tegen deze zorg. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben.

Uit de stukken blijkt dat rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.

2.4.

De advocaat heeft naar voren gebracht dat betrokkene de voortzetting van de crisismaatregel wenst. Er zijn nog steeds risico’s, die regelmatig als hoog worden ingeschat. Betrokkene heeft veel trauma’s uit het verleden en voelde zich en voelt zich afgewezen en verlaten omdat haar behandelaar heeft aangekondigd voor zes weken op vakantie te zullen gaan. Betrokkene is bang dat als zij vrijwillig in de kliniek verblijft, zij zichzelf in gevaar kan brengen. De crisismaatregel werkt als stok achter de deur om een samenwerking aan te gaan, derhalve is de voortzetting van de crisismachtiging wenselijk.

De psychiater heeft ter zitting naar voren gebracht dat het voor betrokkene belangrijker is om haar autonomie te bevorderen en dus niet om de crisismaatregel te verlengen. Hij stelt zich op het standpunt dat het verzoek moet worden afgewezen. De thematiek bij betrokkene moet behandeld worden met een psychotherapeutische behandeling en dat kan niet in de kliniek. Betrokkene krijgt medicatie, maar dat kan ook vanuit huis. Het gaat om de proportionaliteit, subsidiariteit en doelmatigheid en een gedwongen psychiatrische opname past niet bij de behandeling voor de trauma’s van betrokkene, aldus de psychiater. Dinsdag 9 juni 2026 en dus een dag na de zitting, is er een gesprek gepland met de ambulante behandelaren van betrokkene, waaraan de psychiater ook zal deelnemen. Het verzoek kan tot dan worden toegewezen. Mocht het dan daarna niet goed gaan, dan kan er alsnog een (nieuwe) crisismaatregel worden aangevraagd. Het is volgens de psychiater van belang voor betrokkene dat er voor de vaste behandelaar op korte termijn een vervanger komt waarmee de behandeling kan worden aangegaan.

De rechtbank overweegt als volgt. Het is de expertise van de psychiater om de juiste behandeling voor betrokkene voor te schrijven, de psychiater heeft zijn standpunt duidelijk naar voren gebracht en de rechtbank heeft geen reden om daaraan te twijfelen. Betrokkene wil weliswaar een crisismaatregel, maar op 9 juni staat een gesprek gepland waar de behandelaren met betrokkene in gesprek gaan over wat belangrijk is voor betrokkene en waar ook de psychiater aan zal deelnemen. De rechtbank ziet in de uitleg van de psychiater voldoende aanleiding om de crisismaatregel te beperken in duur.

2.5.

Gelet op het voorgaande zal een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel worden verleend, welke machtiging een geldigheidsduur heeft van drie dagen na heden.

3 Beslissing

De rechtbank:

verleent een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel ten aanzien van [betrokkene],

geboren op [geboortedag] 1986 te [geboorteplaats], voor zover het de in rechtsoverweging 2.2 genoemde vormen van verplichte zorg betreft;

bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met uiterlijk 11 juni 2026;

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is op 8 juni 2026 mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken door

mr. F.P. Lauwaars, rechter, bijgestaan door D.L. Overduin als griffier en op 15 juni 2026 schriftelijk uitgewerkt en ondertekend.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.